Premium

Gewelddadige collaborateurs hadden in de oorlog een lenig geweten, of helemaal geen

Gewelddadige collaborateurs hadden in de oorlog een lenig geweten, of helemaal geen
Pieter Schaap uit Zandvoort.
© Foto Beeldbank WO2, collectie OVCG
Almere

Ze kwamen ter wereld als ogenschijnlijk gewone mensen, blonken voor de oorlog uit in hun vak, maar gedroegen zich onder het regime van de bezetter als beesten. ,,Als je dat leest, rijzen de haren je te berge’’, zegt Paul van de Water. Van zijn hand verschijnt dinsdag 7 april ’In dienst van de nazi’s, gewone mensen als gewelddadige collaborateurs’. Een gesprek over lenigheid van de moraal, een hinderlijk lichamelijk gebrek en het voordeel dat tot het geloof komen oorlogsmisdadigers biedt.

,,Ik ben geen historicus. In mijn hart ben ik Neerlandicus’’, zegt de 66-jarige Almeerse wetenschapper, die als research-fellow verbonden is aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod). In zijn boek beschijft hij de levensgeschiedenissen van tien gewelddadige collaborateurs. Daarna rondt hij zijn proefschrift af, dat aan hetzelfde thema is gewijd en nog eens dertig andere daders onder de loep neemt.

De bevindingen uit zijn ’publieksboek’ waarin hij de ’interessante afvallers’ behandelt, die niet aan de strenge selectiecriteria van zijn promotieonderzoek voldeden, zullen die uit zijn proefschrift versterken.

,,Zoals dat toegevoegde advocaten over het algemeen suboptimaal presteerden. Wie de middelen had voor een goede advocaat, kwam er toch meestal beter uit.’’

Dat toegevoegde advocaten zich niet zo inspanden, begrijpt hij wel. ,,Ze kregen 75 gulden per cliënt en dat was toen al niet veel. Plus dat hun cliënten soms vrijgesteld werden van rechtsvervolging. Of dood gingen. In die gevallen ontvingen ze niks. Ondanks de vele uren die ze er in hadden gestoken.’’

Moederkerk

Ook viel hem op dat bij veel van zijn veertig daders na de oorlog het geloof een grote rol ging spelen.

,,Niet tijdens de periode dat ze misdaden pleegden, nee. Nogal wat mensen bekeerden zich in de gevangenis tot de Moederkerk of werden belijdend lid van een protestants kerkgenootschap. Zeker toentertijd was het ellendig, in de gevangenis. Geloof biedt troost. En het kwam misschien voort uit angst voor de dood. Ook speelden dezelfde opportunistische overwegingen waarmee ze zich eerst tot het nationaal-socialisme bekeerden: het levert kortetermijnvoordeel op. De langere termijn speelde toen nog niet. Geloof doorbreekt de sleur in de vorm van gesprekken met priester of dominee. Je mocht naar kerkdiensten en dan kon je stiekem met andere gevangenen praten. Maar ook als jij voor de rechter stond of gratie ging aanvragen dan was een bekering een belangrijke factor. Die bekering gaf aan dat jij inzicht had in wat jij misdaan had en een beter mens wilde worden. Puur opportunisme natuurlijk.’’

Gewelddadige collaborateurs hadden in de oorlog een lenig geweten, of helemaal geen
Auteur-onderzoeker Paul van de Water
© Omniboek

Van de Water is van jongsaf gefascineerd door het kwade in de mens. Hij was een jaar of twaalf toen in 1965 op de Jacob van Lennepkade in Amsterdam, hij woonde in de buurt, een aluminium koffer met de romp van een Aziaat werd opgedregd. ,,Het heeft het publiek jaren bezig gehouden, mij ook en mijn volgende boek gaat over deze ’koffermoord’.’’

Het kwaad dook in zijn eigen familie op toen hij op onderzoek naar zijn familiegeschiedenis - ’het pensioen in zicht, dan doe je dat’ - op de Friese oorlogsmisdadiger Lucas Bunt stootte.

,,Mijn oma heette Bunt. Een neef, dacht ik dus. Dat vond ik wel fascinerend, een oorlogsmisdadiger in de familie. Aan de ene kant is dat natuurlijk vrij ernstig, aan de andere kant, ik ben er niet verantwoordelijk voor. Ik had ook al ontdekt dat mijn overgrootvader een kleine crimineel was. Lucas Bunt bleek echter helemaal geen familie te zijn. Maar toen was ik al zo gegrepen door die man. Hij was een vrij succesvolle horecaondernemer rond 1930 in Leeuwarden. Lid van de vrijmetselarij. Hij had het beste voor met de mensheid. Hij wilde goed werk doen, niks mis mee.”

,,En dan opeens is er een omslagpunt en wordt hij NSB’er, meldt zich aan bij de SS, komt weer terug in Nederland en begaat daar vrij ernstige misdrijven. Mijn fascinatie gold de vraag hoe het kan, dat iemand met een vrij normaal leven zich plotseling ontwikkelt tot pleger van ernstige geweldsdelicten.’’

Lees ook: De doodstraf geëist tegen Lucas Bunt, Leeuwarder Courant 10-09-1947

Banketbakker

,.Uit een complex geheel van op elkaar inwerkende factoren komen mensen tot dit soort daden. Aanleg is belanrijk, maar ook je levensgeschiedenis. En de context waarin je terechtkomt. Kom je bij de SD, dan weet je bijna zeker dat je geweld moet plegen. Bij de SS nog sterker, daar is er geen ontsnappen aan mogelijk. Aan de andere kant, het blijven mensen die zelf keuze gemaakt hebben. Kijk naar Pieter Johan Faber. In 1920 geboren in Heemstede als zoon van de banketbakker die in 1933 al lid was van de NSB. Een zeer overtuigd lid die zijn kinderen ook opvoedde in die leer. Je hebt dan even grofweg twee mogelijkheden. Of je neemt op je zestiende afstand, of je gaat er in mee.”

,,Pieter Johan werd overtuigd NSB’er maar was in aanleg al gewelddadig, het kan bijna niet anders. Al in het begin van de oorlog meldde hij zich bij de WA in Haarlem en deed daar mee aan optochten en straatpatrouilles. En op een gegeven moment roept er iemand ’Vuile NSB’er!’ of iets soortgelijks. Wat doet hij, hij slaat die man vol-le-dig aan gort. En een omstander die zich ermee bemoeit wordt door Faber kreupel geschopt. Dat doe je niet als je een rustige, ingetogen, niet op geweld beluste man bent.’’

Gewelddadige collaborateurs hadden in de oorlog een lenig geweten, of helemaal geen
Pieter Johan Faber uit Heemstede.
© Foto Beeldbank WO2, collectie OVCG

Faber werd politieman. Later is hij naar Groningen overgeplaatst en pleegde daar minstens 26 moorden. In Haarlem heeft hij tientallen Joden opgepakt, die werden gedeporteerd en van wie vrijwel niemand de kampen overleefde.

,,Een van mijn bevindingen is dat bij Pieter Faber het oppakken van Joden bij zijn rechtsgang geen enkele rol speelt. Het komt niet in de tenlastelegging voor. Dat zie ik bij een groot aantal andere collaborateurs ook: misdaden met betrekking tot Joden blijven consequent uit de tenlasteleggingen. Mogelijk omdat die heel moeilijk bewijsbaar waren. Waarom zou je moeite doen om moeilijke dingen te bewijzen als er al genoeg bewijsmateriaal was om zo iemand levenslang of de doodstraf te geven? Dat zou een verklaring kunnen zijn. Maar het is wel opvallend.’’

,,Wat bij Faber ook een grote rol gespeeld heeft dat hij zich ontwikkelde tot extremist, was het neerschieten van zijn vader.’’

De Heemsteedse banketbakker is geliquideerd door verzetsstrijder Hannie Schaft. ,,Dat zijn vader van zijn fiets was geschoten gaf hem een duw om in Groningen te gaan werken bij de Sicherheitsdienst. Het excuus om nog gewelddadiger te worden en rücksichtlos allerlei mensen dood te schieten.’’

Esmée van Eeghen, over wie de film ’Zwartboek’ is gemaakt en die hij oppakte in Amsterdam, is uiteindelijk door zijn toedoen geëxecuteerd. ,,Je ziet, net als nu bij islamitische extremisten, dat een traumatische gebeurtenis een rol speelt bij de ontwikkeling van een radicaal iemand tot een extremist.’’

Hypospadie

Faber werd in de gevangenis katholiek. Hij was geboren met een bijzondere aandoening. ,,Ik noem het in mijn boek een hinderlijk gebrek. Hij had hypospadie, een afwijking aan de penis, in de zin dat de plasbuis niet uitmondt aan de top, maar aan de onderzijde. Hij is eraan geopereerd, toen een zware en bijzondere ingreep. Ook zijn moeder was eigenaardig, ze had een instabiel karakter.’’

Pieter Johan Faber rekent Van de Water tot de ’ergste daders’ in zijn studie, samen met Zandvoorter Pieter Schaap.

,,Zijn vader was strandstoelverhuurder op het strand. Hij ging bij de tram werken en wilde bij de politie. Een manier om uit de armoede te komen. Hij was in Amsterdam een goede politieagent, niks mis met die man.’’

Nekschot

In de oorlog ontpopte hij zich tot Jodenjager en een paar honderd kwamen er door zijn toedoen om in de kampen.

,,Bij hem stond het wel in de tenlastelegging. Na Dolle Dinsdag is hij overgeplaatst naar Groningen, daar is hij echt als een beest tekeer gegaan. Als je dat leest rijzen je de haren ten berge, zelfs als je de martelingen buiten beschouwing laat en alleen kijkt naar moord en doodslag door hem.’’

In 1945 was hij lid van een executiepeloton dat in Bakkeveen tien verzetsstrijders moest executeren. Hij liet de tien een kuil graven waar ze in moesten liggen. Van hogerhand had hij opdracht granaten in de kuil te gooien maar dat vond hij geen goed idee.

,,Omdat hij de anderen geen goede schutters vond, gaf hij de tien persoonlijk een nekschot. Alle tien, hè, en daarna is hij een borreltje gaan drinken. Ja, dat is toch... ik bedoel, hoe kan het zo zijn dat je dat doet? Dat is ook een andere bevinding, zowel in mijn proefschift als in mijn boek, dat al deze daders, voor zover ze al empathie hadden, in staat waren die empathie uit te schakelen of ondergeschikt te maken aan hun opdracht. Als ze al een geweten hadden, dan was dat lenig, het kon alle kanten op en paste zich aan aan de omstandigheden waarin ze zaten.’’

Lees ook: Bloedhond in Schaap(s)vel, doodstraf geëist, Nieuwsblad van het Noorden, 04-10-1948

Zowel Faber als Schaap kreeg na de oorlog de kogel. Schaap was op enkele punten een uitzondering; hij werd niet gelovig in de cel en in zijn levensgeschiedenis kon Van de Water geen trauma terugvinden.

Faber was de uitzondering omdat hij zich, in tegenstelling tot de meeste oorlogsmisdadigers, liet leiden door ideologie. ,,Geweld vond hij een hele normale en wenselijke praktijk, zoals ook het nationaal-socialisme dat vond. Ik ben er wel van overtuigd, in hoge mate speculatief, dat als hij opgegroeid was in een communistisch of verzetsmilieu, hij verzetsstrijder was geworden.’’

Die stelling durft u aan? ,,Nou, in mijn proefschrift niet, hoor. Maar hier wel.’’

Gewelddadige collaborateurs hadden in de oorlog een lenig geweten, of helemaal geen
Dick Cieraad uit Laren.
© Foto Historisch Centrum Overijssel, beschikbaar gesteld door anonymus

Een derde voorbeeld is Piet Richard Cieraad, Dick genoemd.

,,Zijn vader was in Laren wijnkoopman. Voor de buitenwacht een zeer joviale man die het geld graag liet rollen. Thuis was het een tiran. Dick genoot geen prettige opvoeding. Wat ik trouwens zie bij bijna allemaal: door armoe of geestelijke of lichamelijke mishandeling hadden ze een deplorabele jeugd.’’

Dick Cieraad werd, zo blijkt uit rapporten van de huisarts, soms dagen en nachten door zijn vader opgesloten in een donkere vochtige kelder.

,,Was voor geen jongetje goed, natuurlijk. Hij was een jaar of zestien toen hij lid wilde worden van de NSB, daar was hij toen te jong voor. Na de politieopeleiding ging hij bij de SD werken. Hij zat bij een executiepeloton en pakte behoorlijk wat mensen op, onder wie Riel van Duren. Een Jodin die er niet echt uitzag als een Jodin en zonder ster de straat op ging. Omdat zij klasgenoten waren geweest op de middelbare school, herkende hij haar en pakte hij haar op. Ze kwam in Auschwitz terecht op de afdeling van dokter Mengele. Daar heeft ze een vrij ellendige tijd gehad uiteraard. Vervolgens moest ze naar een ander kamp op ’dodenmars’ toen de Russen voor de deur stonden. Bergen-Belsen overleefde zij ook en na de oorlog, terug in Nederland, trouwde zij met Loe de Jong.’’

Schrijver van het latere standaardwerk over Nederland in oorlogstijd en Riod-directeur, voorloper van het Niod.

Alte Kameraden

Cieraad is uiteindelijk veroordeeld tot de doodstraf, ging in cassatie, kreeg levenslang en werd in 1958 gegratieerd.

Lees ook: Doodstraf voor S.D. handlanger. Medeschuldig aan fusilleering van tientallen landgenoten, Arnhemsche Courant, 19-10-1946

,,Ook hij was gelovig geworden, protestant. Na zijn vrijlating speelde het geloof overigens opeens een beduidend mindere rol in zijn leven. Hij kreeg een goede baan en een vrij mooi huis in Naarden. De vraag voor mij is hoe hij dat financierde. Had hij ergens geld verborgen? Hij jatte ook wat er te jatten viel en er viel veel te stelen voor mensen als hij in de oorlog. Al was Joden beroven in de ogen van de Duitsers een misdrijf, als je de verdiensten niet afdroeg.’’

Na zijn vrijlating ontpopte hij zich als potentaat en droeg hij meteen weer het nationaal-socialistische gedachtegoed uit. ,,Hij maakte deel uit van allerlei ’alte Kameraden’-netwerken. Zijn dochter wilde niets meer met hem te maken hebben. Toen haar vader uit de gevangenis kwam zat zij op het gymnasium. Dat vond hij niet nodig voor een meisje, dus moest ze naar de middelbare meisjesschool.’’

,,Je ziet bij oorlogsmisdadigers die uit de gevangenis komen twee mogelijkheden. Of ze pakken hun leven op, op een gewone manier of een succesvolle manier. Of ze raakten in een volledig isolement. Lucas Bunt overkwam dat. Met Dick Cieraad ging het eigenlijk wel goed, als je het feit dat zijn dochter niets meer met hem te maken wilde hebben buiten beschouwing laat. Hij werd leider van een groot bedrijf, ik heb nog niet kunnen achterhalen welk bedrijf dat was. Zijn dochter leeft nog, maar die wil, jammer voor mijn onderzoek, met niemand meer over haar vader praten.’’

Gewelddadige collaborateurs hadden in de oorlog een lenig geweten, of helemaal geen

’In dienst van de nazi’s’

Door Paul van de Water, uitgever Omniboek, ISBN 9789401916097, 384 bladzijden, prijs: 25 euro.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.