Premium

’Openbaar bestuur is als het menselijk lichaam: groot en complex’

’Openbaar bestuur is als het menselijk lichaam: groot en complex’
Hoogleraar en Eerste Kamervoorzitter Jan Anthonie Bruijn kruipt graag achter het Van Hagerbeerorgel in de Leidse Pieterskerk: ,,Zó mooi als je op zo’n uniek instrument mag spelen.’’
© Foto Hielco Kuipers

Aan Jan Anthonie Bruijn als nieuwe voorzitter van de Eerste Kamer de eer om komende dinsdag de ceremonie bij Prinsjesdag te leiden en na afloop de gevleugelde woorden ’Leve de Koning’ uit te roepen. De Leidse hoogleraar immunopathologie voelt zich als opvolger van Ankie Broekers-Knol tussen de senatoren als een vis in het water.

Direct na zijn installatie als voorzitter van de Eerste Kamer, kort voor het zomerreces, werd Jan Anthonie Bruijn (61) gefeliciteerd door zijn 91-jarige vader. De foto van dat moment haalde veel kranten. Je krijgt er meteen zo je ideeën bij. Zo van: trotse vader / zoon heeft waargemaakt wat vader niet had kunnen dromen / dat hij dat op zijn hoge leeftijd nog mag meemaken.

Ofwel: is voor Jan Anthonie Bruijn een jongensdroom werkelijkheid geworden?

De Wassenaarder heeft al een glanzende carrière als hoogleraar immunopathologie bij het LUMC. In zijn vrije tijd bekleedde hij diverse bestuursfuncties bij de VVD, deels in zijn woonplaats Wassenaar. Hij koos altijd voor de bestuurlijke kant van de politiek. In zijn sollicitatietoespraak zei Bruijn tegen de andere senatoren dat, als ze hem zouden kiezen, er voortaan altijd een dokter in de zaal zou zijn. Want zijn oude vak, dat van hoogleraar immunopathologie aan het LUMC, blijft hij ook trouw.

Iconische foto

„Op die foto waarop mijn vader me feliciteerde, heb ik ontzettend veel reacties gehad. Iedereen vond ’m mooi. Mijn moeder is helaas overleden, anders had ze ook vast op de tribune gezeten. Ik vond het prachtig dat mijn vader met zijn 91 jaar en bij vol verstand nog mag meemaken dat ik werd geïnstalleerd. Die foto is buiten de nominaties gevallen als beste politieke foto van dit jaar. Dat is maar goed ook, want die prijs wordt uitgereikt door de voorzitter van de Eerste Kamer, dat was voor mij lastig geworden. Hij hangt daar deze maand nog in het Atrium van het Haagse stadhuis, ik wil daar echt nog een keer gaan kijken.”

Jongensdroom?

„Ik vind het hartstikke leuk om hier te zitten en hoop iets van het voorzitterschap te maken. Een jongensdroom? In ieder geval was het altijd wel een droom van me om iets bij te dragen aan de maatschappij. Dat voelde ik in mijn jeugd en in mijn studententijd al, ik raakte meer en meer geïnteresseerd in ’het algemeen belang’. Ik kom uit een ondernemersgezin en ben met humor en ontspanning opgegroeid. Mijn vader had een familiebedrijf in woningtextiel. ’De zaak’ stond zeven dagen per week centraal. Heel vaak was die zaak en het belang van het personeel en de klanten en de maatschappelijke rol van het bedrijf bij ons thuis onderwerp van gesprek. Dan raak je vanzelf geïnteresseerd in de wereld om je heen.”

Geneeskunde

„Mijn oom, de broer van mijn moeder, deed veel aan muziek en dat was altijd ook een grote hobby van mij. Daardoor raakte ik in het bijzonder met hem bevriend. Hij was patholoog en praatte altijd zo positief, enthousiast en bevlogen over zijn vak. Zodoende besloot ik medicijnen te gaan studeren en later om me te specialiseren in de immunopathologie.”

Pathologie?

„Er zijn in ons land ongeveer 350 pathologen. Een patholoog is een medisch specialist en beoordeelt weefselstukjes van patiënten die met een of andere klacht in het ziekenhuis terecht komen en bij wie een verdacht stukje weefsel – soms maar één cel – wordt afgenomen. Ons vak is dan om een goede diagnose te stellen, als basis voor de verdere behandeling. Dat weefselonderzoek kun je ook doen op overledenen, en in een forensische setting, als de oorzaak van het overlijden niet duidelijk is. Ik doe geen forensische pathologie, ik ben gespecialiseerd in nieren, ik heb alleen verstand van nieren. We zijn in Nederland maar met een handvol collega’s die nierbiopten beoordelen, het is een heel klein vakgebied. Daarom krijg ik in het LUMC vaak biopten van vele omliggende ziekenhuizen.”

Werk Eerste Kamer

„De Eerste Kamer is er voor het toetsen van de uitvoerbaarheid van wetten of wetswijzigingen. Een gemiddeld Regeerakkoord – de plannen van de regering – vertaalt zich in een paar honderd wetswijzigingen per jaar. Die wetten moeten worden onderhouden en aangepast, want de wereld verandert continu. Nadat de Raad van State er technisch advies over heeft gegeven en de Tweede Kamer ermee heeft ingestemd, komen die wetsvoorstellen bij ons. Ongeveer driekwart van die 300 wetswijzigingen wordt bij ons als hamerstuk afgedaan. Een kwart wordt in behandeling genomen, vaak met één of twee rondes schriftelijke vragen en dan zo nodig in een debat. Pas als de meerderheid van de Eerste Kamer overtuigd is, wordt de wetswijziging na een stemming aangenomen. Een enkele keer verwerpen we ook wel wetsvoorstellen.”

Raakvlakken

„De afstand tussen wat ik in het LUMC in Leiden doe en hier is helemaal niet zo groot als het misschien lijkt. Het lijkt alsof mijn vak van patholoog nauwelijks raakvlakken heeft met de functie van Eerste Kamervoorzitter, maar er zijn wel degelijk raakvlakken. Beide functies gaan om het ’algemeen belang’. Als hoogleraar in het LUMC gaat het om het belang van enerzijds de patiënten, anderzijds je wetenschappelijk onderzoek en het onderwijs aan studenten. Hier in de Kamer om dat van goede wetgeving. Openbaar bestuur is als het menselijk lichaam. Het is groot, complex en je kunt het nooit helemaal begrijpen. En ze zijn allebei héél relevant. ”

’Dokter in de zaal’

In zijn sollicitatietoespraak zei Bruijn tegen de senatoren: als u mij kiest, heeft u voortaan altijd een dokter in de zaal. Bruijn: „ De voorzitter van de Eerste Kamer is er namelijk altijd, in tegenstelling tot de senatoren en bepaalde woordvoerders. Of die opmerking als kwinkslag was bedoeld? In elk geval maakte ik die vanuit de gedachte dat ik een unique selling point had. En een kwinkslag, een beetje humor op z’n tijd vind ik inderdaad wel heel belangrijk.”

Belang van sfeer

„Ik zit nu bijna zeven jaar in de Eerste Kamer en als ik iets heb ontdekt, is dat sfeer heel belangrijk is en dat het een belangrijke taak voor mij is om daarop te blijven letten. Je kunt alleen maar hard op de inhoud zijn als je zacht op de persoon bent. De relaties moeten goed zijn, er moet respect zijn voor elkaar, hoe moeilijk dat soms ook is. Waarmee ik niet wil zeggen dat je niet kritisch naar elkaar moet zijn, om het zo te zeggen: het is soms ook nodig om elkaars nieren te proeven. Maar dat Kamerleden elkaar uitschelden of agressief bejegenen, zoals in de Tweede Kamer de laatste tijd weleens voorkomt, zie ik hier niet zo gauw gebeuren. Dat komt enerzijds doordat het debat hier vaak niet zo in de schijnwerpers wordt gevoerd, anderzijds omdat de leden van de Eerste Kamer in het algemeen wat ouder zijn en minder carrière-technisch gericht, de meeste hebben al een andere carrière achter de rug. Ze zijn daarom meer geneigd om puur naar het wetsvoorstel te kijken in plaats van naar hun eigen belang of dat van de partij.”

Nut en noodzaak

„De Eerste Kamer heeft wel degelijk nut. Een heel concreet voorbeeld uit mijn eigen ervaring. Na jarenlange en slepende discussies in de kabinetten Rutte I en II besloot de Tweede Kamer om de Cito-eindtoets voor de basisscholen verplicht te stellen. Compromis was dat die toets dan later in het jaar, eind juni, zou worden afgenomen. Ik als onderwijsspecialist van de Eerste Kamer kwam daarna in gesprek met het onderwijsveld en wat bleek: men vond eind juni te laat, het tijdstip was onuitvoerbaar. Toen heb ik een motie ingediend om de Cito zo vroeg als redelijkerwijs mogelijk was, af te nemen. Nu zie je dat alle scholen het begin mei doen. De Tweede Kamer had vooral gekeken naar het compromis, wij naar de uitvoerbaarheid. Dat neem ik de Tweede Kamerleden niet kwalijk, zij werken fulltime en waren daar mogelijk niet aan toegekomen. Eerste Kamerleden vergaderen maar een dag in de week, dan kun je veel makkelijker met een maatschappelijke blik naar zo’n wetsvoorstel kijken. Wij staan met één been in de samenleving.”

Minderheid

„Het kabinet-Rutte heeft in de huidige Eerste Kamer 32 zetels en zou, om een meerderheid te hebben, er eigenlijk 38 moeten hebben. Daar kun je als buitenstaander je wenkbrauwen over fronsen. Aan de andere kant dwingt die minderheid het kabinet om rekening te houden met de oppositie in het parlement. Er zitten dus voor- en nadelen aan. Ik denk dat uiteindelijk niemand er slechter van wordt. Dat er, sinds Henk Otten zich heeft afgescheiden van het Forum voor Democratie, nu in de Eerste Kamer veertien fracties zijn, daar hebben we mee te dealen. Voor de democratie is het goed dat mensen iets te kiezen hebben.”

Nevenfuncties

„De nieuwe integriteitscode, die de Eerste Kamer dit voorjaar heeft aangenomen, komt voor het eerst voor het voetlicht, maar we zijn al heel lang met het onderwerp integriteit bezig. Alle nevenfuncties van de Eerste Kamerleden staan bijvoorbeeld al gewoon op de website, en ook of ze betaald of onbetaald zijn. Openheid is belangrijk. En Kamerleden moeten hun werk onafhankelijk kunnen doen. Zo moet je je goed afvragen of je lid wilt zijn van een bepaalde adviesraad. Stel dat je in die hoedanigheid meewerkt aan een advies dat naar een minister gaat en dat je als Eerste Kamerlid later dat wetsontwerp moet controleren? Dan heeft dat de schijn van belangenverstrengeling. Zelf heb ik tien nevenfuncties opgezegd toen ik voorzitter werd. Niet zozeer uit angst voor belangenverstrengeling, vooral uit tijdgebrek.”

Van Hagerbeerorgel

„Ik heb een aantal keren op het Van Hagerbeerorgel in de Pieterskerk in Leiden mogen spelen, tijdens de Dies van de universiteit bijvoorbeeld. Een prachtig, met de hand gemaakt orgel, 500 jaar oud. Zó mooi als je op zo’n uniek instrument mag spelen. Een orgel is het enige instrument dat je ’van binnenuit’ bespeelt en ziet. Als ik de kans krijg, zou ik het graag nog eens bespelen. Bij de opening van het Academisch Jaar bijvoorbeeld, maar dat kon niet, daar werd ik als voorzitter van de Eerste Kamer automatisch voor uitgenodigd.”

Thuisfront?

„Ja hoor, ik ben gelukkig nog wel vaak en genoeg thuis. Mijn vrouw en ik zijn heel gelukkig. Ik heb in het LUMC goede afspraken kunnen maken en mijn functie daar teruggebracht naar twee en een halve dag. Het voorzitterschap van de Eerste Kamer is een functie voor in beginsel ten minste tweeënhalve dag per week. En ik hoef ook maar één ding tegelijk te doen hè? Ik vind het sowieso een heel groot voorrecht om dokter te mógen zijn en in een ziekenhuis te mogen werken als het LUMC, waar je én patiënten begeleidt, én onderzoek en onderwijs mag doen, én in de Kamer te mogen werken voor de mensen in het land. Die mensen zijn jouw opdrachtgevers, zo zie ik dat echt. Het volk is de baas, democratie betekent ook: macht aan het volk.”

Zondagskind?

„Ik een zondagskind?” Lachend: „Nou, ik weet niet precies op welke dag ik ben geboren. Serieus: het is een verschrikkelijk groot voorrecht als je uit een milieu komt waarin je geestelijk veel meekrijgt, waarin je mag studeren. Wat dat betreft is het oneerlijk verdeeld in de wereld. Wat de één wel meekrijgt, heeft de ander niet. Daarom wil ik eens temeer in het openbaar bestuur iets bijdragen aan een eerlijke en welvarende samenleving. Ik ben heel gelukkig dat ik hier mag zitten.”

’Openbaar bestuur is als het menselijk lichaam: groot en complex’
Jan Anthonie Bruijn
© Foto Hielco Kuipers

Paspoort

Jan Anthonie Bruijn

Leeftijd: 61 jaar

Woonplaats: Wassenaar

Opleiding: gymnasium op het Rijnlands Lyceum Wassenaar, studie geneeskunde aan Erasmus Universiteit Rotterdam en John Hopkins-universiteit in Baltimore, promotie op studie naar behandeling chronische nierontstekingen aan Universiteit Leiden (1988). Hij is gespecialiseerd in nierziekten en pathologie

Beroep: arts en hoogleraar immunopathologie aan de Universiteit Leiden/LUMC (vanaf 1996).

Sinds juli dit jaar voorzitter Eerste Kamer, daarvoor zeven jaar Eerste Kamerlid voor de VVD

Nota bene: hij was voorzitter VVD Wassenaar (1989-1996) en voorzitter

landelijke commissie verkiezingsprogramma VVD in 2010, 2012 en 2017

Vrije tijd: Bruijn stond aan de (embryonale) wieg van de Hermes House Band, is jazzpianist en bespeelt graag het Van Hagerbeer-orgel van de Pieterskerk

Nevenfuncties: voorzitter Raad van Toezicht Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

Burgerlijke staat: getrouwd

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.