Premium

Menno Jonker reconstrueert twee 17e-eeuwse kunstroven met behulp van advertenties in de voorloper van Haarlems Dagblad

Menno Jonker reconstrueert twee 17e-eeuwse kunstroven met behulp van advertenties in de voorloper van Haarlems Dagblad
Wie stalen de schilderijen van de Haarlemse musketier Jan van Huchtenburg?
© Cartoon Freek Kroon
Haarlem

Menno Jonker reconstrueerde twee eeuwenoude kunstroven aan de hand van berichten in de Oprechte Haerlemse Courant.

’De zaak van de gestolen Bosschaert’ klinkt als een boektitel van Sir Arthur Conan Doyle over detective Sherlock Holmes. Net zoals ’Kunstroof anno 1674, De vermissing van twee Van Huchtenburgs’ associaties oproept aan een spannende thriller.

Boeiend zijn ze zeker, de studies van Hagenaar Menno Jonker. De kunsthistoricus wist de kwestie van de gestolen Bosschaert op te lossen. Hij vond diens vermiste bloemstilleven terug in een museum in Stockholm. Bovendien reconstrueerde hij de geschiedenis van de roof van twee oorlogstaferelen van Van Huchtenburg. Die verdwenen zeer waarschijnlijk uit de postkoets van Amsterdam naar Leiden.

Bronnen

Een onderzoek op de plaatsen delict zat er niet in, hij moest zich verlaten op geschreven bronnen. In dit geval zijn dat artikelen in de oudste nog bestaande krant ter wereld, de Oprechte Haerlemsche Courant.

„Ik ben anderhalf jaar geleden begonnen met het systematisch lezen van advertenties uit de 17e eeuw in de Oprechte Haerlemse Courant”, vertelt Menno Jonker. Hij is er razend enthousiast over. „Zo’n honderd van die oproepen gaan over verkopingen van master drawings (meestertekeningen). Maar er zijn er veel meer, ook van schilderijen, juwelen en andere kostbaarheden. Die werden geplaatst door nabestaanden, die van het bezit van hun overleden dierbaren af wilden.”

Vaak werden de kunstwerken in boekwinkels en hotels verkocht en geveild. Het gebeurde ook bij mensen thuis en bij kunstenaarsgilden. Er waren ook kijkdagen, vergelijkbaar met de tegenwoordige werkwijze van Christie’s en Sotheby’s.

Europa

De 17e-eeuwse krant waaruit Haarlems Dagblad voortkwam, blijkt een buitengewoon rijke historische bron. „Voor de Oprechte is dat heel bijzonder, als je de titel vergelijkt met andere kranten zijn dergelijke vermeldingen een stuk schaarser. Om die reden wisten de mensen in die tijd juist de Oprechte te vinden. Het is bovendien fascinerend om te zien hoe internationaal de OHC was indertijd - een krant met grote impact - betrouwbaar als nieuwsplatform met een indrukwekkend lezersbereik. Misschien wel de beste krant van Europa…”

Lees ook: Oprechte Haerlemsche Courant maakte schilders bekend in Europa

De Oprechte verscheen ook in Londen bijvoorbeeld. „Tijdens mijn onderzoek vond ik informatie over de toenmalige nieuwsgaring waaruit blijkt dat Londenaren eerder en liever de Haarlemse krant lazen dan andere titels. Nederlands was dus kennelijk een meer internationale taal dan tegenwoordig.”

Na het drukken te Haarlem werd de Oprechte vervoerd naar Londen, Brussel, Antwerpen, verschillende Duitse steden en mogelijk Parijs. „Dat ging best snel in die jaren. Ze waren er vaak binnen een dag of zo. Meermalen per dag voeren postschepen het Kanaal over. In aanvang verscheen de Oprechte twee keer per week, halverwege de 60’er jaren van de 17e eeuw werd dat drie keer per week.”

„Hoofdreden voor lezers om de krant te kopen was natuurlijk de journalistieke berichtgeving over landelijke en internationale kwesties. De Oprechte had een hoogwaardig correspondenten-netwerk in Europa.”

Lees ook: In 1674 geroofde schilderijen waren gemaakt door Haarlemse musketier Jan van Huchtenburg

Kunstroven werden gemeld in omkaderde oproepen in de krant. Wie de ontvreemde kunstwerken terugbezorgde, kon rekenen op een hoge beloning.

Met diefstal-annonces van juwelen en kleding kon Jonker weinig, anders dan met de vermeldingen van kunstroven. „Ik heb de krenten uit de pap gehaald. In de berichten staat aardig wat context, dat maakte het leuk detective-speurwerk voor mij.”

Waar gaat het om? Het onderzoek van Jonker richt zich op twee gevechtsschilderijen van Van Huchtenburg en een bloemstilleven van Ambrosius Bosschaert.

Schermschool

„Het is aannemelijk dat de doeken van Van Huchtenburg zich bevonden in de ’Scherm School’ aan de Prinsengracht in Amsterdam. Dat was de opleiding voor schermers. Ik denk dat de schilderijen daar weg moesten, omdat de functie van de schermschool verdween. Zij werd opgeheven, mogelijk om in het gebouw vluchtelingen op te vangen.”

Trompetter

Menno Jonker: „De vermiste werken zijn twee pendanten (bij elkaar behorende doeken) van een oorlogstafereel. Op de ene staan strijdende soldaten en ruiters. Een trompetter valt van zijn paard. De andere laat een bivak van soldaten zien tijdens een oorlogspauze, waarop een vrouw danst met een soldaat. Onderweg naar Leiden zijn de schilderijen gestolen. Dat de nieuwe eigenaar in Leiden woonde, leid ik af uit het feit dat in de advertentie twee adressen worden opgegeven: de verzender en de ontvanger. Je kunt je voorstellen dat de koets waarin de doeken werden vervoerd, is overvallen door rovers.”

De overval vond plaats in mei 1674. De Oprechte meldde de kwestie pas in november van dat jaar, wat volgens de kunsthistoricus aangeeft dat de autoriteiten eerst moeite hebben gedaan de doeken op te sporen, totdat in november werd besloten tot een annonce in de krant. Kennelijk had het onderzoek op de crime scene niets opgeleverd.

Lees ook: Kunstroven uit de 17e eeuw, de oude nieuwsberichten

Ridderzaal

Grote kans dat de schilderijen onderweg waren naar een boekenverkoop van Hagenaar Gerard Amelingh. Zijn verkoopplaats was de Grote Zaal, de tegenwoordige Ridderzaal, die in de 17e eeuw dienstdeed als boekenmarkt. Tot de aanname over Amelingh komt Jonker op basis van een advertentie die eerder verscheen in de Oprechte, waarnaar de roofannonce verwijst.

De oorlogstaferelen zijn nooit meer opgedoken. Zij het dat een in 2002 aangeboden doek (vrouw danst met soldaat) erg veel weg heeft van een van de vermiste werken.

Het speurwerk naar de bloemenvaas van Ambrosius Bosschaert (Antwerpen, 1573 – Den Haag, 1621) had meer succes. „Het schilderij hangt nu in het Hallwyl Museum in Stockholm”, zegt de detective. Met andere woorden: dit museum heeft dus gestolen kunst? „Klopt, alleen deze diefstal is verjaard. Ik heb ze het laten weten. Vermoedelijk was het wel bekend in Zweden, de Oprechte werd overal gelezen.”

„Ik wilde het hele plaatje rond krijgen. Het werk is eind 19e eeuw aangekocht door mevrouw Hallwyl. Het was aangebracht in een veiling. De periode van 1670, toen het is gestolen, tot de 19e eeuw is in feite blank.”

Het liefst had hij de dader van de roof geïdentificeerd. „Er zijn Amsterdamse confessieboeken uit die jaren bekend, waarin berichten staan over mensen die hebben bekend dat zij dingen hadden gedaan die niet mochten. Daar wil ik nog een keer induiken, op zoek naar een clou.”

Het doek is gestolen op 14 april 1670 uit het Oudezijds Herenlogement, destijds veruit het chicste hotel in de hoofdstad, waar ook veilingen werden gehouden. Jonker doet enkele suggesties voor wat betreft het motief van de diefstal, en hij noemt enkele namen van potentiële daders.

Zo had de herbergier van het Herenlogement, Jurriaen Baeck, een huurachterstand. Verder is Jan Toonhuysen een verdachte. Deze medewerker van het Schildersgilde, die het logement in eigendom had, was ontslagen omdat hij weigerde wederrechtelijk verkregen geld terug te geven.

Mogelijk een inside job, dus.

„Beide mannen hadden mogelijk een motief voor een illegale transactie met een onbekende koper – misschien een Zweedse gast die in het Herenlogement verbleef. Dit is goed denkbaar, er zijn immers na 1670 geen sporen van het schilderij meer gevonden in Amsterdam.”

Detective Jonker zet zijn onderzoek voort, mogelijk werpen de confessieboeken een nieuw licht op de daders en de verblijfplaats van de doeken van de Haarlemse musketier. „Ik kan hiermee nog tot aan mijn dood aan de slag”, denk ik.

Menno Jonker reconstrueert twee 17e-eeuwse kunstroven met behulp van advertenties in de voorloper van Haarlems Dagblad
Menno Jonker

Menno Jonker

Kunsthistoricus, die diepgravend onderzoek deed naar kunstroven in de 17e eeuw.

Menno Jonker raadpleegde hiervoor de Oprechte Haerlemse Courant. De onderzoeker, die zich ontpopt tot detective, studeerde in 2009 af aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Jonker is curator, onderzoeker en schrijver. Zijn opdrachtgevers zijn Rijksmuseum, Frans Hals Museum en Rembrandthuis, universiteiten, kunsthandelaren en tijdschriften. Voor het Frans Hals Museum schreef hij de catalogus bij de expositie Barbaren en Wijsgeren (2017).

Zijn studies naar de annonces in de Oprechte Haerlemse Courant voerde hij uit in het Noord-Hollands Archief te Haarlem. De meest recente is getiteld ’Drawing attention te Works on Paper in the Haarlem Newspaper, 1660-99’.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.