Premium

De gewetenloze jonge delinquent is een mythe

De gewetenloze jonge delinquent is een mythe
Frans Schalkwijk.
© Foto Ed van Rijswijk

De gewetenloze delinquente jongere bestaat niet, zegt Frans Schalkwijk, bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Maar niet alleen leken gaan met die hardnekkige ’mythe’ aan de haal. Ook deskundigen noemen volgens Schalkwijk regelmatig vermeende gewetenloosheid als kenmerk en wel in relatie tot Marokkaans-Nederlandse delinquente jongeren.

Schalkwijk deed twintig jaar lang ervaring op als psychoanalytisch geschoold forensisch rapporteur, die in opdracht van het openbaar ministerie over jeugdige verdachten rapporteert. De diagnoses van het geweten van jeugdige verdachten zijn vaak vaag, ontdekte hij, omdat psychologen geen goed meetinstrument hebben.

Vervolgstap

Hij ontwikkelde daarom recent op basis van een uitgebreid vragenlijstonderzoek een theorie over het geweten en kondigt vanmiddag bij zijn oratie aan dat hij als vervolgstap een nieuw meetinstrument gaat beschrijven. Dat moet het makkelijker maken om het geweten van jonge verdachten inzichtelijk te krijgen, als samenspel van iemands morele kennis, van empathisch vermogen en het voelen van emoties als schaamte, schuld of trots. Schalkwijk wil ermee bereiken dat de kwaliteit van de diagnoses stijgt en dat dat leidt tot betere behandelingsadviezen.

Buitenspel

„Het is uiterst zeldzaam maar ik heb het wel eens meegemaakt”, zegt Schalkwijk. „Dat je iemand ontmoet die zich op geen enkele manier door zijn geweten laat leiden. Het ging om een jongen van vijftien, heel erg beschadigd. Maar in de praktijk kom je echte gewetenloosheid nauwelijks tegen. Vaak is er wel een geweten ontwikkeld, maar dat staat buitenspel tijdens het plegen van het delict.” Geweten is geen alles-of-niets fenomeen, wil hij maar zeggen.

Opvallend genoeg kwamen deskundigen en wetenschappers in het verleden regelmatig met volgens Schalkwijk onbewezen aannames over gewetenloosheid van jonge delinquenten met een Marokkaanse achtergrond. Hij haalt de criminoloog en antropoloog Werdmölder aan. Die schrijft in Marokkaanse lieverdjes (2005) dat Marokkaanse jongens ’alles glashard kunnen ontkennen, naar goeddunken liegen of bedriegen’. En ook: ’Marokkaanse jongeren kunnen zich moeilijk verplaatsen in de ander. Psychiaters stellen vast dat het hen ontbreekt aan elke vorm van wroeging, geweten, spijt of doorleefde gevoelens’.

De mythe van de gewetenloze jonge crimineel is gevaarlijk, vindt Schalkwijk. Zulke aannames belemmeren onderzoekers omdat ze geen onbevooroordeelde blik hebben. Ze werken discriminatie in de hand - meent hij ook - en zijn behoorlijk schadelijk als ze ook nog terecht komen in adviezen aan gemeenten, de politie en het openbaar ministerie. Voorbeelden van verschillende behandelingen, liggen voor het oprapen. Piet krijgt voor een bepaald vergrijp een Haltstraf en Mohamed niet, aldus de hoogleraar. „Die laatste heeft dan meteen een strafblad”, zegt hij. Dichtbij zag hij hoe de herhaalde drugshandel op school door de dochter van een bekende op school werd gezien als het uitprobeergedrag van een puber, terwijl de eenmalige drugshandel door een Marokkaans-Nederlandse jongen in Amsterdam-West werd toegeschreven aan zijn relaties in de wereld van de Marokkaanse drugshandel.

Ook in zijn werk als forensisch rapporteur maakt hij mee dat collega’s de mythe van de gewetenloze jongeren als verklaring gebruiken in hun rapportages. „Ik ga er van uit dat dat onbedoeld is. Ik zie het als een uitwas van de neiging, die iedereen heeft, om de wereld te verdelen in ’wij’ en ’zij’. Maar het leidt tot generaliseren en stigmatiseren. Als je jeugdige verdachten gaat afrekenen op het vermeende ontbreken van hun geweten, dan doe je ze tekort.”

Eer

Schalkwijk veegt ook het steeds terugkerende idee van tafel dat jonge Marokkaanse verdachten liegen en glashard blijven ontkennen - ook als de bewijzen voor een misdrijf heel overtuigend zijn - om de eer van de familie te beschermen. „Het is in een rechtszaak natuurlijk heel irritant als een verdachte blijft ontkennen”, zegt hij. „Maar het is een rare gedachte dat hij vanuit de Marokkaanse cultuur mag liegen om de eer van de familie te beschermen.”

De etnische afkomst speelt - stelt Schalkwijk - een veel minder grote rol bij het fenomeen van glashard ontkennen dan veel mensen automatisch aannemen. Onderdeel zijn van de straatcultuur - de jongeren leven nu eenmaal in meerdere werelden - is volgens hem een belangrijker factor. Het beeld van de liegende verdachte past namelijk beter bij straatwaarden als schijt hebben (je van niemand iets aantrekken) en loyaal zijn aan de groep en de buurt (elkaar nooit verraden en zeker niet aan de politie). Maar - zegt Schalkwijk ook - om een ontkennende houding uitsluitend te verklaren vanuit straatcultuur is evenmin toereikend.

Empathie

Schalkwijk liet jongeren - zowel delinquent als scholieren zonder strafblad - vragenlijsten invullen. Hij vroeg ze naar hun empathisch vermogen en naar zaken als schuld, schaamte en trots. „Ik wilde bijvoorbeeld weten of ze bij een strafbare handeling meer zouden denken aan de gevolgen voor het slachtoffer of aan de straf die ze ervoor zouden krijgen.”

Het beeld dat uit al die antwoorden naar voren komt is dat in het algemeen de delinquente jongeren wel in staat zijn tot empathie, dat ze een geweten hebben en schuld, schaamte of trots ervaren, maar dat er verbindingen missen. Zo identificeren zij zich minder met de ander en ze voelen minder lichamelijke onrust als ze een ander in een vervelende positie of gevoelstoestand brengen. De verschillen met de andere onderzoeksgroep - de scholieren - waren niet eens heel groot, aldus Schalkwijk.

Hij gaat nu hard aan de slag om aan de hand van zijn theorie over het geweten een meetinstrument te ontwikkelen dat de sterke en zwakke kanten van het geweten van delinquente jongeren in kaart kan brengen. „Ze weten echt wel dat het fout was, maar wat maakt dat ze er niet naar handelden? Als je dat antwoord weet, kun je op zoek naar effectieve maatregelen die helpen bij de juiste ontwikkeling van een persoon.”

Volwassen

Dat is nodig, zegt Schalkwijk. Ook al houden de meeste jongeren met een strafblad op met hun criminele gedrag als ze volwassen worden, een baan krijgen en een partner. „Ze missen belangrijke dingen in hun ontwikkeling. Als iemand nu een oud vrouwtje kan beroven, kan hij straks ook losse handjes naar zijn kinderen hebben.”

Annet van Aarsen

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.