Helemaal opgaan in de oorlog met nieuw boek Haarlemmermeer

Helemaal opgaan in de oorlog met nieuw boek Haarlemmermeer
© Foto’s uit ’besproken boek
Van links naar rechts: Wim, Annie, Bep, Gerrit en Joost Klootwijk in 1936.

Het is zo’n boek waarin je gefascineerd kunt opgaan als het je terugvoert naar de polder van net voor tot net na WOII. Opgroeien in de schaduw van de luchtoorlog van Joost Klootwijk biedt daar op alle fronten informatie over.

Het gaat over de Gelevinkstraat waar nog grote kastanjebomen stonden toen de Klootwijkjes daar woonden. Maar ook over de buren en hun schuren. Over middenstanders en hun soms al vergeten waren. Neem Jaap van ’t Hof, die ’Jaap Katoen’ werd genoemd naar het ’lampenkatoen’ dat hij verkocht voor de pitten van olielampen en petroleumstellen. Of zijn vrouw die, bij het bezorgen van bestellingen, een stok tussen de spaken van de wielen stak om te voorkomen dat de paarden er met het zaakje vandoor gingen.

Voordat de oorlog meer en meer in de levens van de polderbewoners ingrijpt, zit de lezer er al helemaal in. De vorig jaar overleden schrijver had nu eenmaal een brede kennis. Geboren en getogen in Nieuw-Vennep, werd hij later onderhouds-ingenieur bij de KLM en deskundige op het gebied van de luchtoorlog.

Schiphol speelde daar een belangrijke rol in. Zo werden er op 11 april 1939, kort nadat Hitler Tsjecho-Slowakije inlijfde, verschillende onderdelen van de luchtmacht ondergebracht. En op 10 mei 1940, de eerste dag van ’onze’ oorlog, bombardeerden Duitsers het vliegveld.

Doorslapen

Wat was Joost Klootwijk boos toen grote zus Annie hem op 10 mei 1940 om half acht wekte met het nieuws dat men in de vroege ochtend vliegtuigen richting luchthaven had zien gaan en er met luchtafweergeschut was geschoten. Want, kijkt hij terug in zijn boek Opgroeien in de schaduw van de luchtoorlog, ’al die opwindende gebeurtenissen had ik ook mee willen maken. De aanval op Schiphol was mij ongemerkt gepasseerd.’

Het gaat over de Gelevinkstraat in Nieuw-Vennep waar nog grote kastanjebomen stonden toen de Klootwijkjes daar woonden. Maar ook over de buren en hun schuren. Over middenstanders en hun soms al vergeten waren. Neem Jaap van ’t Hof, die ’Jaap Katoen’ werd genoemd naar het ’lampenkatoen’ dat hij verkocht voor de pitten van olielampen en petroleumstellen. Of zijn vrouw die, bij het bezorgen van bestellingen, een stok tussen de spaken van de wielen stak om te voorkomen dat de paarden er met het zaakje vandoor gingen.

Voordat de oorlog meer en meer in de levens van de polderbewoners ingrijpt, zit de lezer er al helemaal in. De vorig jaar overleden schrijver had nu eenmaal een brede kennis. Geboren en getogen in Nieuw-Vennep, werd hij later onderhouds-ingenieur bij de KLM en deskundige op het gebied van de luchtoorlog.

Schiphol speelde daar een belangrijke rol in. Zo werden er op 11 april 1939, kort nadat Hitler Tsjecho-Slowakije inlijfde, verschillende onderdelen van de luchtmacht ondergebracht. En op 10 mei 1940, de eerste dag van ’onze’ oorlog, bombardeerden Duitsers het vliegveld.

Slapen

Wat was Joost Klootwijk boos toen grote zus Annie hem op 10 mei 1940 om half acht wekte met het nieuws dat men in de vroege ochtend vliegtuigen richting luchthaven had zien gaan en er met luchtafweergeschut was geschoten. Want, kijkt hij terug in zijn boek, ’al die opwindende gebeurtenissen had ik ook mee willen maken. De aanval op Schiphol was mij ongemerkt gepasseerd.’

Gelukkig kon Joost de schade later die dag een beetje inhalen. De school bleef dicht en op zeker moment zag hij met wat vriendjes hoe een tweemotorig vliegtuig, dat vanuit het zuidwesten de polder in vloog, boven de Hoofdvaart werd beschoten.

Zodra de Duitsers het voor het zeggen hadden in ons land, werd Schiphol een belangrijke uitvalsbasis voor de aanvallen die ze op Engeland uitvoerden. Het zorgde ervoor dat Fliegerhorst Schiphol ’hoog op het verlanglijstje van de Britten kwam te staan.’

Niet voor niets hadden de bezetters, verspreid over de polder, zoeklichtinstallaties neergezet. Ook in de buurt van huize Klootwijk stond er een, op zeker moment toegerust met microfoon en telefoon. En dat vonden jongens als Joost maar wat spannend.

Puin van Schiphol

Hoe wonderwel grote lijnen en details elkaar aanvullen, blijkt ook uit het puin van Schiphol. Aan de ene kant meldt Klootwijk hoe veel zwaarbeschadigde woningen bij de luchthaven werden gesloopt en ook onbeschadigde huizen werden weggehaald als die uitbreidingen van de Fliegerhorst in de weg stonden. Aan de andere kant weet hij als geen ander dat het ’mooi sloophout’ opleverde en dat buurman Beerendonk daar ’op de een of andere manier’ de hand op wist te leggen. En wat deed pa in het najaar van 1941, toen het boerenwerk op het land weer eens stil lag en hij als landarbeider voor de zoveelste keer zonder werk en inkomen zat? Hij begon met de houten fundering voor zijn nieuwe schuur achter het huisje aan de Venneperweg waar de familie in december ’39 vanuit de Gelevinkstraat naar toe was verhuisd.

Er was nog geen woningnood en de huisbazen deden nog wat voor hun huurders, kijkt Joost terug. Zo was alles geverfd - de oliegeur bewees het - voordat de familie er in trok. De bedsteden hadden plaatsgemaakt voor slaapkamers, al sliep Joost op de overloop bij de trap. Er was zelfs elektriciteit aangelegd, al werd het huis pas in de zomer van 1940 aangesloten op het net. Cynisch genoeg volgden niet lang daarna - door de oorlog - de eerste beperkingen in de stroomvoorziening..

Met strips uit de krant werden driftig stripboeken in elkaar geknutseld. ’Als kaft gebruikten we daarvoor een dubbel gevouwen blad bruin pakpapier. Vader spijkerde met twee stevige houten latjes het pakket bij elkaar. Eentje met Mickey Mouse en eentje met Tijs Wijs de Torenwachter, geschreven door Herman Looman en getekend door Willy Smit.’

Hengelstok

Vissen deden de jongens met een touw aan een stok, gekregen van timmerman Klaas van Klaveren. Al kwam pa ook wel eens met grote vissen thuis: moest er voor het uitbaggeren van de een of andere tocht een deel worden drooggepompt, dan lagen die toch voor het oprapen... ’De vissen werden in een teil water in leven gehouden totdat ze werden schoongemaakt en moeder ze in de koekenpan bakte. Dat was een welkome gratis aanvulling op onze voedselvoorziening.’

Uitbaggeren was nog handwerk in die tijd. ’De onderste mannen staken met hun spade de bagger en vette klei uit de bodem en gaven hun bonk aarde door aan de mannen direct boven hen, die de last opvingen met hun schep en het vrachtje op hun beurt weer verder doorgaven naar boven. Vanaf de walkant werden blubber en klei verder afgevoerd en soms over het land uitgespreid.’

Het ’meest luxe in huis’ was waarschijnlijk het traporgel waarop vader zo graag speelde. Maar in de Sinterklaastijd kregen de kinderen niet de cadeaus van Sinterklaas die de rijkere kinderen wél in de schoen vonden. Gelukkig kon er op zulke momenten een tante bijspringen die het iets breder had...

Zo kreeg Joost bij het eerste sinterklaasfeest in de oorlog een opwindtreintje. Tante Ma had goed opgelet als Joost met haar zoon Leen speelde, die al zo’n treintje van dezelfde Engelse firma had. Omdat er vanwege de oorlog niets meer werd ingevoerd uit dat land, moest de schat van Joost dus uit een vooroorlogse voorraad zijn gekomen.....

Klap op de vuurpijl was het ’Vliegtuigenboekje’. Wat had Joost dat uitnodigend zien liggen in de etalage van het winkeltje van Spreeuw in de Dorpsstraat. Dé plek immers voor ’huishoudelijke artikelen, goedkope sieraden, teken- en schrijfmateriaal en dat soort dingen’. Hoewel hij weinig hoop had het ooit te zullen krijgen, schonk dezelfde tante Ma het voor zijn negende verjaardag. Wat heeft hij het sinds die 28e april 1941 stukgelezen - allengs meer begrijpend van vliegtuigen, hun bouw, constructie én gebruik.

Wie snel door het boek bladert, kan een verkeerde indruk krijgen door een wel erg simpel zinnetje of een zoveelste slag om de arm. Neem de grote, in witte verf geschilderde V-tekens die Joost op een mooie zondagmorgen op de brug over de Hoofdvaart zag staan: was het de ’V van Victory’? Of de ’V für Victoria’? Hij zou er nooit achter komen.

Jaantje

Wie er echt de tijd voor neemt, kan het 248 pagina’s tellende werk moeilijk wegleggen. Alleen al het feit dat er geen geld was om iedere dag de bus naar Leiden te nemen, toen dochter Jaantje begin 1935 (dood)ziek in het ziekenhuis lag. Pa en ma waren er dus ook niet bij toen ze voorgoed haar oogjes sloot. Ze voelden zich daar nog lang schuldig over, maar volgens een aangehaalde brief van ’zuster Derlagen’ was dat niet nodig: ’Dikwijls hebben zuster Sijbrands en ik haar gevraagd of er ook iets was wat ze graag wilde, maar altijd lachte ze dan en zei: ’Wat dan? Ik krijg toch alles en vind het hier zo fijn’.’ En wat te denken van kruidenier Hark Boot waar ma op de pof mocht kopen? Hij wist nu eenmaal dat, zodra er weer geld zou zijn, ze hem keurig zou betalen...

Of de eerste Duitsers die door de straat reden... Of het beeld van het kinderkerstfeest, op de middag van Tweede Kerstdag. In de grote kerstboom, waar de kinderen omheen zaten, brandden echte kaarsjes. Koster Honcoop stak die aan met een brandend kaarsje aan een lange stok. Voor noodgevallen hield hij een lange stok met een kletsnatte spons eraan paraat. Want de kerk mocht natuurlijk niet afbranden...

En wat te denken van de wetenswaardigheden van de Van Reeuwijkjes? Tijdens de mobilisatie zochten Nederlandse militairen hun toevlucht in de boerderij die de familie had aan de Hoofdweg 386. Bij de Duitse aanval op Schiphol werd Oberleutnant Rinck er gevangen gehouden nadat zijn vliegtuig in de buurt was neergestort.

En toen de Van Reeuwijkjes drie maanden later op weg waren naar het gemeentehuis in Hoofddorp waren waar zoonlief het ja-woord zou geven, ontstond een luchtgevecht! ’Het schieten werd zo hevig en de kogelinslagen kwamen zo dichtbij dat de bruiloftsgasten bij de kruising van de Sloterweg (later Rijnlanderweg) met de Kruisweg uit de koetsjes vluchtten om een veilig heenkomen te zoeken in de berm van de weg.’

Geen grote woorden

En dan moeten de jaren nog aan bod komen waarin broer Wim te werk wordt gesteld in Berlijn, dorpsgenoten worden afgevoerd of in hun slaap dodelijk worden getroffen door een neerkomende vliegtuigmotor. Of hoe de Klootwijkjes een blindganger vonden in de moestuin die ze hadden op de hoek van de Venneperstraat en Eugenie Previnaireweg, Schiphol kapot werd gebombardeerd en de hongerwinter toesloeg. Joost - die toch al geen man van grote woorden was - hoefde het niet spannender te maken dan het was. Zoon Hans, die het levenswerk van senior printklaar maakte, deed dat al evenmin. Nu het vanaf de eerste week hard gaat met de eerste druk, is een tweede druk in gang gezet.

Voor informatie en bestellingen: lilliput@planet.nl. ’Opgroeien in de schaduw van de luchtoorlog’ (Nieuw-Vennep en de Haarlemmermeer, 1939-1945) van Joost Klootwijk heeft ISBN-nummer 978-94-6228-798-3.

Wil je niks missen van Haarlems Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws