Ondanks trouwboekje en testament wil Knab een ’Verklaring van erfrecht’

© illustratie maarten wolterink

Durk Geertsma

Corry van den Broek-de Groot is laaiend op Knab, de bank waar het geld van haar en haar man Frits stond. Toen hij plotseling overleed kon ze er niet bij, hoewel ze keurig aan alle eisen van de bank had voldaan.

Het overlijden is inmiddels anderhalf jaar terug, maar de boosheid spat nog uit de e-mail die ze naar het ombudsteam stuurde. Het begint al met het opsturen van de benodigde papieren naar de bank. Mevrouw Van den Broek moet bewijzen dat ze recht op het geld heeft, omdat de rekening alleen op naam van haar man stond. Ze stuurt een akte van overlijden en kopieën van de paspoorten op. Die komen niet aan. Daarna mailt ze de papieren nog een keer. Ze krijgt een vragenformulier, maakt 0,01 euro over en meldt naar waarheid dat er een testament op langstlevende was. ,,Toen begon de narigheid. Volgens de Nederlandse grondwet is de overgebleven echtgenoot de wettige erfgenaam. Ik was bijna 53 jaar gehuwd. Bovendien hadden we voor alle zekerheid in 1991 een testament op langstlevende afgesloten. Volgens de grondwet ben ik dus twee maal zijn wettige erfgenaam. Maar niet voor de Knab-bank. Die eisen nog een ’Verklaring van erfrecht’. Waarom? Ik heb dat bij de medewerkers diverse keren gevraagd, maar nooit een antwoord gekregen.’’

Verklaring

Wat ze ook doet: de bank wil perse een ’Verklaring van erfrecht’. Mevrouw Van den Broek moet daarvoor kosten maken bij de notaris en bovendien - omdat ze niet bij het spaargeld kan - een lening afsluiten om de kosten van uitvaart en bijzetting in de urnenmuur te kunnen voldoen. Een bedrag van ruim 900 euro.

En als ’klap op de vuurpijl’ komt er in mei van dit jaar een mailtje dat de cardreader van de bank vervangen moet worden. Aanhef: ’Beste Frits’. ,,Schandalig’’, zegt mevrouw Van den Broek. De bank erkent deze laatste fout en stuurt haar een bos bloemen en een dinerbon voor 150 euro.

Beslisboom

De woordvoerster van Knab legt ons uitgebreid uit dat de bank handelt op basis van een zogenaamde ’beslisboom’ van de Nederlandse vereniging van Banken (NVB). Door het beantwoorden van een aantal vragen kan bepaald worden of een bank met of zonder ’Verklaring van erfrecht’ tegoeden uit kan keren. Die beslisboom ’eist’ ook bij een testament een ’Verklaring van erfrecht’. Immers: het testament is een wilsbeschikking, maar wil niet zeggen dat het ook door de erfgenamen wordt geaccepteerd.

Kifid

Maar er is beleidsvrijheid bij de banken. Het financieel klachteninstituut Kifid heeft in een uitspraak in december 2020 in een soortgelijke zaak geoordeeld dat een bank bij de invulling van dit artikel een eigen vrijheid heeft, als dat naar maatstaven van ’redelijkheid en billijkheid’ aanvaardbaar is. De woordvoerster van de bank: ,,De bank zal dus steeds moeten beoordelen of een ’Verklaring van erfrecht’ echt nodig is of dat men met de informatie van de klant genoegen kan nemen.’’

Vanwege dit ’voortschrijdend’ inzicht heeft de bank de kwestie opnieuw beoordeeld en geconcludeerd dat die ’Verklaring’ niet nodig was geweest. De bank maakt excuses en neemt de extra kosten van mevrouw Van den Broek voor haar rekening. De woordvoerster zegt dat de bank overlegt met de Nederlandse vereniging van Banken omdat de beslisboom nog niet aangepast is.

Wilt u reageren of heeft u hulp nodig van het Ombudsteam? Mail ons!

Meer nieuws uit Ombudsteam

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.