Premium

Inder Rieden leent lievelingsschilderijen uit: ’Het zal een kale boel zijn in huis’

1/3

In alle stilte bouwde Anthony Inder Rieden (79) veertig jaar lang aan zijn schilderijencollectie. Die is inmiddels uitgegroeid tot de grootste privéverzameling ter wereld van Hollandse marinestukken uit de Gouden Eeuw. Nooit eerder trad de belastingjurist met zijn liefhebberij naar buiten. Tot nu: voor het eerst laat hij zijn ’geheime liefde’ zien in het Haagse Museum Bredius.

In de deftige Londense wijk Kensington bewoont de Nederlander Inder Rieden samen met zijn vrouw Maud een Victoriaans stadshuis dat van onder tot boven vol hangt met marines en strandgezichten. Hollandser kan het bijna niet. Alle grote namen die zich in de zeventiende eeuw aan dit specifieke genre waagden zijn vertegenwoordigd: van Hendrick Cornelisz. Vroom en Simon de Vlieger tot Willem van de Velde de Jonge en Ludolf Backhuysen.

Het bijzondere is dat vrijwel niemand, ook niet in de kunstwereld, van het bestaan af wist. „Alleen een handvol handelaren, een enkele andere verzamelaar en de Duitse kunsthistorica Gerlinde de Beer die ik gevraagd heb de catalogus van mijn collectie te schrijven”, knikt Inder Rieden. „Ik hou nu eenmaal niet van publiciteit. Daarom heb ik mijn hobby nooit aan de grote klok willen hangen.”

Complimenten over zijn collectie, die zonder meer van museale kwaliteit is, neemt hij bescheiden in ontvangst. „Dat durf ik zelf niet te beweren, hoor. Anders dan veel andere particuliere verzamelaars heb ik nooit een adviseur in de arm genomen. Mijn verzameling is heel persoonlijk. Ik heb altijd gekocht vanuit mijn eigen passie. Ik ben een amateur in de beste zin van het woord: een echte liefhebber. Mijn keuze is die van de fijnproever. Goede kwaliteit staat voor mij voorop.”

Het was de Haagse kunsthandelaar John Hoogsteder die hem vier decennia geleden adviseerde zich te specialiseren. „Ik wilde oude kunst kopen, maar aarzelde over wat precies. Hoogsteder zei mij dat een algemene collectie Nederlandse kunst uit de Gouden Eeuw niet meer haalbaar zou zijn. Dat is echt de jacht op groot wild, wil je nog topstukken kunnen kopen. Ik realiseerde me dat het leuker zou zijn als ik me zou beperken, omdat je dan een niche helemaal kunt uitdiepen. En zelf een expert kunt worden op een klein deelgebied.”

Wereldburger

„Uiteindelijk koos ik voor de marines, een typisch Hollandse specialiteit. Volgens mij heeft elke Nederlander wel iets met schepen, water en strand. Ik ook”, vertelt Inder Rieden. „Ik ben geboren in Santpoort, aan de kust. Tijdens mijn rechtenstudie in Leiden was ik lid van Njord, de Koninklijke Studentenroeivereniging. Ik heb altijd een boot gehad. Ja, marines passen echt bij mij. Vergeet bovendien niet, dat ik al sinds 1965 toen ik pas 25 jaar oud was in het buitenland woon en werk. Eerst eerst in Curaçao, daarna in de Bahama’s en later ook in Londen, waar ik als jurist voor diverse hedgefondsen heb gewerkt.”

Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar de heimwee naar zijn vaderland werd gesust met deze schilderijen. „Al woon ik al ruim vijftig jaar buiten Nederland, ik voel me nog steeds een Nederlander. Natuurlijk ben ik in zekere zin ook een wereldburger, zo je wilt. Maar ik zou mijn Nederlandse paspoort nooit opgeven. Met deze doeken kon ik - ook toen ik ver weg in de tropen aan het strand woonde - een stukje Holland in huis halen.”

Meer dan een knecht

Trots toont hij de topstukken van zijn collectie, die nu nog in zijn woonkamer en studeerkamer hangen, maar vanaf 10 december allemaal in Museum Bredius te zien zullen zijn. Zoals het imposante Britse oorlogsschip dat Willem van de Velde de Jonge in zijn Engelse periode schilderde boven de schouw. Of het verstilde strandgezicht van Jan van Goyen uit 1642, dat boven de bank hangt. „Dit is waarschijnlijk het grootste strandgezicht dat ooit geschilderd is in de zeventiende eeuw.”

„Alle grote namen uit die tijd in dit genre zijn vertegenwoordig in mijn collectie. Maar mijn favoriet is een kleine, in mijn ogen zeer ondergewaardeerde meester, genaamd Hendrick Dubbels. Hij behoorde tot het Weesper Kwartet en wordt vaak gezien als de studio-assistent van Simon de Vlieger. Maar hij was veel meer dan alleen de knecht die de pigmenten voor de verf mocht wrijven”, vertelt Inder Rieden. „Ik heb vijf werken van hem. Waaronder een prachtige verstild gezicht op de Rede van Texel, waar enkele schepen voor anker liggen. Ik hou van de rust die uit dit werk spreekt. Van zeegezichten met woeste stormen en schuimkoppen ben ik minder gecharmeerd.”

In Bredius hangt alles straks min of meer zoals het ook bij hem thuis hangt. „Dat is het leuke van dat museum aan de Haagse Vijverberg, dat het ook een woonhuis is, compleet met porseleinkast en antieke meubels”, stelt hij genietend. „Nee, ik vind het geen probleem om al mijn 67 lievelingen tijdelijk uit te lenen. Ja, ons huis, waar de schilderijen tot in de gang en het trapgat hangen, zal een kale boel zijn. Daarom vieren kerst dit jaar in Wenen.”

Paola van de Velde

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.