Sluipmoordenaar zout

Sluipmoordenaar zout
Foto Pr

Van de ene dag op de andere moest haar vriend, de jazzmusicus Willem Breuker, op een zoutarm dieet. Toen stond actrice Olga Zuiderhoek in lichte paniek achter het aanrecht. Aardappelen, witte vis, worteltjes. Zonder zout? Help, dacht ze. Was er maar een kookboek met tekeningen van Peter van Straaten voor mensen die net zo aan het ploeteren zijn als ik. Dat boek heeft ze dus zelf geschreven, samen met journalist Ingrid Harms: Ongezouten Zuiderhoek.

Met lichtgrimmige blik staat ze op de cover, pollepel in de mond. Want de boodschap van het boek is even ongezouten als de recepten: zout, vooral het bestanddeel natrium, is een sluipmoordenaar. En toch wordt het bijna overal ingestopt. Omdat we het zo lekker vinden en we het nog meer kopen en eten. Zuiderhoek: „De voedselindustrie verdient geld aan jouw dood.”

Minimaal 2 gram zout is wat je per dag nodig hebt, met 6 gram als verstandige bovengrens. Maar de gemiddelde Nederlander eet vaak meer dan 9 gram. Daarin zit 3.600 milligram natrium. „Dat is de ‘bad guy’”, zegt nierspecialist Willem Bax. „Eén van de belangrijke factoren bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. Een tijdbom.”

Duizenden doden

Een natriumarm dieet is beperkt tot 1.500/2.000 milligram zout per dag. Maar onze dagelijkse portie zou sowieso ten hoogste 2.500 moeten zijn, aldus Bax. „Als je echt grote gezondheidswinst wil behalen, moeten we allemaal van 9 naar 6 gram zout per dag. Dat scheelt duizenden doden, en dan heb ik het nog niet eens over beroertes of hartinfarcten. Het gaat om ongelooflijk veel mensen.”

Ondanks de instelling in 2007 van een Taskforce van de voedselindustrie om het probleem aan te pakken, is ons eten anno 2014 nog even zout als toen. „Je kunt de voedselindustrie de kar niet laten trekken”, aldus Bax. „Als ik soep kook zonder zout, en Olga mét zout, koop je die van Olga. Want die is, zoals ze dat noemen, ‘hoog op smaak’. Het is een fout van de overheid dat aan de markt over te laten. Wil je zout maatschappijbreed beperken, dan zou je dwingende regels of zelfs, zoals bij drank en tabak, een accijns op zout moeten invoeren.” Hoe betuttelend dat ook klinkt, preventie is veel efficiënter dan behandeling in een veel te laat stadium. „Ik zie mensen pas aan het einde van die rit, met nierproblemen, een beroerte of een hartinfarct die het resultaat zijn van vijftig jaar blootstelling aan zout.”

Praten zonder A

Toen Zuiderhoek zich ging verdiepen in zoutarm koken, voelde ze zich ‘verneukt’. Haar hele leven had ze suiker en vet gemeden voor de slanke lijn, blijkt zout een veel grotere boosdoener. Maar veel minder zout eten, is wennen. Zuiderhoek: „Het is in het begin als praten zonder A.” „Onze zoutthermostaat staat veel te hoog”, zegt Bax. „Dat is aangeleerd. In de middeleeuwen gingen we pekelen om te conserveren, toen was dat goed. Nu is zo veel zout nergens meer voor nodig. Maar als je van 9 naar 6 gram gaat, wordt dat als een gruwelijke straf ervaren.”

We zijn de weg kwijt als het om eten gaat, stelt hij. Vet en zoet laten we staan omdat we denken dat we daar strak, mooi en gelukkig van worden. „Als je aan de lijn doet, zie je ook snel resultaat. Maar zout minderen, geeft die instantbevrediging niet. Sterker nog, dat is in eerste instantie niet lekker. Dus willen we er niet aan.”

Zuiderhoek: „Maar je kunt zout overal uit weglaten. Sinds ik het dieet een paar jaar heb gekookt en meegegeten, gebruik ik heel veel minder zout en ik eet vers, vers, vers. Hema-worst, vroeger at ik die vaak. Maar nu ruik ik gevaar.Af en toe eet ik nog wel worst hoor. Maar dan weet ik dat ik iets heel zouts eet. Je ervan bewust zijn, lijkt me een goed begin.”

Olga Zuiderhoek en Ingrid Harms - Ongezouten Zuiderhoek. Illustraties Peter van Straaten. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 18,50 euro.

Wil je niks missen van Haarlems Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws