Haarlemse handballers Concordia de klos bij Beverwijkse razzia van 16 april 1944

Haarlemse handballers Concordia de klos bij Beverwijkse razzia van 16 april 1944
Gevangenen worden onder zware bewaking door Amersfoort naar het kamp geëscorteerd.
Beverwijk

Een open wond. Zo had de Duitse bezetter de razzia van Beverwijk en Velsen-Noord in 1944 bedoeld. Daar zijn de nazi’s in geslaagd. De stad en het dorp werden in luttele uren van bijna vijfhonderd jongemannen beroofd. Er zijn er in het laatste oorlogsjaar 65 omgekomen. Lees hier hoe ook het Haarlemse handbalteam Concordia in de Beverwijkse gijzelaarstrein werd gesmeten.

’IJmond speelt thuis. Voor zondag is voor de handbalvereniging IJmond slechts één wedstrijd vastgesteld. Het eerste elftal van de heren zal aan de Hoflanderweg te Beverwijk het Haarlemse Concordia II ontmoeten’. Dat meldt de Haarlemsche Courant op 13 april 1944.

De handbalwedstrijd vindt echter geen doorgang op die zondag 16 april, omdat de Grüne Polizei het hele, nietsvermoedende handbalteam bij aankomst op station Beverwijk oppakt en direct in de gijzelaarstrein richting Kamp Amersfoort smijt.

Van de zeventien Haarlemmers die op die dag naar Beverwijk reisden, zijn er in het laatste oorlogsjaar drie in de Duitse strafkampen overleden.

Opvoedkampen

En zo raakte de razzia die op 16 april 1944 door Beverwijk en Velsen-Noord raasde, ook Haarlem. De Haarlemse handballers Dick Koopman (19), Fons van Laarhoven (21) en Anton Remkes (21) kwamen om in de kampen in Zöschen, Schafstädt en Ammendorf.

De eerste twee kampen waren strafkampen die efeumistisch ’Erziehungsläger’ werden genoemd, opvoedkampen. Het betekende domweg dat het regime er nog onmenselijker was dan in de ’gewone’ werkkampen. Het kamp in Ammendorf was een sterfkamp. Een soort ziekenbarak, waar nauwelijks verzorging plaatsvond en waar meer gevangenen dood dan levend uit kwamen.

In totaal werden er tijdens de razzia 486 jongemannen tussen 18 en 25 jaar opgepakt, als vergelding voor aanslagen op NSB’ers door de verzetsgroep rond Hannie Schaft en Jan Bonekamp. Ze werden aanvankelijk als gijzelaar naar Kamp Amersfoort gebracht, met de belofte dat ze vrij zouden komen als de daders waren aangegeven. Maar daar kwam niets van terecht.

Op 7 juli 1944 ging het merendeel per trein naar het oosten van Duitsland, om daar als dwangarbeider tot het einde van de oorlog - of tot hun vroegtijdige dood - te blijven.

Kampbeul

Dit treurige lot trof Haarlemmer Fons van Laarhoven. Hij werd in kamp Schafstädt doodgeslagen door de beruchte Nederlandse kampbeul ’Amsterdamse Lou’ Kiesouw, een kleine crimineel uit Amsterdam, die door de SS was opgepakt omdat hij een huis leegroofde dat aan joden had toebehoord. Officieel heette het dat hij van de Wehrmacht had gestolen.

Kiesouw was als gevangene van de nazi’s naar Duitsland weggevoerd, net als de gijzelaars. Hij werkte zich in Duitse dienst al snel op tot kampbewaarder, of kapo. In die functie werd hij enigszins bevoorrecht, met als tegenprestatie dat hij zijn kampgenoten onder de duim zou houden.

Een taak waar hij zich nog erger dan de SS’ers van kweet, want zeker vier gevangenen zouden bezwijken onder de stokslagen van deze Amsterdammer.

IJskoude douche

Kiesouw maakte er een sport van om zijn medegevangenen enorm toe te takelen. Hij gaf zelfs halfdode gevangenen nog stokslagen als ze al werden weggedragen en zette gevangenen onder een ijskoude douche terwijl het vroor.

Kiesouw was iemand die je liever niet tegenkwam in het kamp. De Haarlemse Van Laarhoven was een van de vier bewezen ongelukkige doden die aan Kiesouw worden toegeschreven.

Waarschijnlijk waren het er veel meer, want hij schepte er genoegen in om met knuppels op de ruggen van zijn medegevangenen te slaan op de plek waar de nieren zitten. Daardoor waren ze niet onmiddellijk dood, maar wel zodanig toegetakeld dat ze later overleden.

Beul

Van Laarhoven had zich kennelijk bij Kiesouw in de kijker gespeeld. Hij was bankwerker bij NS in Haarlem, hij woonde in de Nachtegaalstraat. De jonge bankwerker werd genoemd in de rechtszaak die na de oorlog plaatsvond tegen Kiesouw van het Amsterdamse Bijzonder Gerechtshof. Het Parool van 13 oktober 1947 vermeldt de getuigenis van gevangene Frans Korf, net als Van Laarhoven 21 jaar.

„De 21 jarige Frans Korf kon vertellen, dat, toen zij één van hun zieke kameraden, na Kiesouw’s mishandelingen, stervende wegdroegen, deze zelfs toen nog door zijn beul werd geslagen. Toen ze hem op zijn krib legden, had hij al de geest gegeven.... „Hebt u hier nog iets op te zeggen?” vroeg de President van de rechtbank. „Daar kan ik toch niet tegen op”, zegt Kiesouw met een onverschillig gezicht. „’t Is een heel complot tegen mij.... van Laarhoven had trouwens vergif ingenomen.” „Hebben jullie daar iets van gehoord?” vroeg de President de getuigen. „Neen”, zeiden allen, „Er was geen vergif.”

Na de oorlog is kampbeul Kiesouw aanvankelijk ter dood veroordeeld, maar dit is later omgezet in celstraf.

De razzia van Beverwijk en Velsen-Noord

De Grüne Polizei trok op 16 april 1944 Beverwijk en Velsen-Noord binnen. De wegen werden afgezet en in legertrucks schuimden ze de huizen af, geholpen door lijsten met namen waar hun slachtoffers moesten wonen: jongens van 18 tot en met 25 jaar.De jongens werden in de trucks naar bioscoop De Pont in Velsen-Noord gebracht, waar de Ortskommandant kantoor hield.

In de bioscoopzaal kwamen zo meer dan 460 jongens bijeen; de rest van de uiteindelijk 486 opgepakte jongens werd nog op station Beverwijk uit arriverende treinen gehaald en aan het legertje gijzelaars toegevoegd. Ook enkele Haarlemse voetballers werden gearresteerd, sommigen bij de pont in Velsen-Noord waar de Duiters stonden te posten en anderen uit andere treinen.

In de bioscoop werden de jongens onder zware bewaking verzameld. Hier vertelde een Nederlandssprekende SS’er waarvoor ze waren opgepakt: de razzia was een vergeldingsmaatregel voor aanslagen op NSB’ers door het verzet.

Gebruld en geslagen

De Duitsers wilden de daders hebben en kondigden aan dat de hele troep als gijzelaar in hechtenis werd genomen. Bij nieuwe aanslagen zou een aantal gijzelaars worden gefusilleerd. Van dat laatste kwam het niet, omdat hoofddader Jan Bonekamp kort daarna in Zaanstad het leven zou laten bij een aanslag op politieman Ragut.

Het gijzelaarstransport nam vanaf bioscoop De Pont rond een uur of één ’s middags een aanvang. In rijen van vijf gevangenen, geflankeerd aan elke kant door een Duitse soldaat, marcheerden ze naar station Beverwijk, waar al sinds de zaterdag ervoor een locomotief met 13 goederenwagons klaar stond voor het transport.

Tijdens de wandeling, in de stromende regen, probeerden familieleden de gijzelaars kledingstukken en eten toe te werpen. De Duitsers lieten dat niet toe en gooiden de spullen weer terug. Er werd veel gebruld, gesnauwd en geslagen, en de toeschouwers - moeders, vaders, kleine kinderen - huilden tranen met tuiten bij de aanblik van de ontvoering van hun zonen.

In de trein ging het eerst in traag tempo richting Amsterdam, en vervolgens naar station Amersfoort. Er waren geen sanitaire voorzieningen in de dichte wagons en de gevangenen die nodig ’moesten’, deden hun behoefte maar in de hoeken.

Stinken

De trein begon daardoor vreselijk te stinken. Vandaar dat de meeste gevangenen enigszins opgelucht waren toen ze op station Amersfoort uit moesten stappen. Daar vandaan werd een nieuwe mars ingezet, en wel naar Kamp Amersfoort, dat een eind buiten de stad lag, op de Leusderheide. De wandeling daarheen zette de gevangenen enigszins op het verkeerde been.

Gevangene Arie Kunnen uit Beverwijk schreef in zijn dagboek: „Het was een prachtige omgeving die we doormarcheerden. De zon was intussen weer doorgebroken. Het had de hele middag geregend, dus een heerlijke geur steeg op uit de bossen, die heel even het gevaar waarin we verkeerden deed vergeten. Heel even maar, want daar doemde het kamp al op. We marcheerden de rozentuin binnen (een plek in het kamp die was afgerasterd met prikkeldraad, red.). Het was vijf uur, appèltijd. Het was een vreselijk gezicht toen we dat voor de eerste keer aanschouwden. Al die mannen met boevenpakjes en kale koppen stonden stram in de houding voor zo’n ploert van de SD.”

Een maandenlang verblijf in Kamp Amersfoort begon hiermee voor de gijzelaars die zijn opgepakt in Beverwijk en Velsen-Noord. Een tijd waaraan menigeen later met angst en beven zou terugdenken, want het kampregime - met lieden als de later geëxecuteerde, wrede kampcommandant Van den Berg, en zijn sadistische ondercommandant Kotälla - was afgrijselijk, en had allereerst tot doel om de gevangenen ’te ontmenselijken’. Door ze veel te weinig eten, loodzwaar werk en forse lijfstraffen te geven.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Namenlijst Concordia II

De namen van de weggevoerde leden van handbalteam Concordia II zijn:

Martinus Alderliefste

Pieter den Braber

Adrianus Hendrikus van Dijk

Gerlof Douma

Nicolaas Jozef Giling

Johannes Bernardus Handgraaf

Daniël Lambertus Henskes

Jacobus Keesmaat

Dirk Johannes Koopman

Alphonsus van Laarhoven

Krijn Landa

Hendrikus J. Leuven

Johannes de Liefde

Herman Moser

Johannes Adrianus Plantinga

Anton Remkes

Hendrikus Tibboel

Meer nieuws uit Kennemerland

Keuze van de redactie