Oorlog in West-Friesland: Van slootje springen en bommenwerpers

Oorlog in West-Friesland: Van slootje springen en bommenwerpers
Melk gaat in de sloot, Duitse soldaten bij de melkfabriek: de oorlog gezien door de ogen van een 12-jarige.
© Illustratie Historisch Spanbroek/Opmeer
Zandwerven

George Pauw is een 12-jarige knul in Zandwerven, als de oorlog zijn leven binnensluipt. Hij schrijft het allemaal op, in een jongenshandschrift. Gelardeerd van tekeningen.

Dat is in de jaren dat hij nog als Joris door het leven gaat. Na de oorlog wordt hij onderwijzer en vertrekt als George naar Heemskerk.

Zijn schriftje annex dagboekje is bewaard gebleven. Tot grote tevredenheid van de stichting Historisch Spanbroek-Opmeer, die er in het jaarboek aandacht aan besteedt.

De oorlog begint met een knal, letterlijk. Het gezin ziet buiten de rookwolken in het westen: vliegveld bergen is gebombardeerd. ,,Een paar jaar later was het zowat routine, dat de bommenwerpers hoog boven ons hoofd overvlogen als wij naar school fietsten.”

Talent

Wanneer schoolmeester Hof het nieuwe schooljaar begint in 1943, krijgen alle Spanbroekertjes een schriftje, zodat je iedere dag konden opschrijven wat ze meemaakten. Een tekening maken hoort er ook bij. Joris heeft er talent voor. In het schriftje komt de bijzondere combinatie van oorlogszaken en jongenslevens tot leven.

Heet

,,Vrijdag 14 mei. Het was verschrikkelijk heet. ’s Middags en ’s avonds zijn we aan het slootje springen geweest. Ook heb ik te water gezeten. Ook moesten de radio’s ingeleverd worden.”

Want zo gaan de dingen. In het luchtruim van West-Friesland wordt de oorlog op leven en dood uitgevochten, op de grond zijn slootjes van groot belang.

Kerkklokken

In dat jaar laat de bezetter ook de bronzen kerkklokken uit de kerktoren weghalen. ,,Door de moffen”, noteert Paauw ferm.

Meester Hof leert de jongens en meisjes een nieuw versje. ,Wie met Roomse klokken schiet, die wint de oorlog niet’. Joris kent het al snel uit het hoofd. Hij is ook een keurig misdienaartje en noteert ook dat op een dag de mis wordt opgedragen ’aan God, en voor de behouden terugkeer van een verdwenen huisvader’.

Daarmee werd politieman Koning bedoeld, die in 1944 is opgepakt en verdwenen.

Op zaterdag 1 mei is er staking. Joris grijpt weer naar zijn schriftje. ,,Hevige staking, ook in Opmeer en Spanbroek. Niemand werkte, noch Koenis noch de fabriek Aurora. Alle mensen stonden op de weg. Ze gooiden de melk te water.”

Hij beschrijft ook hoe een dorpsgenoot van het land werd afgehaald, omdat hij niet staakte.

Stapel takken

,,Vader was ziek. ’s Middags kwamen de moffen op de fabriek en wilden vijf melkrijders meenemen omdat ze staakten. Maar dat wist de directeur te voorkomen. Daan van Dolder heeft de hele middag achter een stapel takken gezeten want ze zochten hem. ’s Middags moesten wij zelf brood halen. ’s Avonds moesten we kazen maken van de niet opgehaalde melk. Ook hebben we buitenom geschrobd.”

Het moet allemaal diepe indruk hebben gemaakt op een jongen in het West-Friesland van toen. Zeker omdat George zelf aan Gerard Appel vorig jaar wist te vertellen dat de jongens ook de officiële mededelingen die ze thuis lazen, of aan de bomen hingen, bewaarden. Daarvoor moesten ze die wel losweken. Als een soort verzet.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Regio

Keuze van de redactie