Toen er op 28 mei nog wél gesport werd: emotioneel afscheid, veel te vroeg, van dartele linksbuiten Rob de Wit [video]

Rob de Wit schiet vol als hij voorafgaand aan de benefietwedstrijd wordt toegesproken door Marco van Basten.
© Foto ANP/Cor Mulder

Het coronavirus heeft de sportwereld tot stilstand gebracht. In deze rubriek gaan we terug in de tijd. Dezelfde datum als vandaag, maar dan mét sport. Vandaag: 28 mei 1988, benefietwedstrijd voor Rob de Wit, die na een hersenbloeding niet meer kan voetballen.

Het is eind mei 1988, Ajax en het Nederlands elftal spelen een benefietwedstrijd tegen elkaar. Terwijl Oranje zich opmaakt voor het EK, beseft Rob de Wit dat voetballen er voor hem definitief niet meer in zit. De wedstrijd wordt voor hém gespeeld. Oud-medespelers nemen hem op de schouders voor een ereronde. „Die wedstrijd was heel emotioneel. Het afscheid was definitief”, zegt De Wit dertig jaar later in het Algemeen Dagblad.

Hongarije-Nederland

Rob de Wit is in de tweede helft van de jaren tachtig een dartele linksbuiten van Ajax. Op 1 mei 1985 debuteert hij op zijn 21e in Oranje. Twee weken later, in zijn tweede interland, maakt hij zijn beroemde doelpunt in Boedapest. Met een wippertje over de keeper bezorgt hij Oranje een cruciale overwinning (0-1) op Hongarije, waardoor deelname aan het WK van 1986 mogelijk blijft voor het Nederlands elftal.

In het najaar van 1985 strandt Oranje in de playoffs op schlemielige wijze tegen België. De Wit scoort, maar een laat doelpunt van Georges Grün wordt Oranje fataal. Geen WK in Mexico voor het Nederlands elftal.

Vakantie

De volgende zomer, terwijl het WK in Mexico aan de gang is, krijgt De Wit op vakantie in Spanje een hersenbloeding. Hij begint aan een lange revalidatie. „Na een maand was de situatie dramatisch. Ik praatte moeilijk, had geen smaak meer, kon niet meer lopen.”

Operatie

Na verloop van tijd keert hij terug op het trainingsveld van Ajax. Hij lijkt ondanks alles op weg naar een rentree, maar een laserbehandeling, bedoeld om het risico op een nieuwe hersenbloeding te verkleinen, maakt een eind aan het optimisme. Het effect is desastreus. Zijn coördinatie is aangetast, het gaat niet meer, hij moet de hoop op een terugkeer opgeven. Zijn korte loopbaan is voorbij.

Rob de Wit op de schouders bij oud-medespelers.
© Foto ANP

Op 28 mei 1988, kort voor het EK, spelen Ajax en Oranje daarom een benefietwedstrijd. De geëmotioneerde De Wit beseft dat het voor hem echt voorbij is. Tijdens het gouden EK speelt het door zijn hoofd dat hij erbij had kunnen zijn. Later legt hij zich erbij neer dat het anders gelopen is. „Ik accepteer wat me is overkomen, er is geen alternatief”, zegt hij in Trouw.

„Ik pieker nu niet meer over hoe mooi mijn voetballoopbaan had kunnen worden. Ik sta er niet bij stil dat ik tien jaar in Ajax 1, of nog minstens veertig interlands had kunnen spelen. Ik baal er niet van dat ik in 1988 geen Europees kampioen werd. Ik mis het voetbal wat dat betreft ook niet. Maar weet je wat wel erg was? Dat ik mijn zoontje geen dingen voor kon doen. Ik kan dingen uitleggen, maar ik kan het hem niet laten zien. Dat doet wel pijn.”

Aflevering van gisteren: Roze droom van Steven Kruijswijk eindigt in berg witte sneeuw

Meer nieuws uit Sport