Premium

Alzheimerprofessor: ’Kans op geneesmiddel groeit’

Alzheimerprofessor: ’Kans op geneesmiddel groeit’
Neuroloog Philip Scheltens: ,,De inspanningen om tot nieuwe medicijnen te komen, zijn nog nooit zo groot geweest.’’
© Foto Mark van den Brink
Amstelveen

Philip Scheltens vindt dat hij ’het mooiste vak heeft wat er bestaat’. Dat klinkt cru, omdat zijn werk de verschroeiende ziekte Alzheimer behelst.

„Ik mag patiënten bijstaan. Onderzoek doen. Collega’s opleiden. En het maatschappelijk belang is onmiskenbaar groot”, motiveert hij zijn stelling. Maar Alzheimer is wel een ziekte die kapotmaakt, die bovendien een enorme impact heeft op de omgeving. „Er zijn meer verschrikkelijke hersenaandoeningen”, reageert hij. „Dan had ik geen neuroloog moeten worden.”

Je kunt, een beetje volks, stellen dat Philip Scheltens ’de alzheimerprofessor’ van Nederland is. Hij is een veelgevraagd expert. De Amstelvener is niet zo van de poeha, maar moet wel onderschrijven: „Eind jaren ’80 was er geen enkele aandacht voor Alzheimer in Nederland. Ik ben begonnen in mijn eentje.”

Tegenwoordig is hij hoogleraar neurologie en directeur van Alzheimercentrum Amsterdam, onderdeel van het AUMC. Zijn missie: Alzheimer, en andere vormen van dementie, behandelbaar maken.

„In de komende vijf jaar komen hopelijk middelen op de markt waarmee de ziekte van Alzheimer in een vroeg stadium af te remmen is. Of zelfs te stoppen”, zei Philip Scheltens (onder andere) tegen de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. Dat was twee jaar geleden.

Aangewakkerd optimisme

Er zal hoogstwaarschijnlijk geen medicijn zijn in 2022. Scheltens: „Het schiet niet op.” En aan een nieuwe voorspelling waagt de hoogleraar zich niet langer. Is het optimisme over een behandeling de afgelopen jaren misschien te veel aangewakkerd? „Daar ben ik ook schuldig aan”, bekent hij.

Verzachtende omstandigheid: zijn enthousiasme, en dat van anderen, viel te billijken. „We hadden twee middelen die in hun laatste fase - 3 - van het onderzoek zaten. Maar ze hebben de eindstreep niet gehaald. Deze medicijnen zijn op 3500 mensen getest, maar het effect was niet genoeg. We zijn daardoor weer naar achteren gezet. Dat is heel zuur. Anders zouden we nu de discussie hebben gevoerd over toelating van deze middelen.”

Farmaceut Roche zette in februari van dit jaar twee veelbelovende studies naar middelen tegen dementie stop. Eerder deden Johnson & Johnson, Merck, Eli Lilly en Pfizer dat ook al met hun onderzoeken. Pfizer zei zelfs niet meer te zullen investeren in grote alzheimerstudies.

Toch zijn er intussen alweer twee nieuwe kansrijke trials aan de gang; bij een daarvan is ook het alzheimercentrum betrokken. In lekentaal uitgelegd: Alzheimer wordt veroorzaakt door klonterende eiwitten in de hersenen, waardoor de communicatie tussen de hersencellen wordt verstoord. Het idee is dat ’monoklonale antilichamen’ (dat zijn in het lab gefabriceerde afweer- of antistoffen) dat klonteren van deze eiwitten (’amyloid plakken’) afremt, of zelfs tegengaat.

Scheltens: „Met een van die twee middelen, gantenerumab, zijn we opnieuw begonnen. De dosis bleek te laag. Nu gaat de dosis omhoog.”

Mochten deze middelen wél de eindstreep halen, dan ben je er nog niet. „Je zult waarschijnlijk nooit genoeg hebben aan één middel. Alzheimer is een heel complexe hersenziekte. Dat maakt ook de behandeling complex.”

Intussen richten artsen zich ook op preventie. „Aangetoond is dat leefstijl invloed heeft: roken, weinig bewegen, overgewicht en suikerziekte spelen allemaal een rol. Al weten we nog niet hoe sterk dat verband is.”

Steeds pregnanter

Tegelijk sombert Scheltens niet. „De inspanningen om tot nieuwe medicijnen te komen, zijn nog nooit zo groot geweest. Men ziet in dat het steeds pregnanter wordt voor Alzheimer en andere vormen van dementie, omdat we nog niks hebben. Dát is op zich een goede ontwikkeling.”

En hard nodig. Tot 2040 zal het aantal patiënten met dementie in de westerse wereld verdubbelen, tot - alleen al in Nederland - ruim een half miljoen. „Dat is een schrikbeeld. Dementie is nu al doodsoorzaak nummer 1. De getallen zelf zijn niet het probleem. De mensen die aan dementie lijden, hebben zoveel zorg nodig. Je praat nu over 750.000 mensen die betrokken zijn bij de zorg voor een dementerende.” Ook dat aantal verdubbelt dus. Daarbij: „De zorg voor een dementerende is het zwaarste wat je als mantelzorger kunt hebben.”

„Dat geeft een enorme druk op de samenleving. En de kosten zijn ongelooflijk: veel hoger dan bij welke andere ziekte dan ook. De toename van de zorgkosten is volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voor een derde deel te wijten aan de vergrijzing en de bevolkingsgroei. Van alle zorgsectoren stijgen de uitgaven aan de ouderenzorg het snelst: van 20 procent van de totale zorguitgaven in 2015, naar 25 procent in 2040. Dit is een absolute toename van 17 naar 43 miljard euro.”

Scheltens deed een dringende oproep aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid om, in lijn met de prognoses, ook het budget voor onderzoek naar dementie te verdubbelen. Dat is toegezegd. Het was acht miljoen euro per jaar en het wordt dus zestien miljoen.

Meer budget

Maar voor onderzoek naar - bijvoorbeeld - kanker is (nu nog) dertig keer meer beschikbaar. Dat steekt, alleen onderschrijft het ook Scheltens’ pleidooi: meer budget loont. Het is geen toeval dat de overlevingskans na een diagnose kanker in zoveel jaar zo is gestegen. „Veel pogingen om tot een geneesmiddel te komen, zijn de afgelopen jaren mislukt. Maar de hoeveelheid schoten op doel wordt steeds groter”, ziet Scheltens. „De kans dat het een keer raak is, wordt dus ook steeds groter.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.