Premium

Razzia brengt jongens uit Beverwijk en Velsen-Noord in de schietschijf van de geallieerden in juli 1944

1/6
Beverwijk

Een open wond. Zo had de Duitse bezetter de razzia van Beverwijk en Velsen-Noord in 1944 bedoeld. Daar zijn de nazi’s in geslaagd. De stad en het dorp werden in luttele uren van bijna vijfhonderd jongemannen beroofd. Er zijn er in het laatste oorlogsjaar 65 omgekomen. In deze veertiende aflevering van een serie over de razzia: een spectaculaire ontsnapping in een omgeving vol bomkraters.

Vrije arbeider zouden ze worden! Het is een vooruitzicht waar veel gijzelaars zich aan optrokken, na een gevangenschap in Amersfoort waar ze bitter weinig om handen hadden, behalve de doodvermoeiende, urenlange appèls en soms strovlechten voor een extra hap eten. Maar hoe vrij werden zij werkelijk?

Hoe anders dat zou uitpakken, merkten ze al snel. En ook werden ze behoorlijk angstig van de vele bombardementen, die het landschap keer op keer in een gatenkaas veranderden. De Nederlandse gijzelaars waren zonder enige bescherming tegen de luchtaanvallen opgesloten in een kamp, midden in een gebied dat als schietschijf diende voor geallieerde bombardementen.

In Schkopau, een grauwe, industriële omgeving vol bomkraters, worden de 434 voormalige gijzelaars uit Nederland uitgeladen in een kamp vol arbeiders uit andere landen. Dit zijn allemaal ’vrije arbeiders’. Daarom vinden ze het verdacht als zij al snel hun eerste klus krijgen opgedragen: met rollen prikkeldraad moeten zij het gedeelte van het kamp waar zij verblijven afrasteren. Hoezo vrijheid?

Groninger Gerard van Olm schrijft in zijn oorlogsdagboek: „Wij vervaardigen onze eigen prikkeldraadversperring. En dat geeft toch wel even te denken. Als je als vrije arbeider in de maatschappij geplaatst zult worden, is een prikkeldraadomheining toch helemaal overbodig. Terwijl het hek verrijst, zakt ons optimisme tot een onpeilbare diepte. Weer zitten we ’eingesperrt’, weer zijn we van de buitenwereld afgesloten, weer kunnen we door het prikkeldraad gluren naar de vrijheid daarbuiten.”

Lees ook: Razzia-gijzelaars laten koffers vol eten en kleding op straat achter tijdens martelgang naar Duitsland

Ontsnapping

Maar dan is er tumult. Assendelver Lammert Bax, opgepakt in Beverwijk, grijpt zijn kans. Terwijl hij bezig is met de laatste rollen prikkeldraad, neemt hij in een onbewaakt moment de benen. Hij gaat er vandoor! De eerste ontsnapping van de groep. Die hem met gemengde gevoelens na staart.

Van Olm beschrijft het incident: „Een onzer is handig en weet, nog juist voor de prikkeldraadmuur geheel en al afgegrendeld is, een geslaagde ontsnappingspoging te ondernemen. We hopen dat hij het halen zal, al lijkt het schier onbegonnen werk om hier, in Moffenland, ongezien en ongemerkt de vaderlandse grens te bereiken en te overschrijden.”

Brandstoffabriek

En ze zitten heel diep in ’Moffenland’: ze zijn hemelsbreed maar liefst 580 kilometer van hun geliefde Velsen-Noord of Beverwijk verwijderd. Schkopau is een dorp met een enorm arbeiderskamp. Hier hebben de nazi’s meer dan zesduizend gevangenen en andere arbeiders uit de bezette landen gehuisvest. Zij worden verhuurd aan omringende bedrijven, zoals de BUNA Werke en de Leuna-fabriek. BUNA is een enorme synthetische rubberfabriek, Leuna is een zo mogelijk nog grotere synthetische brandstoffabriek. Nog groter dan Hoogovens, stellen de jongens verbaasd vast.

Zowel rubber als brandstof worden er vervaardigd uit bruinkool, dat in deze streek tot op de dag van vandaag wordt gewonnen.

Lees ook: Oorlogsarchief Hoogovens laat zien hoe bedrijf trachtte zijn personeel uit de klauwen van de nazi’s te houden

Koolsoep

Flink wat gevangenen zullen uiteindelijk in die twee met grote regelmaat gebombardeerde fabrieken terecht komen, maar nu nog niet. Een groep van twintig man geeft zich na een paar dagen van verveling op om een klusje te doen: een sleuf graven voor een riolering. Nadien verhalen deze gevangenen in het kamp van een maaltijd met flinke stukken gebakken spek en brood! De volgende dag staan er wel vijftig man gretig klaar, in de verwachting dat ze ook zo’n feestmaal krijgen. Maar helaas, na een dag scheppen en spitten krijgen ze niets anders dan de zure, waterige koolsoep die ze de hele week al krijgen. Ze voelen zich zwaar bedonderd en nemen zich voor om zich nooit, maar dan ook nooit meer vrijwillig voor wat voor klus dan ook te lenen.

Na een week in Schkopau is het voor honderd gevangenen weer ingerukt mars. Waarheen is voor hen raden, want er wordt ze niets verteld, maar daar komen ze na een flinke rit op een wagen achter een tractor en een stevige wandeling uiteindelijk vanzelf achter: Nietleben.

Nietleben is een dorpje nabij een militair vliegveld, waar de gevangenen aan het werk worden gezet. Ver buiten dit grasvliegveld moeten ze hopen aarde opwerpen, waartussen de vliegtuigen onder een zeil verdekt worden opgesteld om ze aan het oog van de geallieerde piloten te onttrekken. Ook moeten ze een pad aanleggen van sintels, grond egaliseren, een sloot dempen en ander grondwerk doen.

Na drie dagen treedt er een SS’er aan als kampcommandant, wiens naam vele gevangenen zelfs jaren na de oorlog nog doet rillen. Rudolf Barthold.

Kadaverdiscipline

Velsenaar Jaap Epskamp: „Hij was volgens mij ongeveer 26 jaar oud en een echte SS’er. Hij zag er altijd keurig uit, om door een ringetje te halen en een man van discipline en bevel is bevel. Dus kadaverdiscipline en dat hebben vele van de jongens ondervonden. Herman Poelma heeft op een avond 600 kniebuigingen moeten maken met een krukje in beide handen en de rest moest toekijken. Hij moest zelf tellen en o wee als hij verkeerd telde, dan kreeg hij gelijk slaag. Hoe of deze jongen het heeft volgehouden snap ik nog niet.”

Volgende week in deel 15 van de serie De Razzia: SS’er slaat gevangenen zo hard hij kan met een loden knuppel in kamp Nietleben.

Slaaf door olie-offensief

Eigenlijk hadden de gijzelaars die in Beverwijk en Velsen-Noord waren opgepakt, al in vrijheid moeten worden gesteld nadat verzetsstrijder Jan Bonekamp was omgekomen bij een aanslag op een collaborerende politieman in Zaandam. Maar dat liep anders.

De Duitsers hadden beloofd een einde aan de gijzeling te maken als de dader van de vier ’Beverwijkse’ aanslagen bekend zou zijn, en dat was nu het geval. In plaats daarvan werden een kleine driehonderd van de 486 opgepakte jongens op de trein gezet naar het oosten van Duitsland. Er waren meer Nederlanders die in Schkopau werden uitgeladen: Merwede-gijzelaars en Groningse gijzelaars. In totaal 434 man.

Het had direct te maken met het ’olie-offensief’ dat de geallieerden op 12 mei 1944 startten met een enorm bombardement op het hart van de Duitse olie-industrie. Op die dag werden 6509 bommen afgeworpen op allerlei fabrieken, waarvan 580 op de Leuna-fabriek en wijde omgeving.

Nazi-minister Albert Speer ging er op 19 mei kijken en was geschokt door de ravage. Op diezelfde dag kwam uit Berlijn een telex binnen bij de Duitse autoriteiten in Den Haag, met het bevel om 2500 dwangarbeiders te sturen om de puinhopen op te ruimen. De razzia-arrestanten verloren hun status als gijzelaar, werden kaalgeschoren en verplicht om in Duitsland als dwangarbeider te werken. Zij omschreven hun status naderhand liever als ’slaaf’.

Heeft u informatie over de razzia of belangstelling voor het te verschijnen razziaboek? Mail of bel:

info@razziabeverwijk.nl, 0251-243000.

Meer nieuws uit Kennemerland

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.