Lobby Microsoft en Google was misleidend. Jarenlang hengelde het Rijk naar datacentra, maar het stroomnetwerk kan ze nauwelijks aan

Mike Muller en Mirjam van der Puijl
Amsterdam

De explosieve groei van het aantal datacentra in Nederland is de afgelopen jaren volop gestimuleerd door een actieve internationale lobby van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Nu de energieslurpende centra er eenmaal zijn en gewone bedrijven van het stroomnet dreigen te verstoten, krabben overheden zich achter de oren.

Uit documenten die de Telegraaf en deze krant na een Wob-verzoek in handen kregen, komt naar voren dat beleidsmakers zich de afgelopen jaren dikwijls baseerden op informatie van techbedrijven zelf, die door eigen ambtenaren in twijfel wordt getrokken. Ministeriemedewerkers waarschuwen intern dat het ontbreekt aan een goed doorwrochte strategie, waardoor onder andere problemen op het energienetwerk voorkomen kunnen worden.

Uit die vele pagina’s blijkt ook dat EZK al jaren actief internationaal beleid voert om grote multinationals als Facebook en Google naar onze polders te halen. Nog in 2019 stippelt EZK samen met Binnenlandse Zaken een ’Routekaart in 10 stappen tot 2030’ uit voor de datacentra. Die strategie stelt onder meer: ’bestaande hyperscale locaties Middenmeer en Eemshaven dienen verder gefaciliteerd te worden in hun uitbreiding en opgenomen in data- energie- en warmtenetwerken.’ Dat datacentra in heel het land energie slurpen en dit problemen geeft op het stroomnet, wordt opgemerkt als ’kritische succesfactor’, staat in stukken. Hoe en door wie dat moet worden opgelost, blijft onvermeld.

Honger

Uit de documenten blijkt ook dat overheden hun ’datacentrahonger’ deels baseerden op documenten die van bedrijven zelf afkomstig zijn of door een lobbyorganisatie zijn geschreven.

Een van de rooskleurige cijfers die bijvoorbeeld rondzingen, is dat een ’kwart van het Nederlandse Bruto Nationaal Product afhankelijk is van datacenters’. Dit optimistische vooruitzicht duikt ook op in stukken van het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar is afkomstig van een lobbygroep. Dat wordt zelfs EZK te gortig. „Het klopt dat de sector belangrijk is, maar dit moet niet worden overdreven”, schreven ambtenaren in een nota.

Pas in 2020, na jarenlange actieve acquisitie, concluderen hoge ambtenaren in een overleg dat het ministerie „onvoldoende onafhankelijke en actuele gegevens” heeft om te bepalen „wat datacenters betekenen voor het toekomstig economisch innovatie- en verdienvermogen.”

Als EZK uiteindelijk een eigen studie laat uitvoeren, blijkt dat de komst van meer datacentra voor eigen land nauwelijks voordelen met zich meebrengt. In juni 2021 concludeert het rapport van consultancybedrijf BCI dat slechts 25 tot 35 procent van de bestaande datacentercapaciteit voor in Nederland gevestigde bedrijven en organisaties wordt gebruikt. De rest gaat naar het buitenland. De onderzoekers constateren dat er in Nederland een dusdanige overcapaciteit is, dat er ’nauwelijks voordelen’ zitten aan een ’buitenproportioneel groot datacentercluster binnen Nederland’. „Binnen het Nederlandse bedrijfsleven is het aandeel bedrijven dat daadwerkelijk voordeel heeft van vestiging nabij datacenters, zeer beperkt.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Datacenter op het Agriport in Middenmeer

Datacenter op het Agriport in Middenmeer© Frank van der Molen

Stuurloos hengelen naar energieslurpers

Op energiegebied dreigen datacentra in Nederland zich de komende jaren als ’koekoeksjong’ te gaan gedragen. Vooral in Noord-Holland, Zuid-Holland en de noordelijke provincies begint het elektriciteitsnetwerk vol te raken. Steeds vaker gaan bedrijven en organisaties op de wachtlijst voor nieuwe elektriciteitsaansluitingen. Desondanks, staat in de stukken te lezen, eist de datacentersector bij het ministerie bij investeringen in het Nederlandse elektriciteitsnetwerk „een voorkeurspositie op ten opzichte van andere bedrijven” – iets wat door ambtenaren uiteindelijk zal worden ontraden.

Uit de stukken blijken ook de werkelijke redenen voor datacentra om zich hier te vestigen: Nederland wordt gezien als politiek stabiel land, de grondprijzen zijn in de polders laag en er is veel ’duurzame energie’ (vaak middels windturbines opgewekt) die kan worden gebruikt. Groene stroom die bedoeld was voor huishoudens verdwijnt zo in datahallen, is de kritiek van omwonenden van windturbineparken.

Het exacte energieverbruik zelf houdt de sector geheim, maar uit de informatie is af te leiden dat het bij de datacentra – en dan vooral de zogeheten ’hyperscale’ datacentra zoals die van Google en Microsoft – om enorme hoeveelheden gaat. Nu al verbruiken de serverhallen meer stroom dan de gehele Nederlandse Spoorwegen en komende jaren zit er nog exponentiële groei aan te komen. Zo zal een datahal die mogelijk verrijst in Zeewolde naar schatting dezelfde hoeveelheid stroom als de stad Amsterdam verbruiken, blijkt uit doorrekeningen. Desalniettemin staan de seinen bij bestuurders nog op groen om meer hallen te faciliteren.

Geen regie, geen organisatie, geen regels

Of dat verstandig is, valt te bezien. In januari 2020 ontving de minister van EZK een tussenrapport van een van de ’taskforces’ die zich buigen over de energietransitie. Als het gaat om het elektriciteitsnetwerk, concludeert het rapport, is de regie volkomen zoek. „Organisatie en marktordening van nieuwe infrastructuren ontbreken. Niemand heeft doorzettingsmacht. Er is geen marktmeester of regisseur die een leidende rol neemt, er is geen verbindende instantie door alle overheidslagen, industrieën, clusters en sectoren heen, er zijn geen regels voor de marktordening die de ontwikkeling en integratie van netwerken bevordert, en er zijn geen afspraken over de afdekking van risico’s.”

Een maand eerder, in maart 2020, is men ook op het ministerie van EZK tot de conclusie gekomen dat vanwege ruimtegebrek op land en op het netwerk het ’een vrijwel onmogelijke taak’ is geworden om de stroom- en waterslurpers te bergen. Besloten wordt zelfs om voor de regio rond Amsterdam niet meer ’proactief te acquireren’.

De komst van datacentra moet nu vooral ’maatwerk’ worden ’dat in overleg met gemeenten en provincies plaatsvindt’. Dit landelijk organiseren zien de ambtenaren niet zitten. „Ons inziens rechtvaardigt het belang van de sector niet het verlaten van het uitgangspunt dat deze keuzes in principe decentraal dienen te worden gemaakt.” Volgens het ministerie van EZK is een eigen landelijke strategie niet nodig, laat staan een afbouwstrategie. „Beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het vestigen van datacentra ligt regionaal en er is onvoldoende informatie over een mogelijk probleem beschikbaar om landelijke sturing daarop te zetten.”

Vooralsnog gaan bestaande plannen voor de bouw voor nieuwe datacentra in diverse gemeentes daarom door. In Zeewolde moet de gemeenteraad een besluit nemen of zij de grootste datahal van Nederland wil vergunnen, in de Noord-Hollandse gemeente Hollands Kroon is door het bevoegd gezag (de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) in opdracht van de provincie een ’gedoogbeslissing’ afgegeven aan Microsoft. Het techbedrijf mag – nog vóór de definitieve bouwvergunning is verleend – alvast ’op eigen risico’ beginnen met de voorbereidende werkzaamheden. Eerder waren die nog stilgelegd.

(Tekst gaat door onder de foto)

Het werkterrein waar datacenter B1 moet verrijzen aan de Cultuurweg in Middenmeer.

Het werkterrein waar datacenter B1 moet verrijzen aan de Cultuurweg in Middenmeer.© Frank van der Molen

Kritiek

In de Tweede Kamer klinkt al langer kritiek op de groei van datacentra door het land. Onder meer BBB, JA21 en de SP stelden kritische vragen. PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk kondigde vorige week al een motie aan waarin hij pleit voor landelijke regels om verdere groei in te perken. „Naast dat die dingen er vaak niet uitzien en de werkgelegenheid enorm tegenvalt, kun je je afvragen wat het publieke belang van nieuwe datacentra is. Het ministerie heeft de regie totaal uit handen gegeven. Die moet echt terug.”

In antwoord op vragen van Kamerleden herhaalde minister Blok (EZK) onlangs geen aanleiding te zien om de teugels aan te trekken. Hij zegt dat datacentra ’werkgelegenheid bieden’ en daarom door gemeenten worden verwelkomd. Hij noemt de ’kanttekeningen die geplaatst worden’ wel terecht, maar houdt vast dat provincies en gemeenten moeten bepalen waar bedrijven gevestigd worden -ondanks een jarenlange ’binnenhaalbeleid’ van zijn eigen ministerie. De kaders waarbinnen datacentra mogen verrijzen worden nog wel ’samen met de provincies en gemeenten verder uitgewerkt.’

Groen imago

Naast problemen met de energiegebruik van datacentra spelen er issues met koeling van de zoemende servers. In de Wieringermeerpolder worden in de zomermaanden (juist als burgers wordt opgeroepen om zuinig te doen met drinkwater wegens dreigende tekorten) gigantische hoeveelheden liters drinkwater afgetapt om servers te koelen. Problemen die al in 2015 in een ’wensenlijstje’ bij het ministerie gesignaleerd worden, maar waarvoor geen oplossingen gevonden zijn. Hetzelfde geldt voor restwarmte. Ondanks mooie beloften, hebben de techbedrijven geen verplichting om warmte terug te leveren aan bijvoorbeeld kassen, woningen of omliggende bedrijven. In werkelijkheid waait de warme wind de buitenlucht in.

In Noord-Holland zorgt de komst van datacenters al maandenlang voor burgerprotesten en juridische conflicten. Zo kreeg de provincie, die het niet eens was met nieuwe uitbreidingsplannen in de polder, het aan de stok met de gemeente Hollands Kroon over wie de vergunningen moest verlenen. Ook gaf de provincie een ’reactieve aanwijzing’ aan de gemeente, nu een bestemmingsplan is gewijzigd dat uitbreiding van datacentra mogelijk maakt. Hollands Kroon kondigde aan dat besluit bij de Raad van State te willen aanvechten.

Deze zomer viel ook het ’groene imago’ dat door de sector gepropageerd wordt in duigen. Techbedrijven hebben in de Wieringermeerpolder tientallen mega-dieselaggregaten opgesteld om -in geval van een stroomstoring- op diesel de servers draaiende te houden. Alleen al voor het maandelijks testen van de aggregaten nabij een Natura2000-gebied moeten zogeheten ’emissierechten’ worden gekocht. In tanks zijn de miljoenen liters diesel opgeslagen.

Verantwoording

Dit artikel is gebaseerd op duizenden documenten van het ministerie van EZK, de provincie Noord-Holland, de gemeente Hollands Kroon, omgevingsdiensten en waterschappen. Na beroepen op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) zijn die vrijgegeven aan de Telegraaf en deze krant.

In meerdere Wob-procedures wierpen advocaten van techbedrijven bezwaren op tegen openbaarmaking van documenten. Zo verwijderde de gemeente Hollands Kroon op verzoek van Microsoft alle vrijgegeven documenten van haar website, en is door dat bedrijf een rechtszaak in gang gezet bij de rechtbank Noord-Holland om openbaarmaking van nog vertrouwelijke documenten te verhinderen. Ook bij het ministerie van EZK is door een ’belanghebbende’ bezwaar gemaakt tegen verdere openbaarmaking. Hoewel het ministerie die documenten zelf juist wel wil vrijgegeven, houdt de minister er rekening mee dat ook hiertegen juridische stappen worden ondernomen, wordt gemeld in het Wob-besluit.

Meer nieuws uit Uitgelicht

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.