Premium

Column Joost Prinsen: De praktijk

Column Joost Prinsen: De praktijk

Nu DWDD gaat verdwijnen - er zijn niet veel programma’s die zich een afkorting kunnen veroorloven - even een verslag van een ervaringsdeskundige. Ik zal een keer of tien te gast zijn geweest, meestal als er poëzie op het programma stond. Dan moest ik wat uitleggen of voordragen.

Je wordt doorgaans vrij laat gebeld. Soms een of twee dagen tevoren, maar vaak op de dag zelf. Er valt wel eens iets uit en dat gat moet worden opgevuld. Bovendien hebben al die live programma’s te maken met het nieuws van de dag. De onverwachte dood van een bekend iemand, een schandaal hier of daar.

Dan moet het hele programma worden omgegooid. Daardoor lopen die redacties regelmatig achter hun eigen adem aan. Langetermijnplanning is een luxe die ze zich nauwelijks kunnen veroorloven.

Er zijn bij DWDD twee soorten gasten: zij die aan tafel zitten en de mensen die een kunstje elders in de studio vertonen. Zoals muzikanten of variété-artiesten.

De laatste groep moet ’s middags present zijn voor geluid- en lichtrepetities. Tegen het eind van de middag wordt het hele programma nog eens secuur doorgelopen met alle technici en presentator Van Nieuwkerk. Voor DWDD geldt het woord van Rudi Carrell: „Om iets uit je mouw te schudden, moet je het er eerst heel zorgvuldig ingestopt hebben”.

De tafelgasten worden pas een uur voor aanvang verwacht, iets eerder mag ook dan kun je mee-eten. Een taxi haalt je op. De redactieruimte, de kleed- en schminkkamers en het eetgedeelte zijn boven de studio. Je moet een steile lange trap op.

Twintig minuten voor aanvang moet je die trap weer af en in een nauw trapportaal met alle gasten staan wachten tot Matthijs je onder luid applaus binnenroept.

Ik heb het altijd leuk gevonden dat hij zelf de warming-up van het studiopubliek verzorgt. Vaak vraagt hij de muzikanten alvast een vlotte deun te spelen en iemand als ik om even wat voor te dragen ter verhoging van de stemming.

Het programma zelf verschilt in de studio en de huiskamer nauwelijks van elkaar dus dat kent u evengoed als ik. Na afloop moet je die trap weer op voor een korte nazit. Met schaamte herinner ik me de keer dat ik omhoog liep samen met de negentigjarige opa van Robin van Persie. Ik zie hem nog van tijd tot tijd beleefd wachten zodat ik, twintig jaar jonger, hem bij kon houden.

Boven wordt even nagepraat, Matthijs verdwijnt doorgaans vrij snel, je krijgt nog wat te drinken als je wilt en een stagiaire, altijd een stagiaire, zegt dat het een leuk gesprek was en geeft je als dank een fles wijn.

Dan brengt de taxi je weer naar huis waar het thuisfront je meedeelt dat je het heel aardig gedaan hebt.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.