Speeltuin de Elba brengt jonge ouders uit de Transvaalbuurt samen: ’Voor je het weet ben je een buurtmens’

Loua (1) en June (4) met oma Edith.

Loua (1) en June (4) met oma Edith.© United Photos/Toussaint Kluiters

Nina Eshuis en Linda Gottmer
Haarlem

De wipwap en de kabelbaan van speeltuin Elba in Haarlem-Noord verbinden de ouders uit de Transvaal. Al sinds 1949. De kinderen, hun ouders en hun manier van doen veranderden, de aantrekkingskracht van de speelweide niet.

De opening van speeltuin de Elba, in 1949, was er niet een zoals je van een speeltuin zou verwachten.

Op een zomerse donderdagavond in juni trokken ruim driehonderd kinderen in een feestelijke stoet naar de Schalkburgergracht voor de opening van de speeltuin’, staat op de website van Elba.

Tot zover niks opmerkelijks. Maar wie verder leest:

Onderweg hadden de mensen ramen en gordijnen gesloten en de vlag halfstok ten teken van rouw.

Een protest? Waarom? Veel gelovigen uit de buurt waren tegen de komst van de speeltuin, waarmee een plantsoen verloren ging. Toenmalig burgemeester Oscar Cremer deed de opening. Hij sprak: ’Laat ons bewijzen dat de speeltuin, die onder het patronage van de heiligen Elisabeth en Barbara staat, (vandaar ELBA), géén last voor de buurt zal zijn. Mogen de ramen en gordijnen wagenwijd openstaan om de blijde jeugdkreten van de jeugd binnen te laten.’

Nu, 72 jaar later, zijn Cremers woorden werkelijkheid. Het is woensdagmiddag, 8 graden, bewolkt en buiig. Maar voor de aanwas van kinderen bij Elba maakt dat niet veel uit. Een groepje jongens van een jaar of tien speelt in de voetbalkooi. Om de schommels, wip en glijbaan hollen kinderen. Bijbehorende volwassenen wandelen erachteraan.

Het gezicht, Adrie

Adrie Kooiman (60) is het gezicht van de speeltuin, al 18 jaar. Ze werkt voor stichting Haarlem Effect. Met haar regenboogvestje, hemelsblauwe broek en Winnie de Poeh-trui is ze voor de kinderen een warm voorkomen. „Ik heb altijd leuke kleurtjes aan.” Adrie houdt een oogje in het zeil als de speeltuin open is. In de winter zit ze binnen, in het buurthuis horend bij de speeltuin. In de zomer zit ze buiten, op haar blauwe campingstoel waar ze met markeerstift ’A3’ op schreef.

Adrie int de contributie, opent de deur van het buurthuis en houdt de tijd in de gaten dat de ouderen kinderen thuis moeten zijn. Ook kan je bij haar voor een habbekrats limonade, een zakje snoep, ijsje of kop koffie kopen.

(Tekst gaat door onder de foto)

Voor een habbekrats koop je een versnapering bij de Elba.

Voor een habbekrats koop je een versnapering bij de Elba.© United Photos/Toussaint Kluiters

Vandaag zit Adrie in het buurthuis achter haar laptop. Het heeft net geregend en ze kijkt voortdurend uit het raam. Als er mensen het hek doorkomen, loopt ze het liefst even naar buiten om met een handdoek de toestellen te drogen.

„Ik ben hier niet alleen voor de kinderen”, zegt ze. „Net nog, kwam een oudere buurvrouw met haar nieuw gekochte stappenteller binnenlopen. Ze snapte het ding niet. Ach, ik heb haar gelijk maar even geholpen met het printen van haar QR-code. Ik dacht, heeft ze die ook gelijk. Dat soort dingen gebeuren hier dagelijks.”

Vroeger werden in het buurthuis wel eens activiteiten georganiseerd door de Elba. Kinderdisco’s of knutselmiddagen bijvoorbeeld. „Maar daar is bijna geen vraag meer naar, tijden veranderen”, zegt Adrie. „Kinderen hebben vandaag de dag al zo veel moetjes. Dat was vroeger niet hoor. Verplichte activiteiten bij de opvang, zwemles, voetbal, of partijtjes van vriendjes. Bij Elba kunnen ze gewoon lekker spelen.”

(Tekst gaat door onder de foto)

In de winter zit Adrie binnen in het buurthuis. In de zomer zit ze buiten, op haar blauwe campingstoel waar ze met markeerstift ’A3’ op schreef.

In de winter zit Adrie binnen in het buurthuis. In de zomer zit ze buiten, op haar blauwe campingstoel waar ze met markeerstift ’A3’ op schreef.© United Photos/Toussaint Kluiters

Expats en Amsterdammers

Voor de zandbak zitten twee kleuters in thermokleding. Met plastic schepjes scheppen ze water uit een plas. Hun moeders, ook flink ingepakt, staan erbij. „We hoeven niet met ons naam of foto in de krant”, zegt er een. Over de speeltuin wil ze best wat zeggen. „We komen hier vaak, mijn man, kinderen en ik.”

De ander knikt. „Er zijn altijd bekende gezichten hier. Veel expats, dus er wordt veel Engels gepraat. Dat is fijn voor mijn vriend, die komt uit Australië.” Ze zijn vanuit Amsterdam in de Transvaalbuurt komen wonen, vertelt ze. „Maar ik kom eigenlijk uit Twente. Toch voel ik me hier wel een beetje de Amsterdamse import”, ze lacht. Is dat iets ergs? „Ik vind van niet.”

De Elba is volgens Gerben (38) een geliefde ontmoetingsplek onder ouders uit de buurt. Hij woont 15 jaar in Haarlem, waarvan tien in de Transvaal. „Het is een lekker stukje, met bomen. En dichtbij voor ons.” Zijn kinderen Jeppe (4) en Nena (1) zijn ook fan. „Jeppe wil hier altijd heen, hè Jeppe?” Is het vanwege de glijbaan? Jeppe (4) schudt zijn hoofd. De grote wipwap dan? Hij knikt enthousiast van ja. De grote wipwap, dat is zijn favoriet. En de kabelbaan, natuurlijk. Een van de pronkstukken van de Elba. De jonge ouder is even eerder binnengelopen bij het huisje, naar Adrie, om een lidmaatschap af te sluiten. „Meestal loop je gewoon door. Maar net dacht ik potverdorie: nu moet ik een keer lid worden.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Vriendinnen Doris (4) en Roos (5) gaan het liefst van de kabelbaan.

Vriendinnen Doris (4) en Roos (5) gaan het liefst van de kabelbaan.© United Photos/Toussaint Kluiters

Een bezoekje aan de Elba is namelijk niet gratis. Gezinnen betalen 0,70 cent per keer of 25 euro per jaar. Van dat geld wordt de speeltuin onderhouden en wordt zo nu en dan een nieuw toestel gekocht. De Elba is een zelfstandige vereniging. Vooral het huisje dat op het terrein staat is ’een goudmijntje’, volgens voorzitter van het bestuur Peter Govers (55). De ruimte wordt verhuurd. Op maandag aan een bridgeclub, op dinsdag aan een aquarelgroep en op woensdag en donderdag aan klaverjasverenigingen.

’Ik ben geen buurtmens’

Peter woont ook in de buurt. Zijn dochters speelden altijd graag in de speeltuin, zo is hij betrokken geraakt. Eerst als kluscoördinator, nu als voorzitter. Zijn dochters zijn inmiddels 12 en 16 jaar oud. „De tijd van spelen is nu wel voorbij.” Maar Peter zit nog steeds in het bestuur. Lachend: „Ik heb mijn hele leven gezegd: ik ben geen verenigingsmens, ik ben geen buurtmens. Maar ik zit er tot mijn oren in.” De Elba creëert verbinding in de buurt, ziet Peter. „Je leert veel mensen kennen. Voor je het weet ben je een buurtmens.”

Hij heeft zijn buurt de 17 jaar dat hij er woont zien veranderen. Meer jonge gezinnen, expats, mensen uit Amsterdam. „De buurt is opgeknapt, je ziet dat er meer geld is gaan wonen.” Al is dat nog geen reden om de contributie omhoog te gooien, vindt hij. „Die houden we bewust laag, om de speeltuin voor iedereen toegankelijk te houden. Er zijn nog steeds veel mensen in de maatschappij voor wie het moeilijk is om de eindjes aan elkaar te knopen.” Ook Adrie ziet veranderingen: „Sommige ouders zitten continu op hun telefoon. Dan moet ik zeggen: ’Hallo, je kind huilt’”, een generatieding, beredeneert ze zelf. „Vroeger waren er natuurlijk geen smartphones.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Adrie Kooiman (60) is het gezicht van de speeltuin, al 18 jaar.

Adrie Kooiman (60) is het gezicht van de speeltuin, al 18 jaar.© United Photos/Toussaint Kluiters

De Elba is afhankelijk van buurtmensen. Zoals vrijwilliger Paul Derks (52), die deze woensdagmiddag ook even komt buurten. Paul heeft net als Peter in het bestuur gezeten, maar nu helpt hij vooral nog met klussen. Twee keer per jaar organiseert de Elba een klusdag. Dan schilderen ze de toestellen en verzorgen ze de begroeiing. Paul: „Een keer per jaar komt inspectie langs, die punten pakken we dan ook mee.” Zijn kinderen komen ook niet meer in de speeltuin, maar Paul blijft graag helpen. Jarenlang werkte hij als beveiliger, nu let hij erop dat de speeltoestellen in de Elba veilig genoeg zijn. „Veiligheid voor alles.”

Van heinde en verre

Niet alleen gezinnen uit de Transvaal komen op de Elba af, benadrukt Paul. „Ze komen uit de Patrimoniumbuurt, de Indische buurt.” Adrie knikt: „Ik heb er zelfs een uit Schalkwijk die lid is.” Waarom? Paul: „Het is de gastvrijheid denk ik. En alles is netjes onderhouden. We zijn goed met geld uitgeven. Verandering blijft nieuwe leden trekken. De kabelbaan is nieuw, de zandbak is nieuw.”

Vrijwilligers zijn trouwens altijd welkom, wil voorzitter Peter nog wel even meegeven. „We moeten zelf flink de handen uit de mouwen steken. Meer mensen zijn dus altijd welkom.” Vooral op de klusdagen: „Al komen ze maar een uurtje.”

De speeltuin komt gelukkig nooit kinderen tekort. Het is er eigenlijk altijd heel druk, of gewoon druk, volgens Adrie. „Als het droog is, komen er kids. Het gebeurt maar twee, drie keer per jaar dat ik hier voor Jan met de korte achternaam zit. Verder is er altijd wel volk.”

Lees ook: Meer verhalen over de Transvaalbuurt

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.