Veldhuis & Kemper: ’In Haarlem staan we altijd al met 1-0 voor’

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd
Veldhuis & Kemper: ’In Haarlem staan we altijd al met 1-0 voor’
© Foto United Photos/Paul Vreeker
Als hun speellijst het toelaat proberen Remco en Richard cultuur te snuiven in Haarlem

„Het is altijd: de ex-reclamejongens. Maar nooit: de Haarlemse jongens. Met de nominatie voor De Olifant hebben we toch een beetje het idee als Haarlemse culturele entiteit te worden erkend.”

Remco Veldhuis en Richard Kemper wonen al een tijdje honderd meter van elkaar in Haarlem als een gemeenschappelijke kennis ze met elkaar in contact brengt. Niet lang daarna ontstaat het plan voor een eenmalige cabaretvoorstelling. Ze huren de kleine zaal van het voormalige Concertgebouw die op 8 mei 1999 bomvol zit met vrienden en bekenden. Die krijgen waar voor hun geld, want ze hebben zeven gulden betaald voor een voorstelling van drie uur.

Zo zetten Veldhuis en Kemper hun eerste schreden op het podium. Nu zijn ze achttien jaar en negen programma’s verder.

Na een tip om mee te doen aan een cabaretfestival moet hun programma worden ingekort tot een half uur. Dan blijkt dat ’kill your darlings’ niet de sterkste kant is van het duo: „Wát!?! Moet dít eruit. Néé hoor, dat kan écht niet!”

In hetzelfde jaar 1999 worden ze op het cabaretfestival Cameretten tweede achter Marc-Marie Huijbregts.

Ze bouwen langzaam een eigen publiek op, maar als ze na een paar jaar scoren met de megahit Ik wou dat ik jou was stromen de zalen vol:

„Dat was een grote ontploffing omdat niemand ons kende.”

In alle grote theaterzalen van het land zijn ze graag geziene gasten, maar de Haarlemse Stadsschouwburg blijft een verhaal apart.

„Dat is voor ons een thuiswedstrijd. Wij merken dat het publiek uit Haarlem en de randgemeenten komt. We spreken dezelfde taal en kennen de omgeving. Dan staan we al met 1-0 voor als we beginnen. En er lopen mensen rond die we al jaren kennen, zoals Laura Marcus van de programmering die ons in de beginperiode vaak op onze bek zag gaan in De Luifel in Heemstede. Dat is het leuke van langer in het vak zitten, je hebt iets opgebouwd.’’

Toon Hermans

,,Ook een heel mooie gedachte is dat onze ouders in deze schouwburg naar Toon Hermans gingen!

Wij associëren spelen in de Haarlem met ’meteen uitverkocht’. Er zat geen groeicurve in. Wij piekten met onze hit ergens begin 2003 toen het gebouw nog dicht was vanwege de verbouwing en we waren ruimschoots arrivés toen het weer openging.”

De lofzang op de Stadsschouwburg kunnen Veldhuis en Kemper voortzetten in september tijdens de Bonte Gala Avond, een serie voorstellingen waarin zij, samen met andere Haarlemse cabaretiers, het 100-jarig bestaan van de Grand Old Lady te vieren.

Als hun speellijst en het thuisfront het toelaten proberen Remco en Richard cultuur te snuiven in Haarlem.

„In de Toneelschuur of een van de andere prachtige mogelijkheden die we hier hebben. Maar als we toeren is er weinig tijd. Natuurlijk wil je ook collega-cabaretiers zien, maar het is wel zoals een regisseur zei: als je cabaret maakt, ga dan naar bijvoorbeeld dans, opera of muziek. Anders zie je vergelijkbare en herkenbare dingen.”

Scheiding

Vorig seizoen werkte het duo los van elkaar. Remco speelde zijn solo Lang verhaal kort en Richard zijn toneelstuk Hart tegen Hart en hij schreef zijn eerste bioscoopfilm Huisvrouwen bestaan niet.

Na die korte scheiding spelen zij nu samen Geloof ons nou maar en zijn zich er weer van bewust waar hun individuele krachten liggen, hoe die elkaar versterken en hoe die van Veldhuis en Kemper een hecht duo maken:

Richard roemt Remco’s originele gedachten bij het maken. „Ook is hij een goede performer en imitator. Hij staat open voor nieuwe frisse wegen en forceert daarin soms dingen. Dat vind ik wel eens eng, maar het is goed. Vernieuwing is voor mij geen doel op zich, maar ik probeer er open voor te staan en het zo weinig mogelijk af te remmen. Remco is ook supermuzikaal. Ik speel piano, maar hij is melodieus erg sterk.”

Remco bewondert Richards werklust en de hoge kwaliteit die hij altijd levert. „Ook als het niet vanzelf komt, gaat hij door. Hij is een veel hardere werker dan ik en alles waar Richard zijn schouders onder zet, wordt goed. Dat is echt eng. Als hij nu een restaurant begint, heeft hij binnen de kortste keren een héél goed restaurant. De enige voorwaarde is dat het hem interesseert.

Ik vind het knap dat hij met onze laatste lichting liedjes volledig andere composities en beelden weet te creëren. En dat terwijl er inmiddels tweeënnegentig zijn uitgekomen.”

Al deze afzonderlijke kwaliteiten combinerend, tillen Veldhuis en Kemper elkaar steeds naar een hoger plan. Voeg daarbij ook de unieke mix van stemmen.

„Die klinken samen mooier dan apart. Het is best bijzonder dat die twee stemmen één stem worden. Puur toeval, niet door casting of audities. Vaak ontstaat samenwerking van cabaretiers op een kleinkunstopleiding, maar bij ons omdat we bij elkaar om de hoek woonden. Dat vinden we nog steeds bizar.”