Premium

Bevrijding door Amerikaanse leger komt voor veel gijzelaars te laat

Bevrijding door Amerikaanse leger komt voor veel gijzelaars te laat
Foto’s van de omgekomen gevangenen worden uitgestald bij een herdenkingsdienst in Kieritzsch.
© foto roy dames
Velsen-Noord

Een open wond. Zo had de Duitse bezetter de razzia van Beverwijk en Velsen-Noord in 1944 bedoeld. Daar zijn de nazi’s in geslaagd. De stad en het dorp werden in luttele uren van bijna vijfhonderd jongemannen beroofd. Er zijn er in het laatste oorlogsjaar 65 omgekomen.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Het is half april 1945. Een jaar na de razzia die uiteindelijk 65 van de 486 als gijzelaar opgepakte jongens uit Beverwijk en Velsen-Noord noodlottig is geworden.

In de gevangenkampen in Duitsland zijn de dwangarbeiders al aardig gewend geraakt aan het dagelijkse gebulder van de oorlogsvliegtuigen van de Amerikanen en Engelsen. Maar nu komen daar andere oorlogsgeluiden bij. In de verte horen ze kanongebulder.

De legers van de geallieerden komen onherroepelijk dichterbij. Van beide kanten. En de nazi’s knijpen hem. En nemen hun maatregelen om de bewijzen te vernietigen dat er ooit dwangarbeiderskampen zijn geweest. Die bewijzen, dat zijn niet alleen documenten, maar ook de gevangenenthekl. Ze moeten vrezen voor hun leven.

Oorlogsmisdaden

In het hele Derde Rijk worden bij de nadering van de Russen uit het oosten, en de Amerikanen en Engelsen uit het zuiden en westen, concentratiekampen ontruimd om de bewijzen van oorlogsmisdaden te vernietigen. Met een nieuwe, vreselijke oorlogsmisdaad. In het plaatsje Thekla in Leipzig - op hemelsbreed 25 kilometer van de razziakampen - gebeurt iets verschrikkelijks.

Bij de nadering van de geallieerde legers worden alle gevangenen door de Hitlerjugend in een barak opgesloten. De dwangarbeiders zijn allen afkomstig uit het oosten van Europa. De SS-kampbewakers steken de barak met vlammenwerpers in brand. De gevangenen verbranden levend. Wie de brandende barak ontvlucht, wordt door de SS met mitrailleurs neergemaaid.

Bevrijding door Amerikaanse leger komt voor veel gijzelaars te laat
Het ’Deutsches Haus’. Een aantal gijzelaars trok hier na de bevrijding van hun kamp in. Hier zagen ze hun voormalige SS-kampcommandant Korb voorbijlopen, waarna ze hem oppakten.
© Cor Bart

In strafkamp Zöschen wordt de complete kampbevolking op een ochtendappel verteld dat ze moeten verhuizen. Nummers worden afgeroepen. Een trein rijdt voor. Goederenwagons worden volgestouwd met hongerige, in lompen gehulde, vervuilde gevangenen.

In de rij staan Beverwijkers Arie Kooiman en Cor Kuiper. Hun nummers worden ook afgeroepen. Het is een chaos. De kampcommandant, Untersturmführer Wilhelm Winter, is spoorloos. Hij is in burgerkleding het gruwelkamp ontvlucht en er wordt nooit meer wat van hem gehoord.

Niet-pluisgevoel

Zijn ondergeschikten zijn nerveus. Het is druk en zeer chaotisch bij de trein. Kooiman en Kuiper besluiten zich op de achtergrond te houden. Het voelt niet goed. Ze besluiten zich te drukken en ze verstoppen zich in een barak. Dat doen meer gevangenen.

De trein vult zich gestaag met gevangenen, de deuren worden gesloten, en de locomotief met meer dan 800 dwangarbeiders zet zich in beweging richting Osendorf, waar de overgebleven gevangenen uit ziekenkamp Ammendorf ook worden ingeladen.

Met zo’n 900 zieke, verdwaasde, uitgehongerde en sterk vervuilde gevangenen aan boord puft de stoomlocomotief weg. Het niet-pluisgevoel van Kooiman en Kuiper blijkt niet onterecht. Van die 900 zal twee derde de dagenlange rit zonder drinken, voedsel of verschoning in de afgesloten wagons niet overleven.

De trein zit al snel overvol, en er blijven honderden gevangenen over in het kamp. De bewakers nemen die te voet mee richting Leipzig. Het lijkt op een dodenmars zoals die ook vanuit de vernietigingskampen worden georganiseerd, waar bij elke honderd meter wel een paar doden vallen. Maar bij de dwangarbeiders uit Zöschen loopt dat beter af.

Uitgeteerde lijken

Steeds meer bewakers nemen uit angst voor de geallieerde legers de benen, totdat uiteindelijk alleen de gevangenen overblijven in het uitgestrekte laagland tussen Leipzig en Zöschen. Ze besluiten maar weer terug te keren naar het kamp, want wat moeten ze anders?

Als de Amerikanen enkele dagen later op 14 april binnentrekken, maken ze foto’s van de uitgeteerde lijken die her en der op de grond zijn achtergebleven. De uitgehongerde gevangenen worden door de bevrijders liefdevol onthaald met medische verzorging, chocola en sigaretten.

De dwangarbeiderskampen in Braunschweig vallen al enkele dagen voor Zöschen in geallieerde handen. Op 12 april zien de IJmondgijzelaars hier tot hun grote blijdschap de Amerikaanse tanks binnentrekken. Het schrikbewind van de nazi’s is hiermee ten einde.

Op 15 april volgt het kamp Zöschen. Het kamp in het dorpje Peres op 16 april. Bij sommige kampen wordt eerst nog hevig gevochten. De Duitse bevolking hangt her en der alvast witte vlaggen op, een teken van overgave.

Maar als de SS’ers weer terugkeren, bevelen die de bevolking met het pistool in de hand om de vlaggen weer weg te halen. Zowel de Duitse bevolking als de SS’ers geloven nog in een nazi-propagandaverhaal dat Hitler nog een geheim wapen achter de hand heeft, waardoor de kansen ineens weer zullen keren.

Dat verhaal doet zelfs de ronde als de Amerikaanse tanks al door de dorpen trekken. Wacht maar af, straks liggen de kaarten weer anders. Er blijkt niets van waar.

Auto

De dwangarbeiders verlaten gaandeweg de kampen en de stevigsten onder hen gaan op weg naar huis. Zonder vervoer, terwijl Nederland nog niet is bevrijd. Arie Kooiman houdt al enkele weken voor de bevrijding een paar medegevangenen in de smiezen, die stukje bij beetje liters benzine hebben weten te organiseren om de tank van een auto in een garage in de buurt te vullen.

De auto zit al vol met gevangenen, maar Kooiman mag ook mee, op het dak. Een touw wordt gespannen waar hij zich aan vast kan houden en ze gaan op weg. Richting Nederland. Kuiper gaat niet mee. Hij is ernstig verzwakt. De Amerikanen zetten hem op de weegschaal: hij weegt nog maar zestig pond. Hij moet eerst aansterken voor hij naar huis kan.

Kampcommandant

Ook andere gijzelaars kunnen niet meteen weg. Velen moeten nog een flinke periode aansterken, verzwakt en ziek als ze zijn. Een aantal voormalige gevangenen van kamp Peres neemt zijn intrek in een gemeenschapshuis in het dorp Rötha, het Deutsches Haus. Enkele weken na de bevrijding zien ze daar ineens een bekende gestalte voorbijlopen in burgerkleding.

Het is Korb, de voormalige kampcommandant van het dwangarbeiderskamp in Peres (de opvolger van het kamp De Kippe). De oorlogsmisdadiger probeert aan de geallieerden te ontsnappen. Maar dat laten de Hollanders niet gebeuren!

De Groningse gijzelaar Harm Reinders: ,,Als de dag van gisteren herinner ik me nog dat ik ‘s middags lag te slapen, toen het bericht kwam dat de commandant van ons kamp, Korb, gepakt was. Onmiddellijk kwam ik het bed uit en inderdaad, het was Korb, die door onze mensen was gegrepen toen hij achteloos over de weg voor het kamp kwam langs lopen. Hij werd geslagen en opgesloten. Er werd een bord gemaakt met teksten in het Duits, Engels, Frans en Russisch, waarin vermeld stond ’deze man is verantwoordelijk voor de dood van meer dan honderd gevangenen’.

Met dat bord om zijn nek, slechts gekleed in onderbroek, werd hij aan een touw om de hals in optocht naar Böhlen gevoerd, waar we bij een zwembad aankwamen. Duitsers lagen hier in badpak te zonnen en keken verwonderd naar de bizarre optocht. Korb moest aan de kant van het bad gaan staan en werd het water ingeschopt, waarna men hem aan het touw om z’n nek naar de andere kant trok. Z’n hoofd schoot als een snoek door het water.”

Bevrijding door Amerikaanse leger komt voor veel gijzelaars te laat
Onthulling herdenkingsplaat bij station Beverwijk, 1970.

,,Onderweg kwamen we een bekende van Korb tegen. Korb was ten einde raad en vroeg de man, ene Heinz, hem te helpen. Deze antwoordde echter: ’Ik heb je altijd al gezegd dat het fout zou gaan.’ Tenslotte smeekte Korb ons: ’Hängt mich auf, dann habe ich wenigstens Ruhe’ (Hang me toch op, dan heb ik tenminste rust), een verzoek waaraan we niet voldeden en ook niet mochten voldoen want we waren een Amerikaanse patrouille tegengekomen, die ons groepje niet al te welgezind was. De eerste vraag van de Amerikanen was of een van ons ook messen of geweren had. Dat was niet het geval en toen we de situatie uitgelegd hadden, berustten de Amerikanen in de situatie maar moesten we beloven om Korb de volgende ochtend negen uur in te leveren, levend.’’

Geslachtsdeel

Ook een Nederlandse kapo Theo Zonneveldt, wordt door de gevangenen opgepakt. ,,Hij werd, slechts gekleed in een kort onderbroekje, binnengebracht. Onmiddellijk werd hij met een padvindersriem op zijn rug geslagen en wel zodanig dat de tekst ’boyscout’ duidelijk op de huid leesbaar was.” Na een mislukte ontsnappingspoging gaat de wraakoefening op Zonneveldt, die meerdere gevangenen persoonlijk heeft doodgeslagen, verder.

,,In de zaal van het Deutsches Haus werd hij met zijn rug tegen een pilaar gebonden, waarna een van onze groep alle boksstoten op hem demonstreerde. Een rauwe vertoning, die de afschuw van enige Russische meisjes opwekte. Degene die sloeg, werd hierop zo buiten zichzelf van woede, maakte zijn broek los en brulde de meisjes toe: ’Waarom ik dit doe? Kijk hier dan, zó moet ik naar mijn vrouw terug. Dat heeft hij gedaan.’ Hij toonde de meisjes zijn geslachtsdeel, enorm opgezet en helemaal blauw geslagen. De vrouwen sloegen de handen voor de ogen en de vertoning ging door.’’ Ook hier betekenden de Amerikanen de redding van de kampoudste. ,,Toen we met hem buiten liepen, kwamen we een Amerikaanse jeep tegen, die stopte en Zonneveldt werd ons afgenomen. Hij werd op de motorkap van de jeep gezet en de soldaten reden ermee weg.”

Terug naar huis

De weken en maanden hierna keren de gijzelaars druppelsgewijs terug naar de IJmond. Sommigen totaal verwilderd, zoals Arie Kooiman, die - voornamelijk te voet - zijn huis in Beverwijk bereikte en met het uiterlijk van een landloper bij zijn vrouw aanklopte.

Ze herkende hem aanvankelijk niet, en stopte hem als eerste maar eens in bad, waarna hij maandenlang in het ziekenhuis heeft gelegen. Anderen kwamen veel later via buitenissige routes terug naar huis; sommigen zelfs via Parijs.

65 van de IJmondse gijzelaars keerden niet levend terug. Voor hen is op station Beverwijk een plaquette aangebracht, waar sindsdien jaarlijks de razzia wordt herdacht.

Heeft u informatie over de razzia of belangstelling voor het te verschijnen razziaboek? Mail of bel: info@razziabeverwijk.nl, 0251-243000

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.