Haarlemmer (23) en Hoofddorper (21) verdacht van straatroof in Lisse, slachtoffer hardhandig uit zijn jas getrokken

Arjan Schuiling
Lisse

De Haagse officier van justitie begrijpt niet waarom twee jeugdige verdachten, een 23-jarige Haarlemmer en een 21-jarige Hoofddorper, hun betrokkenheid bij een straatroof in Lisse ontkennen terwijl ’alle vingers in hun richting wijzen’.

Op 21 december werden twee 14-jarige slachtoffers onder bedreiging van een golfclub beroofd van hun jassen een muts, telefoons en een portemonnee. Tegen de 23-jarige werd dinsdag bij de Haagse rechtbank een kleine twee jaar celstraf geëist en een half jaar voorwaardelijk. Ook mag hij als hij weer vrijkomt geen contact zoeken met één van de beide slachtoffers. Voor de jongere verdachte werd eveneens zo’n contactverbod geëist maar hij hoeft niet terug de cel in. De eis tegen hem was 200 dagen jeugddetentie waarvan 98 dagen voorwaardelijk, de resterende 102 dagen cel heeft de Hoofddorper al in voorarrest gezeten.

Strafblad

De aanklager motiveerde de zware strafeis tegen de oudste verdachte met een verwijzing naar zijn 16 pagina’s tellende strafblad. Bovendien wordt hij naast de straatroof ook verdacht van diefstal van een VW Golf en kentekenplaten, en van tanken zonder betalen in Hoofddorp. De 21-jarige verdachte valt onder het zogenaamde jeugdstrafrecht, waarin lichtere straffen mogelijk zijn voor de leeftijdscategorie 18 tot 23 jaar.

Het duo werd na een wilde achtervolging, waarbij snelheden van 170 kilometer per uur werden aangetikt, aangehouden in een doodlopende straat in de gestolen VW Golf. De 21-jarige droeg bij de arrestatie één van de gestolen jassen. Bovendien werden beide via fotoherkenning aangewezen door de beide slachtoffers.

Verklaring

Eén van de slachtoffers liet door zijn moeder een verklaring voorlezen, waaruit duidelijk werd dat hij zich ruim negen maanden later zich nog altijd niet op zijn gemak voelt in het donker of wanneer hij groepjes jongeren ziet. Terwijl hij tijdens de roof hardhandig uit zijn jas werd geholpen kreeg hij een trap tegen zijn enkel waarvan hij nog altijd last heeft. „Ik ben mijn gevoel van veiligheid kwijt”, aldus de 14-jarige.

De jongste verdachte verklaarde dat hij wel in de auto zat toen de roof plaatsvond, maar dat hij toen de auto niet is uit geweest en dus niet heeft meegedaan. Tegen hem spreekt echter dat hij in berichten op zijn telefoon erover spreekt dat hij iemand heeft ’geracet’, straattaal voor beroven. Hij deed dat nu af als ’stoerdoenerij’.

Vader

De oudste verdachte zegt dat hij wel daar in de buurt is geweest, omdat zijn vader daar woont, met de roof zou hij echter niets te maken hebben. Beide advocaten vroegen om vrijspraak voor hun cliënten. Eén van de raadsmannen had zich gestoord aan de wijze waarop de foto-identificatie had plaatsgevonden. Zijn cliënt stond op de foto afgebeeld in de gestolen jas.

Uitspraak 11 oktober.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.