Column Joost Prinsen: Jenny

Column Joost Prinsen: Jenny
© Archief

Wim Kan in zijn dagboek: Dinsdag 15 maart 1960, „Zojuist om 18.00 uur auditie gehouden, tweede meisje leek beslist leuk. Jenneke Bordon, zeventien jaar. Zong ’Wat een geluk’ en zei een kinderversje op van Annie Schmidt. Iets over Klaas Vaak of zo. Beslist wel een oertalent misschien.”

Wim Kan, voor de jongeren onder u, was een beroemd cabaretier. Jenneke Bordon heette eigenlijk Jopie Klarenbeek. Jenneke was haar tweede naam en Bordon was de achternaam van haar stiefvader Harry Bordon.

Een zanger die met ’Wie sjoeën ós Limburg is’ een klassieker op zijn naam had. Jenneke ontwikkelde zich pijlsnel tot een steunpilaar van Wim Kans cabaret.

Dagboek Wim Kan: Zondag 26 februari 1961, „Jenny (Arean) zojuist aangekomen. Deed twee gedichtjes (....) gaat al beter praten. Twee maal een half uur spraakles per week en drieënhalf uur balletles en banjoles.”

Jenneke was Jenny geworden en Bordon was veranderd in Arean op voorstel van Corry Vonk, de vrouw van Wim Kan. Die lessen is La Arean eigenlijk heel haar leven blijven volgen. Haar schoolopleiding leidde niet veel verder dan wat toen de Huishoudschool, ook wel Spinazie Academie, heette.

Maar altijd is zij kennis blijven inzuigen als een nieuwsgierig kind. En ze kon kwaad op je worden als je die tentoonstelling niet gezien had of dat boek niet had gelezen. Die kennis, dat oertalent en heel hard werken heeft haar een carrière van zestig jaar theater bezorgd. Met alle prijzen die er in het vak te vergeven zijn.

Ze kon ook alles. Het theater als natuurlijke habitat. In de woorden van Ischa Meijer: „Als Jenny op het toneel stapt, gaat ze stinken.”

Altijd streng voor zichzelf en voor iedereen met wie ze werkte. Ik zat ooit met haar in een voorstelling en tijdens de repetities ontbood ze me bij haar thuis: „Je neemt voortdurend slokjes water Joost en je schuifelt nogal tijdens het eerste deel.” „Zo erg is dat toch niet”, zei ik. Zij: „Dat is wel erg. Dat is slordig, dat leidt af. Dat komt de voorstelling niet ten goede, wij doen zoiets dus niet.” En daar kon ik het mee doen.

Maar van de andere kant was ze bereid haar pistool te trekken om wie haar lief was te beschermen. Loyaal, hart op de tong en bang van niemand. Gescheiden vrouw op oorlogspad, zoals een van haar programma’s heette.

Dagboek van Wim Kan: Zondag 29 november 1964 „Jenny had een gesprek met Annie Schmidt over een rol in Annies musical die ze schrijft voor Conny Stuart. Binnen tien minuten het hele gesprek in de soep. „O, we kunnen zoveel meisjes krijgen met een goeie zangstem”, zei Annie. Dan moet u die nemen , zei Jenny en weg was ze.(....) Open, eerlijk, spontaan.

Vorige week werd ze geridderd met de Nederlandse Leeuw. Hoger kun je nauwelijks stijgen in ons land.

Een oertalent.

Wil je niks missen van Haarlems Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws