Dierproefvrij: blijven praten over transitie

Dierproefvrij: blijven praten over transitie
Het aantal dierproeven begint voorzichtig te dalen.
© Foto ANP//bewerking Marko Kroes
Leiden

De bijna 80 instellingen en bedrijven die in 2018 een dierproefvergunning hadden, registreerden in dat jaar met elkaar 448.399 dierproeven bij de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit. Dat klinkt als ’veel’? Het waren er 82.169 (15,5 procent) minder dan in ’piekjaar’ 2017.

De cijfers uit 2018, die minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) krap twee weken geleden naar de Kamer stuurde, zijn een opsteker voor het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Dit instituut houdt donderdag een Wetenschapsdag die in het teken staat van vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven in medicijnonderzoek.

De ’3 V’s’ worden ze ook wel in de wandelgangen genoemd: wie een vergunning voor dierproeven aanvraagt, moet ze gebruiken als richtlijn. Het komt erop neer dat dierproeven alleen mogen als er geen alternatief (bijvoorbeeld computersimulaties of onderzoek op menselijke weefselkweken) is. Ook moeten onderzoekers het aantal dieren dat ze gebruiken voor hun onderzoek zo veel mogelijk beperken, bijvoorbeeld door relevante gegevens uit eerdere onderzoeken te gebruiken in plaats van die onderzoeken opnieuw uit te voeren. En tijdens de proeven moet het ongemak voor de dieren zo veel mogelijk worden verminderd, door goede huisvesting, voeding en pijnbestrijding.

Transitieprogramma

,,Die 3 V’s zijn belangrijk. Maar eigenlijk kijken we in Nederland nog verder’’, zegt Jan-Bas Prins, hoogleraar proefdierwetenschappen aan het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij doelt op het Transitieprogramma Proefdiervrije Innovatie (TPI) die ervoor moet zorgen dat Nederland in 2025 voorop loopt op het gebied van proefdiervrije technieken. Prins: ,,De 3 V’s gaan nog steeds uit van dierproeven. Hoe vervang ik ze, hoe gebruik ik zo min mogelijk dieren en wat is de beste manier waarbij de dieren zo min mogelijk ongemak hebben. TPI zegt: ga nou eens niet uit van dierproeven. Dat is een andere benadering.’’

Hij is lid van het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid, dat door de toenmalige staatssecretaris Van Dam in 2016 werd gevraagd om te adviseren over een ‘afbouwschema’. Dat leidde tot het Transitieprogramma Proefdiervrije Innovatie, waarin onder andere organisaties als de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen, het RIVM, de Samenwerkende Gezondheidsfondsen, de rijksoverheid maar ook bijvoorbeeld de stichting Proefdiervrij een plek hebben.

Vergelijkbaar

Prins vergelijkt het proces wel eens met de energietransitie, van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Daar spelen ook veel verschillende stakeholders met uiteenlopende belangen een rol. Voor proefdiervrije innovatie geldt hetzelfde: de ene partij is sceptisch, de ander razend enthousiast over het idee. Op sommige terreinen gaat de transitie, sneller dan op andere terreinen, aldus de hoogleraar.

,,Je kunt vier domeinen onderscheiden waar wordt gewerkt met dierproeven’’, zegt hij. ,, het wettelijk verplichte veiligheids-en toxiciteitsonderzoek, het fundamentele onderzoek, het translationele onderzoek, zoals onderzoek voor de gezondheid van de mens, en het onderwijs. De afgelopen jaren is in dat laatste domein - onderwijs en training - veel vooruitgang geboekt. Er wordt veel meer gewerkt met computersimulaties en met bijvoorbeeld plastinaten. Het aantal dieren dat wordt gebruikt voor onderwijs en training is fors afgenomen. Maar het verminderen van dierproeven bij bijvoorbeeld wettelijk voorgeschreven onderzoek is veel lastiger onder andere omdat het veranderen van wetgeving, zeker internationaal, een langzaam proces is dat veel tijd vergt. Dan zijn er nog de onderzoeksvragen waarvoor nog steeds dierproeven nodig zijn om ze te kunnen beantwoorden.’’

Uitdaging

Prins vindt het vooral belangrijk om in gesprek te blijven, juist ook met de onderzoekers. ,,Het is een kwestie van blijven nadenken over of het anders kan. Ook voor de wetenschapper is het een mooie uitdaging om op zoek te zijn naar die andere invalshoek."

Meer nieuws uit Amsterdam

Keuze van de redactie