Schelpenexplosie in kustwateren

Schelpenexplosie in kustwateren
© Foto Gerard van Offeren
Een maaltje verse kokkels.

Het stikt van de schelpen in zee en langs de kust. Onderzoekster Karin Troost van Wageningen Marine Research signaleert een ware schelpenexplosie.

Met name mesheften (scheermessen) en de halfgeknotte strandschelp zijn spectaculair toegenomen. Wadvissers zoals Jan Rotgans uit Den Oever en Pieter Veltman in Harlingen signaleren ook dat andere schelpensoorten zoals kokkels meer worden gevonden in de Waddenzee.

Broedval

Karin Troost ziet dat er sinds de start van de schelpdierinventarisatie in 1995 nog nooit zoveel mesheften en halfgeknotte strandschelpen zijn geweest. Ze constateert ’een succesvolle broedval’; dat is de overgang van schelpdierlarven vanuit de waterfase naar de bodem.

De halfgeknotte strandschelp ’Spisula’ waar voor consumptie op wordt gevist, was de vorige eeuw de dominante schelpdiersoort in de kustwateren.

Het kan raar gaan met schelpen. Na de millenniumwisseling verdween deze soort als sneeuw voor de zon. Het bestand kromp in tien jaar tijd van 692 miljoen naar slechts 3 miljoen kilo. In 2016 was de schatting 39 miljoen kilo en vorig jaar ging de schelp met 1.282 miljoen kilo ruim dertig keer over de kop.

Het strand ligt vol met mesheften.
© Foto Neeke Smit
Het strand ligt vol met mesheften.

Mesheften of scheermessen (wetenschappelijke naam Ensis) die ook worden gegeten, groeiden vorig jaar tot 397 miljoen kilo, goed voor 153 miljard stuks; het hoogste aantal ooit geteld. In 2016 ging het om 292 miljoen kilo en 27 miljard stuks mesheften.

Zee-eenden

Het is voor Troost gissen naar oorzaken voor de schelpenexplosie, een directe oorzaak is niet aan te wijzen. ,,Het is echt gigantisch, hoeveel spisula er nu ligt. Dit is belangrijk voor mens en natuur, want er wordt op gevist én het is een belangrijke voedselbron voor zwarte zee-eenden. Maar niet alleen spisula zit in de lift, het gaat over het algemeen heel goed met schelpdieren in de kustzone. We zien al jaren een toename van otterschelpen, zaagjes, venusschelpen en ook mesheften.”

Bijzondere schelpen

Jan Rotgans uit Den Oever die vooral met dagjesmensen op het Wad vaart, signaleert ook meer mesheften op het Wad, die daar met de schep worden gestoken. ,,Ik word iedere dag verrast door de natuur. Dit zijn heel bijzondere schelpen. Die verplaatsen zich in een nacht tijd soms zo tweehonderd tot driehonderd meter.’’ Pieter Veltman uit Harlingen vangt kokkels voor de consumptie en ziet een flinke toename. ,,Ze worden veel lokaal afgezet. Kokkels uit de Waddenzee eten, dat zijn schelpen met een mooi verhaal.’’

Katwijker Henk Jan van Rijn is ook schelpenvisser, maar niet voor de consumptie. Van Rijns schelpenhandel levert schelpen voor fietspaden, tuinen en parkeerterreinen. ,,Ik heb gehoord dat er meer broed is. Wij vangen de dode schelpen waar geen beestjes meer in zitten. Het kan dus best een paar jaar duren voor die toename te zien is op het strand waar de schelpen uiteindelijk aanspoelen.’’

Wil je niks missen van Haarlems Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws