Ze hebben een eigenaardige manier van vakantie vieren, mijn familie | column

Nhung Dam

Ze hebben een eigenaardige manier van vakantie vieren, mijn familie, al was het eerder een reünie. De afgelopen week vlogen ze vanuit de hele wereld allemaal richting een resort in Florida.

Op het vliegveld vielen mijn tantes, neven, nichten elkaar om de hals. „Ik heb de rijstkoker bij me”, riep mijn moeder, „dit gaat geweldig worden.”

Ook al zaten we in een toeristische trekpleister, die bekend stond om haar alligators, dolfijnen en witte stranden, voor mijn familie geen kiekjes op de promenade bij zonsondergang. Nee, zij poseerden voor een kokosboom bij het eerste het beste winkelcentrum. „Kijk, daar is er nog een”, riep een tante, waarop de anderen erop af stormden. Het liefst doken ze half in een tropische bloemenstruik met een bloem liefkozend in de hand, of nog beter, een tropische vrucht.

Na hun vlucht uit Vietnam in de jaren tachtig kwamen ze verspreid over de wereld te wonen. Het was hard werken geweest, genoeg geld verdienen om de achterblijvers in Vietnam te kunnen ondersteunen.Laten we nu dan ook echt vakantie vieren”, zei ik. Uit eten gaan, een drankje doen, maar nee, dat vonden ze allemaal zonde. De familie kwam zelfs met alleen handbagage gevlogen om geld te besparen, laat staan dat ik ze meekreeg in een kano of een airboat om dolfijnen te spotten. Liever wilden ze naar de Aziatische toko, en kwamen ze thuis met allerlei Vietnamese delicatessen. Er werd zelfs een extra koelkast op de kamer van het resort gezet om alles te kunnen opbergen.

Bij een Vietnamese kwekerij poseerde de familie met stervruchten, dragonvruchten, drapeerden ze hun lijven over de mangobomen en knepen ze poserend in guaves. „Net Vietnam”, riepen ze. „Hou er eens mee op”, zuchtte ik, „we zijn in Florida.” Het zou me nog gebeuren dat ik dadelijk naar huis zou gaan, en alleen kilo’s en kilo’s Vietnamese vruchten had gezien en het hele iconische Amerika zou missen.

Terwijl de reguliere resortgasten rustig in het zwembad lagen te dobberen, werd onze BBQ goed opgestookt voor een grootse Vietnamese maaltijd. Ons gebabbel overstemde het hele terrein. Op het moment dat de laatste gast zich afdroogde om zich klaar te maken voor een steak in het restaurant, ging bij ons de vissaus over en weer. „Net Vietnam”, riep moeder, die er sinds jaren weer gelukkig uitzag.

Wat arrogant van me om tegen ze te zuchten dat we in Florida waren, en niet in Vietnam. Natuurlijk, als ik op vakantie ben, wil ik zo ver mogelijk van Nederland zijn. Maar in een situatie waarin ik gedwongen zou moeten vluchten naar een compleet vreemd land, stel Mozambique, en er na jaren van heimwee, ineens een haringkraam zou opdoemen, waar ze ook nog eens hutspot serveerden, terwijl op de achtergrond een molen stond te draaien, ik zou mijn lijf eromheen draperen om het vast te leggen en roepen: „Net Nederland…”

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.