Prinsenhof toont Haarlemse Beek in volle glorie [video]

Prinsenhof toont Haarlemse Beek in volle glorie [video]

Schoongespoten met de tuinslang ligt een ruim vier meter lange, bakstenen overkluizing van de voormalige Haarlemse Beek deze dinsdagmiddag in het Prinsenhof te stralen in een bleek najaarszonnetje. Na twee dagen graven, poetsen en boenen is het 17e-eeuwse bouwwerk voor even weer in volle glorie te zien.

Het is inmiddels alweer zo’n 35 jaar geleden dat er voor laatst archeologisch onderzoek is gedaan naar het stuk Beek onder het Prinsenhof.

Met de plannen om de bestrating pal voor de onlangs opgeknapte Vredestempel uit 1648 wat te verlagen, zodat ook de onderste traptrede van dat monument weer zichtbaar wordt, was er voor Bureau Archeologie van de gemeente Haarlem alle reden om de boel rigoureus open te gooien.

De Beek intrigeert namelijk, en dat zal ze wel altijd blijven doen. Omdat de voormalige levensader van de stad nog lang niet al haar geheimen heeft prijs gegeven. Hoe oud is ze bijvoorbeeld precies? Waar komt ze vandaan? Wie is ze? Dat ze gaandeweg steeds meer ondergronds haar bestaan had, maakt het mysterie des te aantrekkelijker.

Op een van de oudste Haarlemse stadsplattegronden, die van Jacob van Deventer uit 1565, staat de Beek duidelijk aangegeven.
Op een van de oudste Haarlemse stadsplattegronden, die van Jacob van Deventer uit 1565, staat de Beek duidelijk aangegeven.

De Beek kent haar oorsprong vermoedelijk in de 12e eeuw. Tussen de ruim vierduizend jaar oude strandwal waarop Haarlem is gebouwd en zijn ongeveer tweeduizend jaar jongere, westelijker gelegen evenknie ontstond gaandeweg een veengebied.

Over de afwatering van dat gebied is niet veel bekend, maar het lijkt logisch dat het water aanvankelijk vooral zijn weg vond naar het noorden: naar het IJ.

Waarschijnlijk is mede als gevolg van bedijking het water later ook naar het oosten gaan vloeien, door de lager gelegen gedeeltes van de oude strandwal heen. Een deel van die stroom is nog steeds te zien: het is het water langs het Houtmanpad.

Nog altijd is echter niet met zekerheid te zeggen in hoeverre de Beek binnenstedelijk een natuurlijke stroom was, dan wel een door mensenhanden gecreëerde watergang.

1310: ’Recht op die Beike’

In geschreven bronnen komt de Beek al begin 14e eeuw voor. In een akte van 6 oktober 1310 is sprake van een huis met erf ’recht op die Beike’. In het zelfde stuk wordt ook de Damstraat genoemd en het Spaarne.

Het gebied rond de Damstraat bestond toen nog maar net; dat stuk van de stad ontstond halverwege de 13e eeuw door aanplemping, waarbij de westelijke Spaarneoever een heel eind naar het oosten werd verlegd. Waar de Beek vervolgens uitkwam in het Spaarne is nog steeds te zien in de huidige kademuur.

Zeker vanaf het Spaarne moet de Beek een belangrijke functie hebben gehad bij het vervoeren van goederen de stad in. Er zou zelfs sprake zijn geweest van een haventje, ongeveer op de plek van de huidige Grote Houtstraat tussen Paarlaarsteeg en Spekstraat.

Amateurarcheoloog Theo Nieuwenhuizen doet grondboringen.
Amateurarcheoloog Theo Nieuwenhuizen doet grondboringen.

Met de groei van de bevolking steeg ook eeuwen geleden al de claim op de openbare ruimte. Vanaf de vijftiende eeuw is - aanvankelijk mondjesmaat - de Beek daarom overkluisd, zodat daar bovenop kon worden gebouwd dan wel gelopen of gereden. Vanaf dat moment kon er alleen nog met hele platte bootjes door de zo’n drie meter meter brede Beek worden gevaren.

Zo werd halverwege de 15e eeuw een van de vleugels van het kloostercomplex dat nu onderdeel is van het stadhuis over de Beek heen gebouwd. In de kelder onder het stadhuis is nog altijd te zien hoe de Beek daar door de toenmalige kloosterkeuken stroomde.

De overkapping in het Prinsenhof is uit de 17e eeuw. In de oude kloostertuin lag het ding nu eenmaal niemand in de weg. Dat ze daar overkluisd is, heeft waarschijnlijk te maken met de bouw in 1648 van de Vredestempel, die daar werd neergezet ter viering van de Vrede van Münster.

In 1867 werd de Beek gedempt. Sindsdien zijn op veel stukken in de stad - in de Damstraat, op de Raaks, de Oude Groenmarkt - de overkluizingen afgebroken. Maar in het Prinsenhof dus niet, althans niet helemaal.

Geheimen

Dinsdagmiddag ligt, na tweeënhalve dag graven, vegen en schrobben door medewerkers van Bureau Archeologie en vrijwilligers van de Archeologische Werkgroep Haarlem, het ding eindelijk in zijn volle glorie bloot. Geeft ze daarmee ook al haar geheimen prijs? Nee dus.

Gootjes uit diverse perioden komen uit op de Beek.
Gootjes uit diverse perioden komen uit op de Beek.

,,Het is nu zaak om alles goed in te tekenen’’, zegt stadsarcheoloog Anja van Zalinge. ,,Morgen gooien we de boel weer dicht.’’

Tijdens het vooronderzoek in april werd al duidelijk dat de Beek aan de zijkant van het tempeltje een ingang kende. Nu vallen de diverse, in verschillende periodes aangelegde gootjes op die op de Beek uitkomen: de één afgedekt met natuursteen, de ander met gebakken tegels.

Hoe de Beek uiteindelijk met twee verschillende soorten bakstenen is dichtgezet, maar ook weer niet helemaal tot aan de bodem: het roept nieuwe vragen op.

En dan dat opvallende ’podiumpje’ bovenop de overkapping: waar kan dat goed voor zijn geweest? Na even puzzelen wordt dat wel al gauw duidelijk: het blijkt de fundering van de oude zuil van het beeld van Coster van Gerrit van Heerstal uit 1722 die nu elders in de tuin staat!

Het beeld van Coster toen nog pal voor de Vredestempel.
© Foto Noord-Hollands Archief
Het beeld van Coster toen nog pal voor de Vredestempel.

..................

In, om en óp de Beek

Twee centen uit 1878, een Friese of West-Friese duit uit 1658 of 1660. Uit de grond rond de Beek wist vrijwilliger Theo Bottelier fraaie metalen voorwerpen op te diepen.

Hij vond onder meer een 16e- of 17e-eeuwse kogel en een 500 jaar oude (gordijn)ring. Bijzonder is een 17e-eeuws linnenloodje uit Helmont (met een ’t’). Maar wat te denken van een boekbeslag uit de 15e eeuw!

Ondertussen riep het bakstenen plateautje bovenop de overkluizing vragen op. Het was tijdens het graven een perfect parkeerplaats voor de kruiwagen, maar wat was het?

Het blijkt het fundament van het Costerstandbeeld dat nu elders in het Prinsenhof staat. Dat beeld van Van Heerstal werd in 1722 neergezet. In 1801 verhuisde het naar de Grote Markt. Toen daar in 1856 een nieuw beeld van Loutje (van Louis Royer) kwam, verhuisde het weer terug. Eerst naar z’n oude plek, later naar de huidige, waar hij beter is te zien.

Wil je niks missen van Haarlems Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws