Premium

Jonge Congolese leeft al jaren als onderduiker

Jonge Congolese leeft al jaren als onderduiker
Cadette Nzola Nsuka gaat in Nederland door het leven als Ornella. Nadat haar hele familie was overleden, voelde ’Cadette’ - laatsgeborene in het Congolees - niet goed meer. ’Ornella’ betekent ’licht van de zon’.
© Foto United Photos/Toussaint Kluiters

Een leven dat is getekend door onzekerheid, machteloosheid en pijn, maar ook door hoop en dromen. De 29-jarige Congolese Cadette Nzola Nsuka vluchtte op haar dertiende naar Nederland en leeft sindsdien met de bijna constante angst om uitgezet te worden. Een hoger beroep bij de Raad van State is voor haar de laatste strohalm. „Ik kan alleen maar toekijken.”

Omdat ze ten einde raad is, treedt Cadette Nzola Nsuka uit Congo naar buiten met haar persoonlijke verhaal. Ze stapt over de drempel van de Haarlemse redactie met haar verloofde Antonio, steun-en-toeverlaat Anna en Nelly Rijkers van stichting Maison Pays-Bas – een organisatie die zich hard maakt voor de rechten van ongedocumenteerden. „Ze leeft al jaren als een voortvluchtige, een onderduiker”, vindt laatstgenoemde.

Regime

Zeven jaar waren Cadette en haar tweelingzus Sabrina toen het regime van president Mobutu in 1997 tijdens de Congolese Burgeroorlog omver werd geworpen en Kabila aan de macht kwam. Die gebeurtenis zou hun leven voorgoed veranderen. De Congolese herinnert zich nog dat ze met haar zus zat te spelen toen ze plotseling kabaal hoorden uit een andere kamer. „Mijn vader zat bij de politie en van de nieuwe president moest iedereen uit het leger en de politie weg.” Wat er die dag in het huis gebeurde is een waas, maar Cadette weet nog goed dat de woonkamer onder het bloed zat. Haar ouders zag ze nooit terug. „Ze zijn vermoord.”

In een jeep werd de tweeling naar een soort weeshuis – dat meer weghad van een gevangenis – gebracht, waar ze de komende pakweg vijf jaar van hun leven zouden doorbrengen in een kleine cel. „We sliepen op de grond. Je hoorde de stemmen van andere kinderen, maar zag ze nooit.” De littekens die het lichaam van Cadette bedekken, zijn de stille getuigen van de gruwelijkheden die in de cel plaatshadden. „Het leven was heel moeilijk. Ik werd veel geslagen en bewerkt met messen en een heet strijkijzer.”

De twee zusjes werden na jaren gevangenschap gered door een vriend van hun vader. „Hij heeft ons helpen ontsnappen via een raam. Dat was heel gevaarlijk. Ik was heel erg bang.” Ze zaten vervolgens ongeveer een jaar ondergedoken in een huis. Toen volgde misschien wel het moeilijkste moment uit Cadettes leven: omdat er maar net genoeg geld was om een kind naar Nederland te sturen, werd de tweeling van elkaar gescheiden. Voorgoed, zo zou later blijken. „De vriend van mijn vader koos mij, omdat ik zoveel was geslagen dat ik de ergste littekens had.”

Dubbel gevoel

Met een dubbel gevoel belandde Cadette in Nederland. Ze miste haar tweelingzus Sabrina enorm. „Mijn hele leven was met haar. Het was onmogelijk om dat los te laten.” Toch was ze ook ’een beetje blij’. „Mijn oudere zus was al zes jaar eerder naar Nederland gevlucht.” De jonge Congolese kwam na een korte periode in Ter Apel en het asielzoekerscentrum in Roosendaal bij haar zus en haar gezin in huis wonen in Dordrecht. „Ze had een baby van vier maanden. Ik was heel blij om het kindje te zien. Dat was een droom.”

De omstandigheden waren in haar nieuwe onderkomen echter verre van perfect, omdat de man van haar zus erg autoritair was. Ook de relatie met haar zus was problematisch. Cadette ging niet bij de pakken neer zitten en deed er alles aan om aan haar toekomst te werken. Ze volgde taallessen op het Dalton College en begon aan een mbo-opleiding tot facilitair medewerker. „Ik deed alles voor Sabrina”, legt ze uit. „Ik wilde hier blijven om hard te werken en Sabrina hierheen te halen. Dat was mijn droom.”

Maar toen stond de vreemdelingenpolitie op 23 augustus 2008 op de stoep bij haar zus, exact twee dagen voor Cadette haar achttiende verjaardag zou vieren. De asielaanvraag van Cadette was niet lang daarvoor afgekeurd vanwege het ontbreken van identiteits- en nationaliteitsdocumenten. Ook had ze op haar dertiende een aantal vragen over haar reis onduidelijk of tegenstrijdig beantwoord, zo oordeelde de IND. „Ik was nog zo jong en ik was apatisch van angst. Ze vroegen na aankomst naar allerlei details waar ik niets meer van wist.” Daarnaast had haar oudere zus Hélène gebruikt gemaakt van het generaal pardon. Hélène kreeg dankzij die regeling een verblijfsvergunning, maar moest haar lopende procedure stopzetten. De verklaringen van haar oudere zus over de dood van hun ouders werden daardoor als ongeloofwaardig bevonden. En daarmee ook het verhaal van Cadette.

Zodra ze de deurbel hoorde, wist de Congolese dat het foute boel was. „Het was telepathie. Ik voelde dat het de politie was, zelfs al droegen ze normale kleding. Mijn zus had het niet door en dacht dat het een pakketbezorger was, dus ze deed open.” Cadette verschool zich achter een gordijn, terwijl haar zus de politie vertelde dat de zeventienjarige niet thuis was. „Mijn hart klopte en ik trilde van de spanning.” De politie doorzocht het huis, maar net toen een agent het gordijn opzij wilde trekken, kwam er een spoedmelding binnen. „Net op tijd gingen ze weg.”

Niet veilig

Dezelfde dag nog besloot Cadette de trein naar Amsterdam te pakken. „Dordrecht was niet meer veilig. De politie daar kende me te goed.” Dat kwam doordat ze wekelijks langs moest komen om een stempel te laten zetten voor haar verblijfsvergunning. „Ik maakte vaak een praatje met ze.” Geheel platzak arriveerde de Congolese in de hoofdstad. „Ik heb toen drie dagen buiten geslapen. Mijn achttiende verjaardag vierde ik op straat.”

Daarna kwam Cadette terecht bij instelling na instelling. Als rustige, jonge vrouw leefde ze tussen de alcoholisten, drugsverslaafden en mensen met psychische problemen. „Ik was heel dun, want ik at niet goed, ik sliep niet goed, ik was getraumatiseerd.” Alleen ’s avonds en ’s nachts kon ze bij de opvang terecht, overdag moest ze haar tijd zelf stukslaan. Ze kan zich nog goed herinneren hoe ze rondjes liep rondom het gebouw, omdat ze Amsterdam niet kende. „Ik had geen geld, geen eten of water en kon niet naar de wc.”

Na een aantal omzwervingen werd ze uiteindelijk in huis genomen door een betrokken burger. „Dat was een fijne plek, maar na drie jaar moest ik verhuizen.” Niet veel later stond Cadette weer op straat. Ook haar 21e verjaardag vierde ze als dakloze. Als ze aan die tijd terugdenkt, wordt ze emotioneel. „Ik leefde een maand buiten en dat was heel moeilijk. Overdag weet je niet waar je moet slapen. Je bent bang, je weet niet wat je moet doen.” Met weinig meer dan een tas met een dekbed zwierf ze door Amsterdam. „Je weet niet wie je ’s nachts aan komt raken en je hebt geen eten. Het lukte me niet om het probleem zelf op te lossen.” Bedelen was voor haar geen optie. „Als iemand nee zegt, doet dat pijn vanbinnen.”

Uiteindelijk klopte ze aan bij Vluchtelingenwerk en kwam ze in rustiger vaarwater terecht. „Via via kreeg ik een eigen kamer.” Bij de voedselbank kon ze terecht voor eten. Hoewel ze sindsdien een paar keer is verhuisd, is haar woonsituatie nu redelijk stabiel.

Dat betekent niet dat Cadette uit de problemen is. Iets simpels als over straat gaan kan voor haar al enorme gevolgen hebben. Er hoeft maar om haar papieren gevraagd te worden of ze is onmiddellijk uitzetbaar. „Het is heel vreselijk”, vat ze de situatie samen. „Ik heb alles gedaan. Ik heb de taal geleerd, cursussen gevolgd. Ik wil naar school, een opleiding volgen, een baan hebben. Maar ik mag niets.” Dat komt doordat ze geen verblijfsvergunning heeft. De wet schrijft voor dat ongedocumenteerden niet mogen werken en geen opleiding mogen volgen. „Ik kijk door het raam en zie mensen lopen, naar hun werk, naar hun gezinnen. Maar ik kan alleen maar toekijken.”

Tweelingzus

Op psychisch vlak vraagt dat onzekere leven veel van haar. Net als de trauma’s die ze heeft aan haar verleden in Congo en alles wat ze daarna heeft meegemaakt. De dood van haar tweelingzus Sabrina is een groot dieptepunt. Pas jaren na dato kreeg Cadette te horen dat haar zus in 2006 in Congo is overleden aan een longontsteking. „Ik wilde stoppen met leven.” Hoewel de leegte die het verlies van haar zus achterlaat nooit minder wordt, probeert Cadette zich te focussen op de positieve dingen in haar leven. „Maar alleen zijn vind ik niet prettig. Dan denk je aan dingen waar je niet aan wilt denken.”

Alle wettelijke paden heeft de jonge vrouw inmiddels al belopen. In mei 2013 startte Cadette met de hulp van stichting ASKV/Steunpunt Vluchtelingen een aanvraag voor het kinderpardon. Ze hoorde anderhalf jaar later dat ze daar net te oud voor was. Ook een verzoek van Eberhard van der Laan – de toenmalige burgemeester van Amsterdam – aan staatssecretaris Fred Teeven mocht niet baten. Eind 2017 startte Cadette een nieuwe procedure waarin ze zich beroept op haar schrijnende situatie. Hoewel verschillende medische professionals – onder wie een psychiater – betoogden dat de Congolese kwetsbaar is en beschermd dient te worden vanwege een mogelijke opleving van suïcidaliteit en chronische PTSS-klachten beoordeelde de rechter in Amsterdam haar beroep als ongegrond.

Advocaat

Dus wacht Cadette op de uitspraak van de Raad van State. In Nederland, al mag dat officieel eigenlijk niet. Wanneer haar zaak wordt behandeld, is onduidelijk. Volgens Cadettes advocaat kan dat maanden duren. De kans dat het voordelig uitpakt voor de Congolese is minimaal. „Het is een heel technisch verhaal”, legt Nelly Rijkers van Maison Pays-Bas uit. Mede doordat Cadette geen officiële overlijdensakte heeft van haar moeder bevindt ze zich in een lastig pakket. „Hopelijk is medicatie een grond waarop geoordeeld kan worden dat Cadette niet terug naar Congo hoeft.” De slaapmedicatie, antidepressiva en maagtabletten die zij voor haar gezondheid slikt, zijn grotendeels niet verkrijgbaar in het Afrikaanse land, laat staan de psychiatrische zorg die ze nodig heeft. Die zorg kreeg ze in Nederland overigens ook pas vanaf 2015.

Als ze ziet dat haar vroegere studiegenoten een baan en een gezin hebben, is dat voor Cadette erg pijnlijk. Zelf wil ze maar al te graag meedoen in de Nederlandse samenleving. „Het leven is als het weer”, sluit de Congolese af. „Soms is het mooi, soms is het slecht. Ik zit nu in het donker, maar ik ben op zoek naar het licht.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.