Premium

’Weer ellende van die rotmof’. Een oorlogsdagboek uit Wormer

De familie kort nadat vader De Groot en Nico waren teruggekeerd uit Duitsland. Van links naar rechts: Nico, Willem, Han, Aagtje en Maarten.
© Privébezit
Wormer

Een simpel bruin schrift met dagboekaantekeningen in twee verschillende handschriften getuigt van de zware laatste oorlogsjaren van een familie in Wormer.

’Maandag 1 november 1943. Wasdag. Mooi weer. Pakje weggebracht. Vredesgeruchten. Brief van Nico.’

Dat schreef Willem de Groot, die met zijn vrouw Aagtje en hun zonen Nico en Maarten op de Knollendammerstraat in Wormer woonde. Alles van belang, groot en klein, hield hij elke dag in het kort bij. Hoe het thuis verliep, wat voor weer het was en wat er op oorlogsgebied gebeurde.

’Wasdag’ en ’vredesgeruchten’ pal naast elkaar. En iedere brief van Nico was ook het noteren waard, want die was ver weg, als dwangarbeider in Duitsland. Gelukkig had hij het redelijk goed in het land van de vijand.

Marechaussee

Na een paar pagina’s, bij de datum 26 november 1943, verandert er plotseling iets in het dagboek. Het wat hoekige handschrift maakt plaats voor rondere letters. De nieuwe hand schrijft: ’Marechaussee aan de deur. Vader weg.’

Pagina uit het dagboek. Op 26 november 1943 wordt Willem de Groot opgepakt, en vanaf dat moment zijn de aantekeningen van Han.
© Privebezit

„Mijn vader was opgepakt door de Duitsers”, vertelt Maarten de Groot, toen 16 jaar, nu in de negentig, en nog altijd inwoner van Wormer. Hij bracht het dagboek onder de aandacht bij deze krant - de gebeurtenissen in de oorlogsjaren hebben hem nooit losgelaten.

„Vader werd eigenlijk maar om heel weinig opgepakt”, vertelt hij. „Hij zat niet in de illegaliteit, maar hij had een keer een nieuwsblaadje meegenomen naar z’n werk. Er was een foute Zaandammer, hij werd ondervraagd en gevangen gezet.”

Siena (’Tini’) de Zwarte en Maarten de Groot.
© Privebezit

Nu was het gezin De Groot gehalveerd: Nico weg, vader weg. Alleen Maarten en zijn moeder waren nog over.

En dan was er nog Han Bakker, de verloofde van Nico. Ze woonde in Wormerveer, maar kwam bijna dagelijks langs bij haar aanstaande schoonfamilie en bleef ook vaak slapen. Zij was degene die het dagboek van haar schoonvader voortzette en namens hem het verhaal van de familie Groot bleef noteren. Tot het einde van de oorlog zou ze het volhouden.

Han Bakker.
© Privebezit

Pas na een week kwam het eerste bericht over vader. Han noteerde:

Vrijdag 3 december 1943. Eindelijk bericht van Pa uit Amsterdam. Moe en Ma Vos heen maar zonder resultaat. We hebben weer een klein beetje goede hoop.

Maar de hoop vervaagde.

Vrijdag 7 januari 1944. Weer een slechte dag voor ons allen. Pa zit niet meer in Amsterdam. Moe kon weer terug gaan met schone kleren. Razend zou je worden maar wat geeft het? Nu maar weer afwachten waar hij nu zit. ’s Avonds Tante Neel en Han weer voor een nachtje. Pa zijn bonnen en alles wegbrengen en we weten nu dat Pa in Vught zit. Wat een ellende toch.

Woensdag 19 januari. Nog nooit niets van Vader de Groot.

11 februari 1944. Vader nu elf weken weg.

1 juni 1944 We horen langs omwegen dat Vader uit Vught vandaan is gegaan naar Duitsland. Weer nieuwe ellende van die rotmof.

Vrijdag 21 juli 1944 We krijgen eindelijk eens een brief van Pa. Geheel in het Duits geschreven. Ma is van streek natuurlijk. Wat toch een ellende. We schrijven meteen terug. Een aanslag gepleegd op de Führer. Jammer genoeg leeft hij nog.

Nog één brief van Pa volgde, daarna viel de berichtgeving stil. Het dagboek bevat vanaf dat moment zinnen als ’Moe tobt’ en ’De trouwdag van Pa en Moe gaat in stilte voorbij’.

Gruwelijk

Ook over allerlei andere gebeurtenissen noteert Han. In de geest van haar schoonvader: in korte zinnen, over alles wat belang lijkt, zowel dagelijkse beslommeringen als gruwelijke gebeurtenissen. Een paar voorbeelden:

Zaterdag 18 december 1943. Maarten en Jan de kachel aangesmeerd en Moe de kamer gewerkt. Jaap Keizer, Tante Neel en Tante Breg geweest en Han even geweest. De vorst is weer voorbij.

Woensdag 19 januari 1944. Moe te permanenten geweest bij Bus. Moorddadig zit het.

8 april 1944 Mooi weer. Honderden vliegtuigen gaan over. Een luchtgevecht boven Zaandam en bommen vallen er op de Hoogendijk. De M.L.O.school en de slager Husslage en de Zaandammersloot getroffen. Eén dode en vele gewonden. Moe ’s avonds naar tante Neel.

11 oktober 1944. Een dag om van je leven nooit te vergeten. ’s Morgens 8 uur zijn er 5 doodgeschoten op de plaats waar zaterdag de inspecteur van politie is doodgeschoten. Vier Amsterdammers en de Wormerveerder Hofland was er bij. Wat een afschuwelijke daad. Een ieder is er diep ontroerd van.

Ook bevat het dagboek een paar heel voorzichtige notities over iets dat Maarten de Groot meer dan wat ook getroffen heeft: de gebeurtenissen rond een joodse onderduikfamilie. ’Maarten naar Purmerend’, staat er regelmatig. Daar zit een heel verhaal achter.

Maarten de Groot: „Een oom van mij, Willem Muts, een broer van mijn moeder, woonde in een klein huisje aan het Oudelandsdijkje langs de Purmerringvaart. Een bijzondere oom. Hij nam ons bijvoorbeeld in zijn bestelauto, een T-Ford, mee op vakantie, zelfs naar Valkenburg, dat was wat in die tijd.”

In het najaar van 1943 merkte Maarten dat er iets aan de hand was bij zijn oom. „De deur was op slot, wat nooit gebeurde.”

Zijn oom deed open en toen werd de situatie al snel duidelijk. In het kleine huisje had oom Willem ruimte gevonden om vijf joodse onderduikers onderdak te bieden. Hij stelde ze voor aan Maarten: Joseph en Janette de Zwarte-Hagenaar uit Amsterdam en hun dochter Siena, die Tini werd genoemd. En Meijer en Jet Elsas-Hagenaar. Alle vijf Amsterdammers, Jet en Janette waren zussen.

„De gezichten van deze mensen waren vol van spanning en angst, het was een afschuwelijke situatie die ik nooit zal vergeten”, zegt Maarten de Groot

Wessanen Laan

Hij ging er voortaan vaak langs. „Ik ging er wekelijks heen met meel en koolzaadolie, en ook kleding, boeken en tijdschriften. Ik kon ze helpen omdat ik bij de oliefabriek van Wessanen Laan werkte, en over meel en koolzaadolie kon beschikken. Ik kon er alles mee ruilen.” Dat is wat er schuilging achter die korte zinnen ’Maarten naar Purmerend’.

Wat het dagboek helemaal niet vermeldt, is dat de 12-jarige Tini zelfs nog een tijdje aan de Knollendammerstraat heeft gelogeerd. Wel staan heel kort de dramatische gebeurtenissen op 6 februari 1945 vermeld.

Dinsdag 6 februari. Bij oom Wim zijn ze allen opgepakt behalve oom Johan.

Woensdag 7 februari Oom Wim met Oom Joop staan ’s morgens om 8 uur voor de deur. Lopend kwamen ze uit Purmerend vandaan. Alles is in de war op het dijkje.

Het volgende was gebeurd: de familie was verraden, opgepakt en naar Westerbork getransporteerd. Alleen Joseph de Zwarte had zich kunnen verstoppen. Hij werd door oom Wim naar de familie in Wormer gebracht. En daar verbleef hij nog een tijd daarna, al is het dagboek zo voorzichtig daar met geen woord van te reppen. Pas als hij naar elders verkast, naar het echtpaar Ofman verderop in Wormer, wordt er af en toe vermeld. ’Naar Ofman’. Dat betekent dat Maarten, Moe of Han langs zijn geweest bij ’Oom Joop’.

Het verhaal liep godzijdank goed af. Er gingen begin 1944 al geen treinen meer naar Polen, die lijn was al afgesloten, en de vier opgepakte onderduikers bleven in Westerbork. Na een paar maanden kwam een verlossend bericht:

Donderdag 19 april 1945. De familie in Westerbork is bevrijd. We hebben bericht gehad. Alles is gezond.

Kort daarop komen ze weer naar Wormer.

En dan volgen ook voor de familie De Groot momenten van diepe vreugde. Nico keert terug uit Duitsland. En ja, toch ook vader De Groot. Kaal, ongelofelijk vermagerd. „Hij zag er verschrikkelijk uit, woog geen 50 kilo meer”, vertelt Maarten de Groot. Vader bleek vier Duitse kampen te hebben overleefd, als laatste Dachau. Maar hij leeft nog en de familie De Groot gaat op de foto, herenigd, omgeven door bloemen.

Het gewone leven kan weer beginnen, het oorlogsdagboek kan gelukkig dicht.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Regio

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.