’Nederland zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten’

’Nederland zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten’
Stoomgemaal De Cruquius aan het werk op een oude schoolplaat.
© Noord-Hollands Archief/Cruquius Museum

Nederland is door zijn bewoners veroverd op de zee. ’Het zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten’, was de overtuiging van de Italiaanse reiziger Edmondo de Amicis. Dat een groot deel van Nederland onder de zeespiegel ligt, maakt ons land bijzonder in de ogen van buitenlandse bezoekers. En dan gaat hun fascinatie voor de wijze waarop wij hiermee omgaan en het landschap dat hieruit voortkomt wat verder terug dan vandaag of gisteren.

Toch wordt een deel van het massatoerisme dat zich in delen van Nederland de laatste jaren manifesteert aangejaagd door vergroting van het ’waterbewustzijn’. Daarbij geholpen bijvoorbeeld door het ’waterpaspoort’, een initiatief dat de rijksoverheid nam om meer bezoekers naar de watermusea te lokken.

De VN-organisatie voor culturele bewustwording Unesco deed iets soortgelijks met ’Wamunet’, een soort letterwoord-Esperanto dat vertaald staat voor watermuseanetwerk. Dat internationale netwerk stelt zich ten doel bewustwording te vergroten van het belang voor de wereld van veilig en beschikbaar water.

Madurodam

En Madurodam, het miniatuurstadje dat een doorsnede van Nederland toont, is een jaar geleden grotendeels omgetoverd tot een ’waterwerkenhoek’. Daarin staat De Cruquius, een van de drie stoomgemalen die midden negentiende eeuw het Haarlemmermeer droogpompten, in halve grootte als icoon van het Nederlandse strijd tegen het water.

’Nederland zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten’
Schoolplaat ’Aan den Haarlemmermeerpolder’, 1920.
© Beeldbank Noord-Hollands Archief

Het bureau voor toerisme en congressen NBTC heeft om Nederland bij buitenlandse bezoekers onder de aandacht te brengen ’verhaallijnen’ bedacht die kenmerken van ons land beschrijven. Uiteraard is er één ’Nederland Waterland’ gedoopt. De andere gaan over kunst (Van Gogh, Gouden Eeuw), bloemen, buitenplaatsen en de bevrijding.

Van de aspecten die buitenlanders prikkelen om naar ons land te komen, is onze geschiedenis als ’waterland’ er dus één. En de plekken waar de toeristen op gewezen worden, onze unieke ’watericonen’, zijn de Deltawerken, Flevoland, de Kinderdijk en de Afsluitdijk.

Groten der aarde

Die belangstelling is niet van vandaag. Het unieke van Nederland viel buitenlanders al eerder op. En al was er toen nog geen website holland.com die hen op ideeën moest brengen, er waren andere marketinginstrumenten voorhanden die, bedoeld of onbedoeld, toerisme aanwakkerden. Het voorbeeld dat de ’groten der aarde’ gaven hielp ook in dezen, hoe zij aten, deden en zich kleedden bepaalde menu’s, manieren en mode.

’Nederland zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten’
De Italiaanse schrijver Edmondo de Amicis (1846-1908).

’De vijanden aan wie de Nederlanders hun land moesten ontrukken, waren drie in getal: de zee, de rivieren en de meren. De Nederlanders maakten de meren droog, beteugelden de zee en bedijkten de rivieren.’ In deze twee zinnen vat Edmondo de Amicis de vaderlandse geschiedenis samen. Althans, de aspecten die hij het opmerkelijkst vindt en die ons land doen verschillen van alle andere ter wereld.

Geen Nederland zonder de Nederlanders, is zijn overtuiging: ’Nederland is een verovering van de mensen op de zee; - het is een kunstmatig, een ’gemaakt’ land; - de Nederlanders hebben het gemaakt; - het bestaat omdat de Nederlanders het bewaren; - het zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten.’

Bastions

In zijn reisverslag ’Nederland en zijn bewoners’, dat de Italiaan opstelde na zijn rondreis door een aantal provincies in 1873 en 1874, is de metafoor van de strijd tegen het water vaste prik. ’Nederland is een vesting en het volk woont er als in een vesting: ’op voet van oorlog’ met de zee.’ De ingenieurs van waterstaat vormen ’een leger’, dijken zijn ’verdedigingswallen’, molens ’bastions’, sluizen ’stadspoorten’, eilanden ’vooruitgebrachte forten’.

Dat een medereiziger hem op zeker moment vertelt, dat kruiend ijs – een serieuze bedreiging voor de dijken - met kanonnen aan gruzelementen geschoten wordt, noteert De Amicis dan ook gretig. Feit is dat die praktijk - het is wel degelijk zo gedaan in ons land! - in de achttiende eeuw al was losgelaten omdat het zo weinig effectief was. Genietroepen van het leger waren springladingen toe gaan passen en ontdekten dat ze juist weinig buskruit moesten gebruiken voor een effectief resultaat. Wel maakten kanonschoten deel uit van het alarmeringssysteem – we blijven het hebben over een legeronderdeel, hè – dus vandaar dat een passant het verhaal over het geschut in de negentiende eeuw nog als waarheid vertelt aan de buitenlandse reiziger.

’Nederland zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten’
Negentiende-eeuwse toeristen in de Cruquius.
© Cornelius Ekama/Cruquius Museum

Niettemin, deze pent neer: ’Als er geen grote veldslagen geleverd worden, altijd wordt er een taaie en kalme worsteling gevoerd.’ Immers, molens en gemalen moeten doorlopend regen- en kwelwater wegpompen uit het lager dan zee gelegen land. Toen De Amicis Nederland bezocht was het Haarlemmermeer twee decennia tevoren drooggemalen en graven van het Noordzeekanaal juist voltooid. Waterwerken waar hij zo lyrisch van werd, dat opsommingen van kubieke meters water en bunders land wat hem betreft voor poëzie door konden gaan.

Op de boot van Enkhuizen – ’de doodste van alle dode steden aan de Zuiderzee’ - naar Stavoren mijmert hij al vol ontzag over het plan deze jongste zee van Europa (want ontstaan door dertiende-eeuwse stormvloeden) te laten verdwijnen. Volgens hem komt op de lijn tussen de twee steden een ’geduchte dijk’, waarachter een nieuwe provincie droog zal vallen.

Viooltjes

Het kan voor zestig miljoen gulden, hebben de Nederlanders al uitgerekend. ’Alle dode steden der kust zullen met een nieuw leven bezield worden; eilanden, bijzondere gewoonten, afzonderlijke dialecten zullen verdwijnen; er zal een nieuwe provincie, een volk, een wereld, geschapen worden. (…) Maar, helaas! Eer het ten einde gebracht is, zullen wij, kinderen van het midden der negentiende eeuw, de viooltjes wel op ons graf hebben groeien.’

’Nederland zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten’
In 1932 ging de Afsluitdijk open.
© Beeldbank Noord-Hollands Archief

Profetische woorden, want de schrijver overleed in 1908, de Afsluitdijk was voltooid in 1932 en op droogpompen van Wieringermeer (1930), Noordoostpolder (1942), Oostelijk Flevoland (1957) en Westelijk Flevoland (1967) was het nog lang wachten.

’Ollanda’ volgde in 1874 het een jaar eerder door hem geschreven ’Spagna’ op en die twee reisboeken maakten hem in Italië een veelgelezen auteur. De Nederlandse vertaling van ’Ollanda’ verscheen in 1876 en moest het jaar erop al worden herdrukt. Ook in andere buitenlanden kwam het uit en in de Verenigde Staten was het lang een van populairste boeken over ons land.

’Nederland en zijn bewoners’ zal daardoor een factor zijn geweest in de groei van het toeristenverkeer. Een zo zonderling land met zulke propere, nijvere en nuchtere bewoners – behalve als de kermis gevierd wordt, dan is half Noord-Holland dronken volgens De Amicis – is een reis waard. Bij wijze van aanbeveling schrijft hij met graagte op, dat hij in een huis in Broek en Waterland een kolossaal gastenboek doorbladerde waarin hij namen van Engelsen, Amerikanen en zelfs landgenoten van hem tegenkwam, al was het geringste aantal de Italianen en dan nog meest ’edelen uit de zuidelijke provincies’. Victor Hugo, Walter Scott, Gambetta en Emile Augier noemt hij bij name, evenals de Russische grootvorst Nicolaas, tsaar Alexander, Napoleon en de Habsburgse keizer Jozef II.

’Nederland zou verdwijnen als de Nederlanders het verlieten’
Litho van Broek in Waterland, begin negentiende eeuw.
© Beeldbank Noord-Hollands Archief

Al lukte het de laatste niet een interieur te bekijken omdat de bejaarde bewoonster van het huisje dat hij wilde zien hem weigerde binnen te laten. Ze kende hem immers niet persoonlijk: ’Al was hij de burgemeester van Amsterdam’.

Niet elke toerist kon dus toen al overal rekenen op een even welkom onthaal.

Meer nieuws uit Lifestyle

Keuze van de redactie