Premium

Verzetsman Wirix wist dat SD hem op de korrel had

Duitse militairen bezoeken in mei 1940 in Hilversum de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (NSF).
© Streekarchief Gooi en Vechtstreek/Collectie NV Philips Telecommunictie Industrie
Hilversum

Verzetsman René Paul Wirix (1902-1941) wist dat de Duitsers jacht op hem maakten. Driemaal ontsprong hij de dans, de vierde keer ging het mis en werd hij bij de voordeur van zijn woning in Hilversum neergeschoten. Mogelijk was zijn groep verraden door een man die, net als Wirix, werkte bij de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (NSF).

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Dat blijkt uit aanvullend onderzoek van deze krant in het Nationaal Archief in Den Haag. Woensdag meldde De Gooi- en Eemlander al dat Wirix is neergeschoten door een Hilversumse collaborateur, in dat artikel aangeduid als C.

Nog in leven?

Wirix’ familie hield tot eind 1947 vol dat hij nog in leven kon zijn, omdat er geen bewijs was van zijn dood. Dat blijkt uit een briefje, geschreven op 9 december 1947 door mejuffrouw E. der Kinderen van het bureau van de voormalige Orde Dienst. Die OD was in de oorlog opgericht door (oud-)militairen.

Op 20 februari 1948 noteerde Der Kinderen wat intussen was vernomen van Wirix’ zus B. den Brandt. Voor haar stond eindelijk vast dat haar broer dood was. Dit ’na eindelooze informaties te hebben ingewonnen bij voormalige Duitsche lazaretten en ziekenhuizen en bij begrafenisondernemingen’.

Uit het relaas van zijn zus blijkt dat Wirix op 16 december 1941 ’s avonds naar zijn huis aan de Hilversumse Orionlaan ging ’waar zijn gezin reeds lang niet meer verbleef, doch waar een vriendin van zijn vrouw op het huis paste’.

Die vriendin verklaarde na de oorlog dat collaborateur C gericht op Wirix had geschoten, zoals deze krant woensdag meldde.

Graf onbekend

’Het schot trof Wirix in de slaap’, aldus de samenvatting van Der Kinderen. ’Er is een dokter bij geweest, Wirix is naar het Wilhelminagasthuis (in Amsterdam, red.) vervoerd en daar, zonder tot bewustzijn gekomen te zijn, diezelfden avond overleden.’

René Paul Wirix (1902-1941), verzetsstrijder Hilversum NSF
© onbekend

Van een vaak vermelde vluchtpoging in Hilversum of Amsterdam was dus geen sprake. F.C.W. Slooff, werkzaam bij de NSF en met Wirix actief met de bouw van zendapparatuur voor contact met Engeland, voegt daar in een brief van 21 juni 1948 aan toe: ’Het stoffelijk overschot van Wirix is op een onbekende plaats begraven.’

Op SD-lijst

Dat Wirix wist dat de Duitsers op hem joegen, blijkt uit diezelfde brief. ’In de tijd volgende op September 1941 heeft Wirix mij gezegd, dat hij er kennis van droeg dat hij voorkwam op de lijst van de S.D. (Sicherheitsdienst, red.) betr. verdachte personen. (. . .) Hij werd zienderogen zenuwachtiger en was op alles voorbereid.’

De eerste keer dat het bijna mis ging, was eind september of begin oktober 1941. Toen Wirix bij Philips in Eindhoven was, kwam de SD hem daar zoeken.

’Het was nog juist gelukt weg te komen’, schreef L. Meertens in april 1948 aan het bureau van de voormalige OD. Nadat Wirix eerst was ondergedoken bij Philips-directeur en naoorlogse minister Jo Meynen vroeg hij aan Meertens of hij bij hem aan de Amsterdamse Roerstraat kon onderduiken.

Meertens: ’Zijn vrouw en zoontje waren ook reeds ondergedoken omdat men, tengevolge van een persoonsverwisseling, bij een neef van hem gekomen was om hem te arresteren en bij diens afwezigheid zijn vrouw had meegenomen. (Wirix) was overtuigd, dat hij bij arrestatie zou worden gefusilleerd. Hij droeg derhalve steeds een pistool bij zich met het vaste voornemen dit bij arrestatie te gebruiken daar hij er toch niet levend van af zou komen.’

Van der Waals

Tijdens zijn onderduik in de Roerstraat had Wirix contact met Louis Verstrijden, ’met wie hij in deze spionage-affaire nauw samenwerkte’, aldus Meertens. Over die spionagezaak vermeldt hij verder niets.

Via radiocontact met Engeland hadden ze ’de toezegging gekregen’ dat ze naar Engeland zouden worden gebracht. ’Wirix, omtrent wien de Sicherheits Polizei reeds te veel wist, zou daar blijven en Verstrijden zou na een opleiding naar Holland terug komen.’

Hun contact met Engeland, aldus Meertens, ’verliep via een zekere de Graaf’. Er werd een ontmoeting gepland, maar Wirix vertrouwde het niet, wist aan achtervolgers te ontkomen en dook onder in Amstelveen. Wat er van Verstrijden is geworden meldt Meertens niet.

Wel schrijft hij: ’Het behoeft geen betoog dat de Graaf identiek was met van der Waals.’ Anton van der Waals geldt als de ergste Nederlandse SD-agent. Hij is in 1950 geëxecuteerd.

In vertrouwen

Kort daarna had het voor de derde keer mis kunnen gaan. NSF-ingenieur Slooff in zijn brief: ’Op een Dinsdag in November 1941 werd mij in vertrouwen door de heer Bikkers, hoofdcontroleur van de N.S.F. verteld dat de S.D. aan de fabriek was om Wirix te arresteren’.

Maar Wirix was toen bij Philips in Eindhoven. Slooff beschrijft wat hij deed om Wirix bij terugkomst in Hilversum voor onheil te behoeden. Op 16 december 1941 ging het toch mis.

Verrader

Maar hoe was de SD eigenlijk op het spoor gekomen van de zenderbouw door de groep rond Wirix? Bij Slooff geen twijfel. Hijzelf Wirix en NSF-collega B. Graaf bouwden aan een zender die een paar maal werd verhuisd, de laatste keer naar de woning van NSF-constructietekenaar M aan de Heidestraat.

Over M schrijft Slooff dat deze ’later is gebleken te zijn de verrader’. Ook Wirix’ zus vermeldt M als de verrader, maar ze kan dat van Slooff hebben gehoord.

Vast staat dat M op 14 november 1945 is opgepakt. In het dagrapport van de Hilversumse politie staat dat hij door hoofdagent Sterling ’ter beschikking (is) gesteld’ wegens een ’politiek strafbaar feit’. Of M vervolgens wel of niet is veroordeeld is onbekend.

Intrigerend is wat Slooff op 11 november 1946 meldde. Een ondergedoken NSF-man, ’wijlen Dasselaar’, waarschuwde hem schriftelijk tegen C, de collaborateur die later Wirix neerschoot. Dasselaar adviseerde ’de executie van deze man zo mogelijk voor te bereiden’. Dasselaars briefje is volgens Slooff door M aan de SD gegeven. En er was nog een executie-idee.

Tijdens het proces tegen C zei de Hilversumse politieman Sytze van der Laan eind 1946: „Het is waar dat (M) mij verzocht heeft verdachte (C, red.) uit de weg te ruimen.” Maar M verklaarde: „Ik ontken dat ik den rechercheur Van der Laan verzocht heb verdachte (C, red.) uit de weg te ruimen.”

Meer nieuws uit Extra

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.