Sommige mensen hebben talent voor de nachtdienst en kunnen naar wens op elk moment in slaap vallen. Maaike van der Plas mist dat talent, maar ze heeft het roer omgegooid | column

Maaike van der Plas

Er zijn mensen met talent voor de nachtdienst. Zij kunnen, als getrainde militairen, op elk moment binnen luttele seconden in slaap vallen, zodat ze zowel tijdens de uren in het ziekenhuis als overdag hun rust kunnen pakken. In het donker bewegen ze zich als uitgeruste nachtdieren over de Spoedeisende Hulp. Rond het middaguur stappen ze, verkwikt en energiek, weer uit hun bed om van de rest van de dag te genieten.

Het andere uiterste vormen degenen die tijdens een dienstblok als een soort zombies door het leven gaan en regelmatig halverwege of tijdens de aansluitende compensatie worden geveld door oververmoeidheid of opportunistische virussen. Zelf bevind ik mij in het midden van dit spectrum. Ziek word ik nooit, maar na elke nacht krijgt ik wel steeds meer het gevoel dat er een grote vrachtwagen over me heen is gereden.

Ik zoek de schuld voor dat gevoel deels bij mezelf. In het verleden heb ik niet altijd de beste strategie gehanteerd tijdens deze periodes. Mijn grote fout is een overschot aan ambitie en optimisme. Als je namelijk naar de nachten kijkt, die regelmatig vrij rustig verlopen, zie je in eerste instantie een opeenstapeling van vrije uren waarin je productief bezig kunt zijn. Medische literatuur lezen, wetenschappelijke artikelen schrijven, achterstallige mails wegwerken, et cetera.

Meermaals heb ik een ambitieuze to-do-list opgesteld. Overdag ga ik wel naar bed, maar krijg ik na een uur of vijf alweer het idee dat ik het daglicht verspil. Ik plan zware wielertrainingen in, maak afspraken met vrienden en moet ook nog boodschappen doen en koken. De realiteit is dat dit niet haalbaar is. Tijdens de dienstperiode functioneer ik op het laagst mogelijke niveau. Alleen als een patiënt zich aandient, krijg ik kortdurend mijn cognitieve vermogens terug. De rest van de tijd ben ik een soort eencellige, die in staat is urenlang Netflix te kijken, maar eigenlijk niets anders en zeker niets nuttigs.

Dit blok besloot ik het roer om te gooien. Ik stelde geen lange lijst met verplichte taken op. Geen sociale afspraken, behalve op de vrije compensatiedagen. Ik haalde een lading appels, bananen, aardbeien en zelfs een mango in huis om smoothies te maken voor wanneer ik wakker werd. Vooraf maakte ik een lading pasta, lasagne en nasi, zodat ik geen enkele dag hoefde te koken. Ik stelde twee ventilatoren op rondom mijn bed en liet de boodschappen bezorgen. Verder nam ik me voor om tijdens de rustige nachten niet eindeloos series te kijken, maar te gaan slapen in de piketkamer zodra dat mogelijk was.

Ik vertrok met goede moed richting het ziekenhuis. Er was een plan en ik had vertrouwen. Na vijf jaar zou ik nu het juiste algoritme hebben gevonden en niemand kon dat verpesten. Behalve misschien de beveiliging, die bij aanvang van de dienst mededeelde dat alle piketkamers al vol waren. Die nacht probeerde ik te slapen op een bureaustoel waarvan ik de leuning zo ver mogelijk naar achteren had gekanteld. Mijn benen lagen op een tweede stoel; mijn zomerjas gebruikte ik als provisorische deken tegen de kou.

Die ochtend voelde ik me alsof er een grote vrachtwagen over me heen was gereden. Met als enige troost dat het dit keer niet mijn eigen schuld was.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.