Premium

Meer begrip voor de boeren

Meer begrip voor de boeren
Inwoners uit de Randstad zijn tijdens de hongerwinter massaal toegestroomd bij een boerderij in Oudesluis.
© Archieffoto Zijper Museum

De boeren hebben het weer eens gedaan. Zoals altijd. Althans, zo ervaren ze dat. Halveer jullie veestapel maar, dat is beter voor het klimaat, roept D66. De agrarische stand staat op haar achterste benen.

Nederlandse boeren zijn boos. Boos op de Haagse politiek, de landelijke media en de Randstedelingen. Honderden agrariërs en sympathisanten hebben aangekondigd op 1 oktober met trekkers naar Den Haag te willen komen voor een grootschalige demonstratie. Directe aanleiding is naast verhitte discussies over de fosfaatproductie en stikstofuitstoot het voorstel van D66-Kamerlid Tjeerd de Groot om de Nederlandse veestapel te halveren, volgens brancheorganisaties van varkenshouders en pluimveehouders puur en alleen ’voor eigen politiek gewin in de Randstad’.

Buiten de Randstad heerst woede en frustratie over deze houding tegenover de agrarische sector. Op sociale media circuleren berichten dat het misschien ’hoog tijd wordt voor een hongerwinter’, om de Randstedelingen zo kwaadschiks te herinneren aan de onmisbaarheid van de boeren. Het veelvuldig gedeelde gedicht ’Hongerwinter’ onderschrijft de oplopende spanningen:

„[...] Want eten is er

nu genoeg,

de welvaart kwam

en deed vergeten,

Het barre leed wat

men toen droeg,

en dat men smeekte

om wat eten.

Een nieuwe oorlog

is begonnen.

Een tussen boer

en maatschappij.

Bij voorbaat hadden

zij gewonnen,

want de regering

hielp daarbij [...]”

Boeren uitten direct na de Tweede Wereldoorlog precies dezelfde onvrede over de houding van de stedelingen. Op zoek naar voedsel waren tijdens de laatste maanden van de Duitse bezetting honderdduizenden inwoners uit de grote steden in West-Nederland naar plattelandsgebieden in het noorden en oosten getrokken. Meer dan de helft van de huishoudens deed mee aan deze hongertochten, met name mensen uit de arbeiders- en lagere middenklasse, voor wie het een onmisbare overlevingsstrategie was.

Over deze hongertochten is veel gezegd en geschreven, echter vooral vanuit het perspectief van de stedelingen. Over de barre tochten te voet, met handkar of fiets met houten banden. Over de uitputtende zoektocht naar boeren die wél nog wat voorraden wilden verkopen of ruilen, al dan niet tegen exorbitante prijzen, juwelen of huisraad. En over de voortdurende angst dat de opbrengst vlak voor thuiskomst alsnog door de Duitsers zou worden afgepakt.

Beleving

Voor de beleving van de agrariërs is meestal weinig aandacht. Natuurlijk bestond er winstbejag en harteloosheid onder boeren. Maar het staat vast dat de hongertochten enkel zo succesvol waren omdat talloze andere boeren wél hun hongerlijdende landgenoten hielpen. En we moeten daarbij niet alle inspanningen vergeten van de agrariërs om voedsel af te staan aan hulpcomités en verzetsgroepen, alsook de risicovolle opvang van vele onderduikers en zo’n 40.000 ondervoede stadskinderen.

De eindeloze stroom van voedselzoekers tijdens de hongerwinter legde een grote druk op de schouders van de boeren. Een Noord-Hollandse agrariër verklaarde: „De houding der trekkers werd dikwijls gekenmerkt door: Je hebt wat, maar je wilt het ons niet geven.”

De meest voorkomende klacht kwam precies overeen met de onvrede anno 2019, namelijk dat de stedelingen weinig respect toonden voor de positie van de agrariërs. Boeren karakteriseerden de hongertrekkers als brutaal, ondankbaar en respectloos, voortvloeiend uit een stedelijk superioriteitsgevoel. Een boer uit de Haarlemmermeer vertelde: „Het grootste deel was ondankbaar, 50 procent vond het vanzelfsprekend [...] nu de moeilijkheden weer voorbij zijn, lopen ze de boeren weer met minachting voorbij.”

De spanningen tussen stad en platteland namen uiteraard enorm toe als gevolg van de hongersnood. Maar zonder de steun en inzet van boeren waren vele stadsgezinnen de hongerwinter niet doorgekomen. De komende maanden herdenken en vieren wij 75 jaar Bevrijding. Laten we dit jubileumjaar ook stilstaan bij de hulpacties van de boeren tijdens de hongerwinter. Deze waardering kan een klein stapje in de goede richting zijn naar wederzijds begrip en gezamenlijke bestrijding van de milieu- en klimaatproblemen die ons allemaal raken.

Ingrid de Zwarte is universitair docent aan Wageningen University & Research. Haar boek ’De hongerwinter’ kwam eerder dit jaar uit bij Prometheus.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.