Premium

90-jarige Haarlemse Kano Vereniging op weg naar koninklijke status

90-jarige Haarlemse Kano Vereniging op weg naar koninklijke status
Jan Eggens en Rob van der Bor: ’We hebben een geweldige stek langs het Spaarne met onze eigen haven en loodsen.’
© Foto United Photos/Toussaint Kluiters
Haarlem

De oudste kanovereniging van Nederland heeft haar thuishaven in Haarlem.

De Haarlemse Kano Vereniging (HKV) viert 27 september het 90-jarig bestaan.

Op de terugweg van een Pinksterkamp op het Alkmaardermeer in 1929 zagen de zeilers van de Haarlemsche Zeil Vereeniging (HZV) op de Zaan kanowedstrijden. Dat moeten we in Haarlem ook gaan doen, moet een aantal Haarlemmers hebben gedacht. Dat resulteerde datzelfde jaar nog in de oprichting van de Haarlemsche Kano Vereeniging.

Op de oprichtingsvergadering op 27 september 1929 tekent zich meteen al een splitsing af, zo tekent Jan Eggens op in het boek over de geschiedenis van de HKV dat hij met Han de Haan uitbracht bij het tachtigjarig bestaan. Want drie zeilers namen zitting in het bestuur omdat er te weinig kanoërs daarvoor beschikbaar waren.

Dat vonden sommige kanoërs niet acceptabel, ze stapten uit de HKV. Ook omdat de HKV meer een toervereniging is en zij het wedstrijdelement belangrijker vonden. Een jaar later richtten ze De Trekvogels op in Haarlem-Noord, die volgend jaar dus negentig jaar bestaat. Een vereniging waarmee door de HKV verder in harmonie werd en wordt samengewerkt.

Arbeiderssport

,,Handarbeiders en winkelpersoneel waren in het begin vooral lid van de HKV’’, zegt oud-Haarlemmer Eggens (73), die nog steeds lid is van de HKV, ook al woont hij inmiddels dertig jaar in Leimuiden.

,,Kanoën was in de beginjaren meer een arbeiderssport, roeien was iets van de hogere burgerij, maar dat verschil is later verdwenen.’’

In 1932 krijgt de HKV haar eerste eigen onderkomen, in een schuur bij het Fort bij Penningsveer. In die jaren blijkt dat de HKV zich ook weet te manifesteren als wedstrijdvereniging. HKV’er Wim van der Kroft weet zelfs het Olympisch niveau te bereiken.

Hij wint een bronzen medaille op de Spelen van 1936. In 1950 verhuist de HKV naar een nieuwe loods met een kanohaven aan de Noord-Schalkwijkerweg, op deze locatie beschikt de vereniging nu over vier loodsen met kleed- en doucheruimten en een kantine.

Pastoor

Onder een afdak in de tuin van Eggens’ huis liggen twee kano’s startklaar. De tuin grenst aan het riviertje de Drecht, waar hij eigenhandig een steigertje heeft getimmerd. Vanwege een schouderblessure komt kanovaren er niet meer van. Maar in het verleden heeft hij ontelbare trektochten gemaakt over rivieren en meren in Nederland, Duitsland, Tjechië, Frankrijk of Italië.

,,Ik ben begonnen toen ik 13 was, ik huurde een kano bij een verhuurbedrijf in Penningsveer. Op mijn veertiende mocht ik lid worden van een vereniging, dat werd De Trekvogels. Die vereniging ging steeds meer de wedstrijdkant op, daar is mijn lichaamsbouw niet geschikt voor. Toen ben ik overgestapt naar de HKV, daar hadden ze een hele grote toerafdeling. De HKV had toen vooral een katholieke signatuur, de boten werden tot in de jaren zestig nog gezegend door de pastoor. Onvoorstelbaar eigenlijk, die nestgeur is nu helemaal verdwenen.’’

In het begin deed Eggens allerlei klusjes bij de HKV. ,,Later werd ik secretaris en was ik de kwade genius achter de bouw van het derde botenhuis.’’

Ook landelijk werd Eggens bestuurlijk actief. Hij werd bestuurslid van de in Haarlem opgerichte Nederlandse Kanobond (NKB), richtte het nog steeds bestaande blad Kanosport op en is nu nog bestuurslid van de Toeristische Kano Bond Nederland.

,,Het leuke van kanoën is dat je op plekken komt waar je nog nooit van hebt gehoord, waarvan je niet wist dat die bestonden. Van de Waddenzee tot allerlei slootjes. Je kunt je tent opzetten ergens op de oever, veelal illegaal en heel basaal. Je kunt alleen varen of met een groep meedoen. Ik heb mijn vrouw ook in een kano leren kennen.’’

Golfbeweging

De belangstelling voor het kanoën kent volgens Eggens een golfbeweging. ,,In de jaren tachtig kwam het sterk op, in navolging van de ’terug-naar-de-natuur’ beweging en het stimuleren door de overheid van het bewegen in de openlucht. Het blad Op Pad van de ANWB had veel aandacht voor kanovaren. De NKB had toen 12.000 leden, nu nog maar de helft. Dat de belangstelling inzakte heeft te maken met consumentengedrag, het sporthoppen, mensen kiezen steeds een andere sport en steeds minder in verenigingsverband. Daar is overigens niets mis mee.’’

Een kentering dient zich volgens Eggens nu weer aan.

,,Met zo’n 220 leden is het ledental van de HKV niet schrikbarend teruggelopen. De vereniging beweegt keurig mee met de ontwikkelingen in de maatschappij. De HKV is ontzuild, de leden zijn een dwarsdoorsnede van de bevolking, de betonvlechter en piloot trekken samen op bij kanotochten. De overheid maakt kleine watertjes toegankelijk, legt kanoroutes met aanlegsteigers aan, daar gaan kanovaarders van profiteren. Mensen vinden een vereniging en de sociale contacten weer leuk, ze ontdekken de vrijheid van sportbeoefening in sociaal verband. Over tien jaar kan er zomaar sprake zijn van een ledenstop bij de HKV.’’

Levendig

De HKV anno 2019 kent drie takken van sport. ,,We hebben onze toergroep, de zeekanogroep en de suppers (sup is de afkorting van stand up paddle, red.)’’, zegt voorzitter Rob van der Bor (71). ,,De zeekanoërs en suppers vormen aparte groepen binnen de vereniging, ze regelen alles zelf. De HKV is vooral een echte toervereniging, een heel levendige vereniging. We organiseren toertochten, klassiekers als de Bollentocht en de Beulentocht, het rondje van 68 kilometer over de ringvaart van de Haarlemmermeer. We hebben een geweldige stek langs het Spaarne met onze eigen haven en loodsen. Je kunt bij wijze van spreken van hier naar de Donau varen.’’

Het enige probleem is misschien de broodnodige verjonging, zegt Van der Bor. ,,Zeker als het gaat om bestuursfuncties. Bijna alle verenigingen hebben moeite om bestuursleden te vinden, want iedereen heeft het altijd druk. Ons oudste bestuurslid is ver in de tachtig. Sommige bestuursleden hebben bij ons dubbele functies, we zoeken node een secretaris. Maar we weten de boel draaiende te houden. We krijgen steeds weer nieuwe leden en dankzij de komst van de suppers is er ook sprake van verjonging. Na de vakantie hebben zich weer vijf nieuwe leden aangemeld, straks moeten we nog kijken of we nog een plekje over hebben voor een boot in onze loodsen, ruimtegebrek ligt op de loer. De honderd jaar gaan we dus zeker halen. Dan gaan we de status Koninklijk aanvragen! Dat moet toch lukken? Dat verdient deze vereniging.’’

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.