Volks ontmoet yup in de Transvaalbuurt. ’Ik noem het hier wel eens de camping’

Buren Gré Mesman, Robin Doezie en Cor Jonker (vlnr).

Buren Gré Mesman, Robin Doezie en Cor Jonker (vlnr).© Foto United Photos/Toussaint Kluiters

Linda Gottmer en Nina Eshuis
Haarlem

Vroeger was de Transvaalbuurt een echte volksbuurt. Inmiddels zie je steeds meer bakfietsen, visgraatvloeren en dakopbouwen. Oude en nieuwe bewoners vertellen over hun buurt. „Het zijn niet alleen yuppen hoor, die hier komen wonen.”

Cor Jonker (76) gooit elke dag het Haarlems Dagblad door de bus bij zijn buurman Robin Doezie (32). Pas sinds twee jaar zijn ze buren, in de Reitzstraat. Doezie, marketeer, verhuisde met zijn vriendin Lotte vanuit Amsterdam. Cor, gepensioneerd timmerman, woont er al sinds 1972. Eerst met zijn vrouw Marijke, tot ze overleed. Nu komt Gré Mesman wel eens over de vloer.

Gré: ,,Ik woon vandaag toevallig precies 51 jaar aan de Gedempte Schalk Burgergracht.”

Cor: ,,We hebben een lat-relatie.”

Gré: ,,Van driehonderd meter. Waarom zou je samen gaan wonen?”

Robin: ,,Dan kun je één huis verkopen.”

Gré: ,,Ja, wat moet je met het geld doen?”

Cor: ,,Wij kunnen het toch niet meer opmaken.”

Gré: ,,Ik hoop nog eens dat mijn kleinkinderen erin komen. Dat zou leuk zijn.”

Cor: „Ik ben geboren en getogen Haarlemmer. Ik woonde eerst in de Rijnstraat. Dat was toentertijd de rand van Haarlem. Ik ben opgegroeid op het boerenland, het was allemaal weiland om ons heen. Wij liepen op klompen. Hier in de Reitzstraat was de klompencentrale. Dan kwam ik op mijn oude klompjes heen en op mijn nieuwe klompen liep ik terug.”

Tekst gaat door onder de foto

Cor Jonker: ’Ik kocht mijn huis voor nu omgerekend 8.000 euro.’

Cor Jonker: ’Ik kocht mijn huis voor nu omgerekend 8.000 euro.’© Foto United Photos/Toussaint Kluiters

Robin: „Ik leer elke keer weer met Cor.”

Gré: „Dat wist ik ook niet hoor.”

Het Amsterdamse stel kocht hun huis in 2019 van een investeerder. Die had het verbouwd en er een derde verdieping opgezet. Hun huis heeft een strakke, witte gevel, heel anders dan het huis van Cor. Ze moesten tien procent boven de vraagprijs bieden.

Robin: „Ik dacht toen wel: joh, want een hoop geld. We hebben het gekocht voor 485.000 euro. Nu, twee jaar verder, denk ik: dat is een goede deal geweest.”

Cor: „Wij schrokken wel hoor, toen we hoorden dat zij 485 geboden hadden. Dat hoorden wij gelijk, natuurlijk. Geen idee hoe dat gaat, heel stom is dat. Die investeerder heeft er 225 voor betaald. Ik kocht mijn huis voor omgerekend 8.000 euro. Dat die prijs in die vijftig jaar toch zo schrikbarend omhooggegaan is, hè.”

Cor: „We hebben goed contact, dat hebben we met de buren aan de overkant ook. En die gaan nu ook alweer verhuizen.”

Robin: „Oh ja?”

Cor: „Over de veertig kijkers, zei de makelaar.”

Robin: „Zo.”

Cor: „Ik vroeg: wat is het hoogste bod? Hij zegt: vijf en een kwart.”

Gré: „Ik krijg ook allemaal briefjes in de bus, of ik mijn huis wil verkopen. Jullie ook?”

Robin: „Ja, wij ook. We hebben het nu in totaal drie of vier keer gehad.”

Cor: „Ik ook zeker drie keer.”

Tekst gaat door onder de foto

Robin Doezie: ’Ik denk wel dat wij onder de definitie van yuppen vallen.’

Robin Doezie: ’Ik denk wel dat wij onder de definitie van yuppen vallen.’© Foto United Photos/Toussaint Kluiters

Cor: „Het zijn niet alleen yuppen hoor, die hier komen wonen. Het zijn ook gewone mensen zoals Robin. Hardwerkende mensen. Ze moeten toch het geld bij elkaar sprokkelen om die hypotheken hier te kunnen betalen.”

Robin: „Maar wat vind je wel een yup, dan?”

Cor: „Ik heb eigenlijk geen idee wat ze daaronder verstaan.”

Robin: „Ik denk wel dat wij onder de definitie van yuppen vallen. Dat staat voor young urban professional. We zijn jong, komen uit de stad en werken allebei. Ik hoor mensen uit de buurt wel eens over de yuppen en dan denk ik: oei, ze hebben het over mij. Maar de buurman hiernaast zegt ook wel eens: nee, jullie zijn geen yuppen. Jullie zijn gewoon leuk. Wij voelen ons natuurlijk wel aangesproken omdat wij ook een jong stel zijn uit Amsterdam in een groot huis, met zwarte kozijnen en een visgraatvloer.”

Cor: „Ik heb ook een visgraatvloer!”

Gré: „Ja, dat wel.”

Robin: „Maar ik heb nooit het idee gehad dat er over ons wordt geroddeld. Met de buren hebben we goed contact. Er is een hele fijn gemoedelijke sfeer. Laatst moest ik een plintje voor de badkamer op maat maken. Ik denk: Cor is timmerman, ik loop even langs. Hij was natuurlijk thuis. Nou, binnen vijf minuten had-ie het plintje gemaakt. Dat is toch superleuk?”

Ed Martens (58): ’Mijn sleutel ligt overal’

Ed Martens: ’Sjon, Richard, Dirk en ik, we houden elkaar in de gaten.’

Ed Martens: ’Sjon, Richard, Dirk en ik, we houden elkaar in de gaten.’© Foto United Photos/Toussaint Kluiters

Werk: voormalig timmerman, nu afgekeurd

Woont: sinds 2006 in de Reitzstraat

In de woonkamer van Ed Martens (58), hangt een tegeltje met de tekst: ’De kroeg is de hoeksteen van de samenleving’. Ook aan zijn muur: drie houten paardenhoofden. Ze komen uit café ’t Hoekje, Martens woont er schuin boven. „Ik heb ze zelf gerestaureerd. Ze hingen bij de wc’s. De neusgaten waren volgestouwd met kauwgom.” Nu wordt het café verbouwd tot appartementen.

Ed: „’t Hoekje was de buurt. Ik kwam er vaak. Maar zelden ’s avonds. Na m’n werk ging ik altijd naar beneden en kreeg ik een potje bier. Aan het einde van de maand betaalde ik mijn rekening. Nu beginnen ze in de buurt te balen dat het weg is. Toch wel jammer, zeggen ze dan. Dan denk ik: en nu ga je zitten zeiken? Dat had je toen moeten doen.”

Al vijftien jaar woont Ed in de Reitzstraat. Hij huurt er een bovenwoning. Daarvoor woonde hij ook al in de Transvaal. Aan het Pretoriaplein en de Generaal de Wetstraat. „Als ze me twee dagen niet zien, word ik gebeld. Of ze staan aan de deur. Boem, boem. Hoe gaat het met je? Sjon, Richard, Dirk en ik, we houden elkaar in de gaten. Mijn sleutel ligt overal.”

In de zomer zitten ze buiten, op de stoep. „Dan belt Sjon op, zegt-ie: biertje? Dan kom ik eraan. Dirk van hiernaast, die heeft een camping. Die gaat over een maand stoppen. Nou dat wordt een groot feest. Dan gaan we met z’n allen buiten zitten. Lekker polonaise doen.”

En de nieuwe bewoners? Die mogen erbij komen zitten. „Dan zeggen we: het is mooi weer, lekker vrolijk blijven. En anders kom je er lekker bij zitten. Oh, oh, ja, doen ze dan. Nou zitten, wat wil je drinken. Huppakee, ijs is gebroken.”

Ed wacht op een seniorenwoning in IJmuiden, waar hij vandaan komt. Mocht-ie weg gaan, gaat hij het missen, de Transvaal. „Wat je hier hebt, de liefde van je vrienden en kennissen, dat krijg je nooit meer. Dat moet je ergens anders weer opbouwen.”

Jeffrey de Bruijn (28): ’Ik snap die beleggers wel’

’Voor ons budget en met onze wensen, dichtbij het station, bleven er zo’n acht huizen over. Allemaal in de Transvaalbuurt.’

’Voor ons budget en met onze wensen, dichtbij het station, bleven er zo’n acht huizen over. Allemaal in de Transvaalbuurt.’© Foto United Photos/Toussaint Kluiters

Werk: Bij ABN AMRO

Woont: Sinds 2019 in de Tugelastraat, samen met vriendin Michèle (25)

„In Amstelveen, waar we vandaag komen, gaan rijtjeshuizen voor een miljoen de deur uit. Dus keken we in Haarlem. Voor ons budget en met onze wensen, dichtbij het station, bleven er zo’n acht huizen over. Allemaal in de Transvaalbuurt.

De oude bewoners borrelen op straat. Er is ons eens gevraagd of we onze auto konden verplaatsen, zodat ze anderhalve meter afstand konden houden op hun borrelplek. Ik vind het gezellig, maar we haken eigenlijk nooit aan, al zouden we zeker welkom zijn. In de speeltuin vind je de nieuwe bewoners. Dat zijn veelal jonge gezinnen.

Je ziet hier veel verbouwingen. De ene opbouw komt na de andere, er is dus vaak bouwherrie. Kijk, hier tegenover, dat was een garage en wordt nu een boven- en benedenwoning. Veel huizen worden in exact dezelfde stijl opgeknapt, met stalen deuren en een visgraatvloer. Vast van beleggers, ik snap het wel. Ik zou het misschien ook doen, als het kon.

Dankzij de coronatijd voel ik me steeds meer een Haarlemmer. Eerst woonden we hier wel, maar waren we nooit écht in de stad. Tijdens de lockdown gingen we wandelen, de buurt in en naar het strand en de duinen. Eerst miste ik Amstelveen. Maar als mensen nu zeggen: ’Wat leuk dat je in Haarlem woont’, kan ik in alle eerlijkheid zeggen: ’Ja leuk hè!”

René (51) en Iris (48) Nijemanting: ’De speeltuin is hier heel belangrijk’

’De vraagprijs was 289.000 gulden. Na onderhandelingen hebben we het voor 232.500 gekocht.’

’De vraagprijs was 289.000 gulden. Na onderhandelingen hebben we het voor 232.500 gekocht.’© Foto United Photos/Paul Vreeker

Werk: René heeft eigen administratiekantoor en keukenbedrijf, Iris werkt als verpleegkundige en in de thuiszorg

Wonen: Sinds 1996 aan de Gedempte Schalk Burgergracht met hun drie kinderen Giel, (19), Jesse en Daan (allebei 16)

Iris: „We hadden net een jaar verkering, ik was 24 en René 27. We waren jong, maar brutaal en wilden wel een samen huis kopen. Via via hoorden we over deze woning aan de Gedempte Schalk Burgergracht. Hij stond al acht maanden te koop. De vraagprijs was 289.000 gulden. Na onderhandelingen hebben we het voor 232.500 gekocht. Huizen hier verderop in de straat worden nu voor 650.000 euro verkocht. Bizar he?”

René: „Toen we hier kwamen wonen wisten we al, dit is echt een volksbuurt. Met kleine gezinswoningen en smalle straatjes. Ik noem het wel eens ’de camping’. Mensen gaan op slippers de deur uit en zitten voor de deur biertjes te drinken.”

Iris: „We zijn een hecht buurtje. Ik ben sowieso echt een buurtmens. Ik heb jarenlang als vrijwilliger gewerkt voor speeltuin Elba, hier tegenover. Het is er vaak ontzettend druk, zeker nu er zoveel jonge gezinnen wonen. Jaren terug waren er plannen om de speeltuin op te offeren voor woningbouw, daar hebben we een stokje voor gestoken. Het zou vreselijk zijn als hij wegging, het is een ontmoetingsplek.”

René: „Wij hebben de buurtsamenstelling zien veranderen. Toen wij hier kwamen, woonden er veel ouderen. Als die verhuizen, komen er jonge gezinnen voor terug. Wij zijn nu de oudere generatie, maar gaan veel met onze jongere buren om. Vervelend is het bijkomende parkeerproblemen: iedereen heeft twee auto’s.”

Iris: „Veel van de nieuwe bewoners woonden hiervoor in Amsterdam, dus het stigma ’de Amsterdammers komen’ klopt wel hier.”

Iris: „Er komen veel woningen bij. In de Cronjéstraat worden winkels omgebouwd, en hetzelfde gebeurde in de twee voormalige buurtkroegen. In de Delistraat is een hele nieuwe wijk gebouwd en het gedeelte bij de oude broodfabriek, aan de Paul Krugerkade, en alles rondom de Vomar gaat ook helemaal plat. Er komen flats, appartementen en woningen. Belangrijk, maar ik vind het eigenlijk te druk worden. Qua verkeer, en qua mensen.”

René: „Uiteindelijk willen we een huis in Italië kopen. En dan half hier, half daar wonen.”

Transvaalbuurt

Haarlems Dagblad doet met steun van het Haarlems Mediafonds onderzoek in de Transvaalbuurt. Hoe is de buurt de afgelopen 10 jaar veranderd? Wie zijn de nieuwe bewoners en wat is er overgebleven van de volksbuurt? Elke keer een nieuw verhaal uit de Transvaal. Vandaag: de nieuwkomers en de oude garde.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.