Een ander land

Een ander land

De kennismaking met de Surinaamse bureaucratie heb ik geprobeerd te beschouwen als een ’comedy of errors’. Het begon ermee dat onze paspoorten werden ingenomen door de immigratiedienst, omdat we de kosten voor de toeristenkaart alleen in euro’s of dollars mochten voldoen.

Surinaamse dollars, het officiële betaalmiddel, werden niet geaccepteerd. Omdat we geen euro’s bij ons hadden, stonden we voor een voldongen feit. Een overheidsdienst die haar eigen munt niet accepteert en daarop paspoorten inneemt (,,Het mag eigenlijk niet, inderdaad’’): voorbodes van een zwakke staat. De economie bloedt, de wet wordt niet nageleefd.

We gingen het land binnen zonder paspoort en met een zucht naar euro’s om onze kleine schuld aan de Surinaamse overheid te voldoen. De pinautomaten waar je buitenlandse valuta kon pinnen, bleken echter sinds vorig jaar opgeheven. Wel kon je euro’s opnemen bij de Surinaamse Bank, zei een vriendelijke juffrouw in een wisselkantoor, maar alleen als je je legitimeerde met een paspoort. Maar die waren nu juist aan hun leven zonder ons begonnen, in de krochten van de dienst Consulaire Zaken, waar we ze pas konden terugkrijgen voor harde euro’s.

Steeds verder raakten onze paspoorten uit het zicht. Achter een ondoorzichtig web van elkaar tegenwerkende voorschriften verdwenen ze, en ik stond daar zonder euro’s en zonder papieren, als de schaduw van mijn documenten, zoals Joseph Roth schreef.

In het gekoelde wisselkantoortje broedde ik op een uitweg, toen er een Nederlander binnenkwam om een paar honderd euro te wisselen. Gretig klampte ik me aan hem vast en wisselde mijn Surinaamse dollars tegen zijn euro’s, en bedankte hem alsof hij me uit de woestijn had gered.

Onze documenten leken nu binnen handbereik, ik hoefde alleen nog maar naar de dienst Consulaire Zaken in de Watermolenstraat om ze op te halen.

In de wachtkamer hingen de stopcontacten uit de wanden. Helemaal achterin het kantoor maakte een vrouw zich los van haar papieren plicht en begon aan de reis naar het loket. De weg was lang en vol gevaren, maar ze bereikte veilig de overkant.

Wat of ik wilde, vroeg ze, en haalde toen een collega, omdat dit buiten haar bevoegdheid viel. Een klein uur duurde de afscheidsceremonie voor onze paspoorten, toen werden ze daadwerkelijk door het luikje geschoven, vergezeld van de woorden: ,,Nu moet u naar de Militaire Politie aan de Tourtonnelaan om ze te laten afstempelen. Over een half uur sluit het kantoor, dus u moet opschieten.’’

Een fraai koloniaal gebouw, waar ik wachtte in een donker houten trappenhuis. Soldatenlaarzen daverden de trappen op en neer, sommigen liepen rond met hun eigen mok in de hand, wat een fijn, huiselijk detail was. ,,Kapitein Doekoe’’, riep iemand van boven, ,,dienst beëindigd.’’ Een sleep hindoestanen ging me voor, ik werd uit mijn lethargie gewekt toen buiten een demonstratie uiteen werd geslagen door de ME, omdat een regering niet graag gewezen wordt op haar corruptie, inefficiëntie en desastreuze economisch beleid.

Wil je niks missen van Haarlems Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws