Het liedje ’Goeiemorgen’, een nieuw wereldrecord onbenulligheid om Acht Uur | column

Joost Prinsen

Er zijn veel manieren om vast te stellen dat je oud bent. Als auto’s voor je stoppen, terwijl je nog meters van het zebrapad verwijderd bent, ben je oud.

Als in je conversatie vaak het woord ’vroeger’ opduikt ook. Biologische truc: trek het vel aan de bovenkant van je hand omhoog en laat los. Springt het meteen terug, ben je jong, trekt het langzaam terug ben je middelbaar en kruipt het terug, ben je oud.

Op zondagavond, ander onderwerp, kijk ik naar het ’Achtuurjournaal’. Op andere dagen laat ik het nogal eens schieten want op internet heb je vaak het meeste nieuws al meegekregen. Maar de zondagen breng ik genoeglijk door met mevrouw N, geen ander dan Noraly Beyer. En voor haar is het journaal van acht uur een heilige koe. Ze heeft vroeger lang gewerkt bij de nieuwsdienst van onze omroep, zodoende.

Dit keer eindigde het journaal met de volgende twee items: mensen spelen cricket op het strand in Qatar. De strekking was geloof ik het feit dat de populairste sport daar ondergesneeuwd raakt door het wereldkampioenschap voetbal. Niet echt wereldschokkend nieuws vond ik. Laat ik zeggen: op het randje van wat je in het journaal verwacht.

Het slotitem was een nieuw wereldrecord ’onbenulligheid om Acht Uur’. Het liedje ’Goeiemorgen’, Belgische inzending op het songfestival 1971, beleeft viraal hoogtij in Oekraïne. Want in het Russisch betekent ’goeiemorgen’ zoiets als kutzooi of fuck you: „Dus als het licht uitgaat hier: goeiemorgen, hahaha!” We zagen een meisje dat het lied op haar mobieltje had geïnstalleerd en ook het Belgische duo van een halve eeuw geleden kwam geloof ik nog even in beeld.

Er ging een golf van medelijden door me heen met de arme Rob Trip, die deze treurnis met een gezicht van ’leuk hè’ aan de man moest brengen.

Mevrouw N verdedigde haar Acht-Uurcollega’s hartstochtelijk. Het ’right or wrong, my country’ staat hoog in haar vaandel. Kom niet aan haar gelieven, ook niet als je gelijk hebt. Een sympathieke trek, dat wel natuurlijk.

Dit keer moest ik bedenken dat de zondagen altijd lastig waren voor het journaal. Er gebeurt nu eenmaal weinig wereldschokkends op die dag. „In mijn tijd”, aldus mevrouw N, „belden we vaak naar Eddo Rosenthal, onze correspondent in Israël, want daar vieren ze de zondag niet.’’

We kissebisten nog even door. Ik vond dat het item geen pas gaf, geen pas geven mijn God, over oud worden gesproken, maar we kwamen er niet uit natuurlijk.

Kwaad worden omdat je vindt dat het NOS-journaal degradeert naar het niveau van ’Koffietijd’, hoe oud ben je dan?

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.