Coronacrisis zorgt voor meer meldingen van plaagdieren

Amsterdam

Het eerste half jaar van 2020 zijn er meer meldingen binnengekomen van plaagdierenoverlast. De coronacrisis heeft volgens onderzoekers invloed gehad op deze toename.

Dat blijkt uit cijfers van Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD), die onder meer meldingen van gemeenten binnenkrijgt.

Tot nu toe zijn er 1903 meldingen binnengekomen. De meeste meldingen werden gedaan over ratten (1280 meldingen), mieren (292), wespen (63), muizen (45) en steenmarters (36).

In Noord-Holland ging het vooral om ratten (50 meldingen), mieren (19) en muizen (9). Andere opvallende overlastdieren waren onder meer: bedwantsen, eikenprocessierupsen, kraaien (een melding) en een slang (een melding).

Zelf doden

Muizen staan relatief laag omdat daar meestal zelf actie op wordt ondernomen, legt KAD-directeur Bastiaan Meerburg uit. ,,Meestal kopen mensen zelf een valletje of gif.’’

Steenmarters worden steeds vaker als plaagdier gezien, omdat ze bijvoorbeeld onder de motorkap van een auto kabels doorbijten. Ook maken ze soms nesten in woningen, die voor veel stankoverlast zorgen. Ze komen steeds meer voor, maar nog niet vaak in Noord-Holland, aldus het kenniscentrum. ,,Het zijn beschermde dieren, dus je mag ze niet doden. Wij noemen het dilemmadieren, omdat ze ook heel nuttig zijn, maar in huis heel vervelend zijn.’’

De meldingen zijn flink hoger dan vorig jaar rond deze tijd, toen waren dat 1235 meldingen. Over heel 2019 zijn er 2989 meldingen binnengekomen. Deze cijfers zijn niet volledig, omdat sommige gemeenten plaagdierenoverlast zelf registeren en niet melden bij KAD. Het precieze aantal ligt dus nog hoger.

Onderzoekers van kenniscentrum vinden het lastig vast te stellen of er daadwerkelijk meer plaagdieren zijn vergeleken met vorig jaar, of dat er alleen meer meldingen zijn gedaan. Wel denken de onderzoekers dat de coronacrisis invloed heeft gehad op deze cijfers.

Thuiswerken

Zo is de kans groot dat plaagdieren meer gemeld worden, omdat er massaal thuisgewerkt wordt. Mensen zien meer van hun eigen omgeving, dus dat wespennest of die ratten worden eerder gezien.

Ook zijn sommige dieren zich door de lockdown anders gaan gedragen, zien de onderzoekers. Zo waren er bijvoorbeeld ratten die normaal bij fastfoodrestaurants rondscharrelden. Toen die restaurants sloten, moesten deze plaagdieren hun voedsel ergens anders vandaan halen. Hierdoor waren ze mogelijk vaker op andere plekken te zien. De kans bestaat dat nu de horeca weer open is, ook deze dieren weer terugkeren naar hun vertrouwde voedselbron zoals in de buurt van restaurants.

Tijdens de lockdown hebben bedrijven niet altijd direct actie ondernomen als er plaagdieren gespot werden. Ook is er minder aandacht geweest voor preventie, denken de onderzoekers. Hierdoor is het goed mogelijk dat op bepaalde plekken de overlast van muizen, ratten of bijvoorbeeld wespen de afgelopen maanden is toegenomen.

Dat er in de media veel aandacht is aan de overlast van plaagdieren, zorgt ervoor dat er ook meer meldingen gedaan worden.

Meer nieuws uit Amsterdam

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.