De koning moet de gedupeerden van de toeslagenaffaire een hart onder de riem steken, vindt René Diekstra | column

René Diekstra

Op Prinsjesdag zond NPO2 de documentaire ’Alleen tegen de Staat’ uit. Daarin vertellen een vijftal vrouwen hoe ze het slachtoffer van het toeslagenschandaal zijn geworden en hoe verwoestend dat op hun leven heeft uitgewerkt.

Al kijkend schoten mijn gedachten voortdurend heen en weer tussen nu eens confronterend pijnlijk – dit is G…betere ’t in míjn land door míjn overheid aangericht en nog (!) – dan weer verdrietig deprimerend – de gedachten en gevoelens van de vrouwen als het ware overnemend - tot woedend makend.

Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat niemand van de verantwoordelijke politici en ambtenaren hiervoor is gestraft of zal worden? Gevoelens die het sterkst waren bij diegenen van de geïnterviewde vrouwen die een inkijk in hun psyche gaven en vertelden hoezeer de onterechte fraude beschuldigingen aan hun adres en de straffen of boete die ze daarvoor opgelegd hadden gekregen, hun zelfrespect hadden verbrijzeld.

Mede omdat mensen uit hun omgeving, ook familieleden en ’vrienden’, op den duur niet zelden de houding hadden aangenomen of zelfs uitgesproken: „Je moet zelf toch iets heel erg verkeerd hebben gedaan anders zouden ze (de overheid) je niet zo heftig aanpakken.”

Oftewel, waar rook is, is vuur. Wat dan resteert, emotioneel, is schaamte en zoveel mogelijk contact met anderen uit de weg gaan, inclusief hen om hulp vragen. Met als gevolg toenemende vereenzaming, toenemende hulpeloosheid en hopeloosheid, en steeds vaker overgeleverd zijn aan een stem van binnen, de innerlijke criticus, die in het voetspoor van de stemmen van buiten, ook steeds meer aan jou begint te twijfelen.

Er is niets pijnlijker om te zien dan dat een mens, hoewel onschuldig, onder druk van buitenaf opgesloten raakt in zelfverwijt en zelfveroordeling, de sleutel hoe zichzelf daaruit te bevrijden radeloos zoekt maar niet kan vinden en als gevolg daarvan ook zijn of haar laatste greintje zelfrespect en gevoel van eigenwaarde verliest.

De toeslagenaffaire heeft op deze manier tal van mensen van hun waardigheid beroofd en daarmee hun levens kapot gemaakt, niet alleen financieel, ook psychologisch en moreel. Degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn hebben de plicht hen weer in die waardigheid te herstellen.

De koning voorop. Want het is steeds in zijn naam geweest dat de talloze onterechte dwangbevelen en maatregelen zijn opgelegd. Ik verwacht van hem, wil hij het koningschap waarmaken zoals het ooit psychologisch-symbolisch bedoeld was – de sterkste die de zwaksten beschermt – dat hij in gesprek gaat met de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Dat hij ex officio excuses daarvoor aanbiedt, uitlegt hoe het heeft kunnen gebeuren, er persoonlijk op toe zal zien dat de schade, financieel, emotioneel en moreel zo goed mogelijk wordt afgehandeld, en niet eerder rust totdat een ieder zich in zijn waardigheid hersteld voelt.

Integriteit, aldus Carl Gustav Jung in zijn imposante werken over de historie en psychologie van symbolen, is een kernkwaliteit van de figuur van de koning. Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn handelen of voor het handelen in zijn naam en is daardoor in staat verbroken relaties te herstellen. Kortom, Majesteit, u bent aan zet.”

(reageren?: diekstra.rene@gmail.com)

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.