Opinie: Sportpsychologen moeten scherper op het moreel kompas navigeren

© illustratie Joris de Haan

Frans de Laat, Karin de Bruin, Mark Schuls

Sportpsychologen hebben een belangrijke taak in het onderkennen, signaleren en aan de orde stellen van grensoverschrijdend gedrag. Het bewaken van het welzijn van (jeugdige) sporters vraagt om proactieve hulpverlening, autonomie en actiebereidheid. De vraag is of dat altijd gebeurt. Scherper op het moreel kompas navigeren verdient aanbeveling.

In het oude Rome sprak men al van ’mens sana in corpore sano’, ofwel: een gezonde geest in een gezond lichaam. Sporten dient zowel het fysiek, psychisch als mentaal welzijn te bevorderen. In een omgeving waarin het competitieve element een steeds nadrukkelijkere rol is gaan spelen, moet presteren daarom in balans zijn met het welbevinden.

De praktijk is helaas weerbarstiger. Uit veelvuldig wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er regelmatig sprake is van grensoverschrijdend gedrag in de sportcontext, zoals lichamelijk geweld, seksueel misbruik, dwang, chantage of pesten. Vaak heeft dat ook te maken met machtsmisbruik. Die uitwassen belemmeren een veilig sportklimaat.

De blootgelegde turnmisstanden afgelopen zomer staan dan ook niet op zichzelf. Het prevalentie-onderzoek uit 2019 dat sportkoepel NOC*NSF heeft laten uitvoeren, wijst uit dat bijna 72 procent van de deelnemers in de leeftijd van 18 tot en met 50 jaar minimaal één keer is geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag in de sport, terwijl ruim 48 procent aangeeft dat die gebeurtenis(sen) ook indruk heeft gemaakt. Meer dan 20 procent is tijdens de jeugdjaren slachtoffer geweest van ernstig emotioneel grensoverschrijdend gedrag, 13 procent van lichamelijk grensoverschrijdend gedrag en circa 7 procent van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat zijn zorgwekkende cijfers.

Grensoverschrijdend gedrag in de bovengenoemde vormen laat diepe sporen na in het leven van het slachtoffer. Dit kunnen fysieke gevolgen zijn, maar ook implicaties op emotioneel en neurobiologisch vlak als gevolg van chronische stress of op psychisch- en sociaal-maatschappelijk gebied.

De weerbaarheid van een slachtoffer speelt een belangrijke rol bij de effecten op de lange(re) termijn, net als de persoonlijkheidsstructuur, kwetsbaarheid, leeftijd, de relatie tot de dader maar óók de mate waarin een slachtoffer gehoord, erkend, gesteund en opgevangen is.

Emotionele mishandeling of misbruik door een coach maakt op korte termijn bij sporters allerlei gevoelens los. Uit onderzoek is gebleken dat ze zich inferieur voelen. Ook hebben ze minder zelfvertrouwen en zijn ze somber, angstig en boos. Verbale mishandeling heeft bovendien een sterk afbrekend effect op de eigenwaarde. Het bewust onthouden van aandacht en steun door trainers en coaches, zoals langdurig negeren, weggestuurd of uitgesloten worden van de training, blijkt de meeste negatieve effecten te hebben van alle soorten mishandeling – meer nog dan verbaal of fysiek geweld, omdat er sprake is van volledige ontkenning en uitsluiting.

Grensoverschrijdend gedrag kan zichzelf middels een sportcultuur in stand houden vanuit de gedachte ’dit hoort kennelijk’ en ’dit is de beste weg naar de top’. Zo gaat het van generatie op generatie. Wanneer op inadequate manier met daders van grensoverschrijdend gedrag wordt omgegaan, is de kans op hertraumatisering van slachtoffers en de kans op herhaling groot.

Wij hebben de volgende pijlers opgesteld om de positie van sportpsychologen te versterken in de strijd tegen ontoelaatbaar gedrag:

1. Sportpsychologen dienen het welzijn van de cliënt voorop te stellen, ook bij het ondersteunen van de mentale aspecten om te kunnen presteren. Dit betekent dat zij een onafhankelijke positie moeten kunnen hebben, ongeacht of zij wel of niet in dienstbetrekking staan bij een opdrachtgever, zoals de club, bond, nationale sportkoepel of een andere organisatie.

2. In de opleiding en nascholing van sportpsychologen moet meer aandacht komen hoe een ingebedde positie als ’practitioner’ kan blijven samengaan met de ethische uitgangspunten en de ontwikkeling van ethische weerbaarheid van sportpsychologen.

3. Gezien de aard en omvang van grensoverschrijdend gedrag in de sport is het noodzaak dat sportpsychologen zich op dit gebied blijven scholen, zoals ook gebeurt in de postdoctorale opleiding tot praktijksportpsycholoog aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bovendien moeten sportpsychologen het onderwerp actief ter sprake brengen in intervisiebijeenkomsten en tijdig supervisie inroepen als dit gewenst is.

4. Slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag en naastbetrokkenen hebben recht op laagdrempelige toegang tot onafhankelijke, specialistische (sport)psychologische hulp. Een sportpsycholoog zal daarbij de afweging moeten maken of hij/zij deze hulp zelf gaat aanreiken of verwijst naar een specialist. Hier dient een gedegen, openbaar netwerk voor te worden opgezet.

5. Gezien de onafhankelijke positie van de sportpsycholoog kunnen ook (vermeende) daders van grensoverschrijdend gedrag zich wenden tot sportpsychologen. Ook hier geldt: een sportpsycholoog zal daarbij de afweging moeten maken of hij/zij deze hulp zelf gaat aanreiken of verwijst naar een specialist.

6. Sportpsychologen zullen betrokkenen stimuleren anderen aan te spreken op grensoverschrijdend gedrag of zelf daarin de verantwoordelijkheid te nemen, met inachtneming van het vertrouwelijke karakter van de werkrelatie met een cliënt.

7. Sportpsychologen hebben naast signalering en ingrijpen ook een rol in voorlichting geven over- en het agenderen van grensoverschrijdend gedrag binnen clubs en bonden.

8. Er dient een specifieke meldcode voor sportpsychologen te komen gericht op grensoverschrijdend gedrag in de sport, gebaseerd op de Meldcode Huiselijk geweld, die verdergaat dan de reeds bestaande meldplicht voor begeleiders bij seksuele intimidatie en die de stap naar het tucht- of strafrecht vergemakkelijkt.

Om de positie van de sportpsycholoog in de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag te versterken, zijn wij daarom een petitie gestart: https://petities.nl/petitions/sportpsychologen-voor-een-veilig-sportklimaat

Karin de Bruin en Mark Schuls zijn werkzaam als sportpsycholoog, Frans de Laat is klinisch psycholoog en psychotherapeut.

Aanjagersrol

De sportpsychologie zou een aanjagersrol moeten vervullen bij het aankaarten van grensoverschrijdend gedrag, menen de sportpsychologen Karin de Bruin en Mark Schuls en klinisch psycholoog /psychotherapeut Frans de Laat. De autonomie dient dan wel te worden bewaakt en (het belang van) de onheus bejegende sporter moet voorop staan.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.