Scholen willen geen dwang bij nationale identiteit: ’betuttelend en regentesk’

Scholen willen geen dwang bij nationale identiteit: ’betuttelend en regentesk’

Scholen zijn uiterst kritisch op de kabinetsplannen om de Nederlandse identiteit te verstevigen. Burgerschap en de Nederlandse geschiedenis horen zeker thuis in het lesprogramma op de basisschool, daar zijn de meeste schoolleiders het wel over eens. Maar de manier waarop het kabinet meer ’nationaal gevoel’ wil afdwingen wekt een hoop ergernis. Dat blijkt uit een uitgebreide rondgang langs tientallen basisscholen in Noord- en Zuid-Holland.

Ruim 700 scholen in Noord- en Zuid-Holland kregen de afgelopen weken een vragenlijst voorgelegd over de nationale identiteit in de klas. Ruim tien procent vulde de lijst in. De resultaten zijn anoniem verwerkt.

Het kabinet stelt in het regeerakkoord voor het Wilhelmus te leren in de klas, ’inclusief de context ervan’. „Ook maken we het mogelijk dat alle kinderen tijdens hun schooltijd het Rijksmuseum en ons parlement bezoeken”, schrijven de formerende partijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie na de zomer van 2017 in het akkoord ’Vertrouwen in de toekomst’.

Bijna twee derde van de scholen ziet inderdaad een rol voor het basisonderwijs in het vormen van de nationale identiteit. Een schoolleider noemt het zelfs ’heel belangrijk (Nederlandse) waarden bij te brengen aan onze kinderen’.

Koningsdag

Maar naar het Rijksmuseum? Liever dichter bij huis. Het Wilhelmus leren? Prima, als het een keer uitkomt op Koningsdag, maar alsjeblieft niet alle (15!) coupletten. Een greep uit de meer dan zeventig reacties op vragen van deze krant. De overgrote meerderheid van de schoolleiders had het anders gedaan, als zij aan de formatietafel hadden gezeten. „Het harnas wekt wrevel”, zoals een van hen het zegt. Deze aanpak is betuttelend en regentesk, zo klinkt het, terwijl tijd en budget al beperkt zijn.

Een kwart van de ondervraagde scholen vindt dat basisscholen zelfs helemaal geen rol spelen in het bijbrengen van de nationale identiteit. Leerlingen hoeven wat hen betreft niet te leren wat het betekent om Nederlander te zijn. „Dit is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van ouders”, zegt een schoolleider. „Op school besteden wij aandacht aan burgerschap en dus ook aan Nederlanderschap, maar dit is geen (exclusieve) taak van de basisschool!”, vervolgt deze.

„De basisschool is er vooral om basiskennis aan te leren: taal, lezen en rekenen. Daarnaast is de pedagogische opdracht om kinderen tot evenwichtige persoonlijkheden te vormen net zo belangrijk”, zegt een ander. Veel directeuren en leerkrachten concentreren zich liever op de individuele identiteit van een leerling.

In die eerste jaren in het onderwijs moet een leerling eerst zichzelf ontdekken, zeggen zij. Misschien is, of wordt, het Nederlanderschap voor een kindje heel belangrijk, maar wellicht ook niet. „Burgerschapsvorming heeft in de kern iets moois. Door met leerlingen hieraan te werken is er een gerede kans dat ze zich op een of andere manier met Nederland verbonden zullen voelen. Dit is wel een bijeffect en geen doel op zich. De eigen identiteit staat voorop. Misschien wil een leerling zich laten aansluiten bij de Dir-stam in Somalië, wie weet?”, relativeert een van de respondenten.

Ingewikkelde tekst

Meer dan de helft van de ondervraagde scholen zegt dat hun leerlingen de tekst, melodie en context van het Wilhelmus niet hoeven te kennen. Dat leren ze wel op de middelbare school, klinkt het. „Het is een ingewikkelde tekst voor leerlingen van groep 8”, antwoordt een schoolleider. En wie zegt eigenlijk dat je je meer Nederlander voelt als je het Wilhelmus kent? „Het is niet zo dat als je het Wilhelmus in groep 8 kent, je het nog steeds kent als volwassene”, stelt een van de respondenten.

Het eerste couplet komt wel aan bod, bijvoorbeeld rond Koningsdag of andere festiviteiten. „In Leiden is het Wilhelmus geen probleem”, schrijft een Leidse leerkracht. „Onderdeel van de 3 Oktoberfeesten!” In de Sleutelstad viert men op 3 oktober Leidens Ontzet.

Ook een bezoek aan het Rijksmuseum en de Tweede Kamer wordt door meer dan de helft van de scholen onnodig geacht. Kritiek op het voornemen het Rijksmuseum in Amsterdam te bezoeken was er al. Historicus Eric Storm van de Universiteit Leiden vond het van meet af aan een slecht idee. „Het Rijksmuseum toont vrijwel uitsluitend het erfgoed van het gewest Holland. Logisch, want hier zat het geld en hier zaten de opdrachtgevers. Maar het schept ook een eenzijdig beeld. Het Rijks moet gewoon mooie dingen laten zien, maar er geen verhaaltje bij vertellen van ’zo is Nederland’. De enige niet-Hollandse schilder die ze hebben is Gerard ter Borch (Zwolle 1617-Deventer 1681). Laten ze op scholen meer tijd aan geschiedenis besteden, dan krijg je vanzelf mondige, zelstandig denkende burgers. Dat is toch de bedoeling?”

Zelfs de scholen in het voormalige gewest Holland (de provincies Noord- en Zuid-Holland) gaan liever naar een museum dichter bij huis. „Er zijn echter nog zo veel andere musea die net zo belangrijk zijn als het Rijks”, schrijft een respondent. „Waarom scholen op kosten jagen en veel organisatorische rompslomp bezorgen?”

Ouders

Museumbezoek in het algemeen vinden de meeste scholen wel belangrijk. Bijna alle basisscholen verklaren dat hun leerlingen ten minste één keer een museum bezocht hebben met de hele klas. „Niet omdat alle ouders dit belangrijk vinden!”, zegt een schoolleider.

Meer vrijheid, dat is wat scholen in deze regio willen. „De overheid moet onderwijs faciliteren en controleren op pedagogische veiligheid en kwaliteit. Met de inhoud moet zij zich slechts informeel bemoeien. Ik vind dat het schuurt”, stelt een respondent. De regering kan zich beter buigen over de uitvoering, in plaats van de inhoud, zegt een ander. „Werkdruk, salaris, lerarentekort. Juist in de grote steden waar de druk het hoogst is en de leerlingen veel baat hebben bij rust en structuur. Daar moet een oplossing voor komen!”

Wil je niks missen van Haarlems Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws