’Machtig mooi, het ultieme hoogtepunt’. Verslaggever van deze krant Hans Swierstra veroverde in 1997 het felbegeerde kruisje | Elfstedentocht Special

Hans Swierstra.

Hans Swierstra.© Eigen foto

Hans Swierstra

Het was donderdagochtend 2 januari 1997, toen ik even het ijs verliet om een bekertje warme chocomel te drinken in het clubhuis van de Ankeveense IJsclub.

Ik was in alle vroegte opgestaan voor de ultieme test op de bevroren plassen. Het doel was duidelijk: eerst vijftig kilometer schaatsen en dan even informeren of voorzitter Henk Kroes van de Vereniging De Friesche Elf Steden intussen het verlossende ’It giet oan’ had uitgesproken. Zo ja, dan zou ik nog eens vijftig kilometer eraan vastknopen. Het moest voldoende basis zijn voor dé tocht, twee dagen later. Snelle informatievoorziening via een mobieltje was er destijds niet, dus ik was afhankelijk van de dame achter de bar, die na mijn vraag ’Gaat-ie door?’ bevestigend knikte.

Bartlehiem

De honderd kilometers kostten me weinig moeite. Pech daargelaten, wist ik dat Bolsward - de stad halverwege de tocht - makkelijk haalbaar moest zijn. Tevreden keerde ik huiswaarts, redelijk ontspannen. Als toenmalig sportjournalist zat ik in een luwe nieuwsweek en in het weekeinde zou ik niets hoeven overdragen. Het was kerstvakantie, dus bijna alle sporten verkeerden in een winterslaap. Bovendien wist ik wat me te wachten stond. In 1986 had ik als twintigjarige al meegedaan aan de tocht. Destijds vond ik mijn Waterloo ergens voor Bartlehiem. Conditioneel was ik topfit, maar misschien te druistig, met te weinig rust in mijn slag. Ergens in het donker gaf ik bij mijn volle verstand op. ’Ik krijg nog wel een kans’, dacht ik.

Opdonder

Die kwam er elf jaar later. Waar door de gure en vooral harde noordoostenwind het percentage uitrijders in 1997 aanzienlijk lager was dan in 1986, ging het mij juist makkelijker af. Onderweg kreeg ik op verschillende plaatsen morele steun van mijn vader, die de tocht in 1986 gelukkig wél had voltooid, maar nu kampte met een blessure. Mijn ijzer, dat in een scheur een flinke opdonder had gekregen, boog hij en passant ook nog even recht. ’s Avonds tegen negenen arriveerde ik in Dokkum in de wetenschap dat het zilveren Elfstedenkruisje voor het grijpen lag. Ik ging even zitten en zoog de zinderende ambiance in mij op. Even daarvoor ervoer ik - de stad binnenrijdend - hoe ik met een simpel armgebaar een menigte tot gejuich kon bewegen: machtig mooi. Het passeren van de finish in Leeuwarden was later die avond het ultieme hoogtepunt.

In de zomervakantie van afgelopen jaar bivakkeerde ik in Dokkum. Bij het keerpunt van de Elfstedentocht, gemarkeerd door twee bankjes in de vorm van Friese doorlopers, riep ik nog eens die sfeer op van bijna 25 jaar geleden. Zou het echt de allerlaatste keer zijn geweest?

Lees hier meer artikelen over de Elfstedentocht van 1997

Meer nieuws uit Sport

Meest gelezen