Premium

Lakenhal, Westfries Museum en Frans Halsmuseum houden vast aan begrip Gouden Eeuw

Lakenhal, Westfries Museum en Frans Halsmuseum houden vast aan begrip Gouden Eeuw
Bij de inrichting van de expositie heette het nog ’Hollanders van de Gouden Eeuw’.
© foto ANP
Amsterdam

Het Frans Halsmuseum, het Rijksmuseum, het Westfries Museum en Museum de Lakenhal blijven de 17e eeuw aanduiden als de Gouden Eeuw. De musea laten daarbij zelf al de schaduwkant van deze periode zien.

Na de kleine beeldenstorm van de afgelopen jaren, waarbij standbeelden en straatnamen van Jan Pieterszoon Coen, Peter Stuyvesant, generaal Van Heutz, Michiel de Ruyter en Witte de With onder vuur lagen, zette het Amsterdam Museum vrijdag een nieuwe stap: het begrip de Gouden Eeuw wordt geschrapt.

Zo wordt de naam van de tentoonstelling in de dependance in de Hermitage veranderd van ’Hollanders van de Gouden Eeuw’ naar ’Groepsportretten van de 17e eeuw’. Hiermee wil het museum benadrukken dat het niet voor iedereen een gouden eeuw was: dat er ook veel armoede, uitbuiting, slavernij en oorlog was.

Enkele jaren geleden schrapte het Rijksmuseum nog woorden als neger, hottentot en eskimo. Maar de Gouden Eeuw blijft bij het Amsterdamse Rijksmuseum overeind. Dat geldt ook voor het Frans Halsmuseum in Haarlem, waar ’Gouden Eeuw en het heden samenkomen’. „Sinds 2014 ijvert het museum met tentoonstellingen voor een benadering van de Gouden Eeuw waarin alle aspecten van Nederland als koloniale- en handelsnatie worden belicht”, benadrukt Bas van Donselaar van het museum. „Maar in het najaar buigen we ons verder over taalgebruik en terminologie.”

Rembrandt

In het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden blijft de huidige expositie ’Rembrandt en de Gouden Eeuw’ zo heten. „De term ’Gouden Eeuw’ komt van Conrad Busken Huet. Hij sprak hij over de 17de eeuw als de Gouden Eeuw in de Nederlandse kunst en Rembrandt werd als haar grootste schilder beschouwd”, legt Lonneke Wijnhoven van het museum uit.

Kunsthistorisch gezien leverde die periode veel hoogtepunten in de schilderkunst op. „Echter, sociaal-maatschappelijk gezien was het helemaal geen Gouden Eeuw. Daarom gebruiken we de term bewust niet als algemene aanduiding van die eeuw zoals bij het belichten van de Leidse textielgeschiedenis.”

Het Westfries Museum in Hoorn noemt zich zelfs ’ een museum van de Gouden Eeuw’. Directeur Ad Geerdink staat op 5 oktober weer in de schouwburg met zijn theatervoorstelling over deze periode. „Dan vertel ik ook over de keerzijde en dat doen we ook in het museum. We hebben 19 september nog een avond over de slavernij en we hebben wandelingen waarbij de Surinaamse verteller Julian Wijnstein in de huid kruipt van een zwarte bediende.”

Keerzijde

Die naam Gouden Eeuw moet van Geerdink blijven. „Het geeft juist de mogelijkheid om te vertellen over de keerzijde. Dat rijkdom ook ten koste gaat van anderen. Misschien noemen ze later de periode waarin wij nu leven wel de Tweede Gouden Eeuw, maar ook wij hebben voedselbanken, zwervers en uitbuiting. We moeten niet vergeten dat de Gouden Eeuw, ook mondiaal gezien, een periode was van veel handel, welvaart, wetenschap, schilderkunst, bouwkunst, vrijheid van geloof en armenzorg.”

Die opvatting is ook de Leidse emeritus-hoogleraar Piet Emmer toegedaan. „Het is absurd om de Gouden Eeuw in de ban te doen. Daarmee ontken je dat op bepaalde gebieden iets bijzonders aan de hand was. In die tijd was Nederland een republiek en door de wereldhandel waren er veel rijken, maar inderdaad ook armen. Kijk, als je de huidige normen en waarden als uitgangspunt neemt, dan is iedere periode in het verleden verkeerd. Dan krijg je inderdaad dat standbeelden en straatnamen moeten verdwijnen.”

Meer nieuws uit Amsterdam

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.