Premium

Uit de tijd: Haarlem verloor in 2013 haar synagoge

Uit de tijd: Haarlem verloor in 2013 haar synagoge
De Haarlemse Synagoge (1911) op de plaats waar nu de Toneelschuur staat.
© Foto Noord-Hollands Archief

Op 11 april 1953 brandde het synagogegebouw aan de Lange Begijnestraat af. Het gebouw, op de plek waar nu de Toneelschuur staat, deed dienst als opslagplaats. Toen de brandweer om kwart over vier ’s nachts arriveerde was het al onredbaar, niet alleen doordat er overal papier en karton lag opgeslagen, maar ook omdat het houten skelet van de twee torentjes vlam vatte. De aanpalende Concertzaal wist de brandweer te redden door haar nat te houden. Het was het einde van een dramatische geschiedenis.

In de oorlogsjaren werden de meeste leden van de Haarlemse Joodse gemeenschap gedeporteerd. Daarvan kwam maar een handjevol terug. Niettemin overleefden naar verhouding veel Haarlemse Joden de oorlog. Werd in Nederland 75 procent van de Joodse bevolking vernietigd, in Haarlem was dat 55 procent.

Joodse Haarlemmers wisten vaker onder te duiken. Toch vond in augustus 1942 een dramatische uittocht plaats. Toen had de bezetter 650 Joden opgeroepen zich te melden. Er kwamen er nog geen 150 opdagen, maar nadat nog een aantal thuis was opgehaald, ging toch een substantieel deel van de Haarlemse Joden op transport naar hun verschrikkelijke einde. Voor de achterblijvers was het duidelijk dat er zolang de bezetter het hier voor het zeggen had, voor hen geen plek meer was.

Ondanks de bezetting was het honderdjarig bestaan van de synagoge in 1941 gevierd. Nu werd duidelijk dat er iets moest worden gedaan om dat bezit te redden. W. Peerenboom, een niet-Joodse architect die voor de gebouwen zorg droeg, nam dat op zich.

Hij verborg de heilige Thora-rollen, de boekrollen met de eerste vijf Bijbelboeken, in een kelder aan de Bakenessergracht. Ook de gebouwen kwamen onder zijn beheer, waardoor de Joodse gemeente na de oorlog haar eigendommen terugkreeg. In 1943 had óf het Joodse Kerkbestuur óf Peerenboom het synagogegebouw aan Joh. Enschedé verhuurd met het doel te voorkomen dat het teloor zou gaan. Wat er nog van het interieur aanwezig was, werd door een Haarlems verhuisbedrijf verwijderd. Ook zou de bezetter een groot deel ervan hebben vernield.

Na de oorlog keerde een klein groepje Joden naar Haarlem terug. Zij wilden hun synagoge terug, maar dat ging zomaar niet. Joh. Enschedé ging niet akkoord met het opzeggen van de huur van het gebouw. Er volgde allerlei gesteggel waarbij de ernstig verzwakte Joodse gemeenschap niet tegen Enschedé opgewassen bleek. Het gebouw met zijn twee markante torentjes bleef als papierpakhuis in gebruik. Het interieur dat tijdens de oorlog was opgeslagen in een Gemeenschapsgebouw aan de Lange Wijngaardstraat, was volledig leeggeroofd.

Toch werden in dat gebouw al in 1945 weer voor het eerst Joodse diensten gehouden. In 1949 ging de Joodse gemeente ten einde raad maar akkoord met de verkoop van hun synagoge aan Enschedé. Zelf betrokken ze een alleen door een glas-in-loodraam als synagoge herkenbaar gebouw aan het Kenaupark. Sinds 2013 is ook dat verlaten en heeft de Joodse Gemeenschap een pand in Heemstede betrokken. Voor het eerst sinds de 18e eeuw heeft Haarlem geen synagoge meer.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.