Premium

Column Rob van Vuure: Prinses Christina

Column Rob van Vuure: Prinses Christina
Prinses Christina in 2007.
© Benelux Press

Ik las over haar eigengereidheid. Over haar naamswitch van Marijke naar Christina. Ik las over de omstreden Cubaan Jorge Guillermo met wie ze in het huwelijk trad.

Er werd uitgeweid over haar verhuizing naar New York, over haar ernstige oogafwijking, over haar zangcarrière. Haar belastingvriendelijke Guernsey-route werd fijntjes onderstreept. Natuurlijk kwam de verkoop van haar Rubenstekening, voor 7 miljoen, aan de orde. En over eigengereidheid gesproken: prinses Christina is het eerste lid van de koninklijke familie dat wordt gecremeerd, de lege plek in de grafkelder van de Grote Kerk in Delft zal niet door haar worden ingenomen.

Ik las dat allemaal maar ik las ook veel niet.

Ik werkte ooit vier weken intensief met haar samen, en leerde de verborgen Christina kennen. Een beproefde bladenmakerstruc is het verschijnsel ’gasthoofdredacteur’. Je werkt bij Libelle en je vraagt Astrid Joosten om voor één week gasthoofdredacteur te zijn. Het verkoopt geheid 15 procent meer. Bovendien opent een gasthoofdredacteur deuren die normaal gesproken potdicht blijven. We maakten een special over Ajax met gasthoofdredacteur Michael van Praag, door zijn bemiddeling kwam ik bij Cruijff aan tafel.

Prinses Christina was voor één week gasthoofdredacteur van weekblad Margriet. De mezzosopraan wilde haar ’Christmas Album’ promoten. Ik vergaderde zes keer met haar en sindsdien vind ik haar de leukste Oranje van allemaal. Geestig, ad rem, joviaal. Ze maakte grappen, ze ging imiteren, op de redactie zong ze af en toe een stukje toonladder. Ik ben opgevoed met alle Republikeinse vooroordelen van mijn vader, met inbreng van mijn moeder (Vader: ’Achttien jaar, nog niks gedaan en omdat ze een kind van haar moeder is meteen een miljoen’. Moeder: ’Ach, moet je dat meissie zien, met die bril’). Maar toen, in een half vergaderuur, smolt mijn ijs. In onze tweede meeting droeg ik dezelfde met zorg gekozen stropdas. Ze zei, hoe slechtziend ook: ’Zo, heeft de hoofdredacteur maar één das?’ Haar begeleider bleef achter op de gang, Christina zei: ’Kunt u koffie regelen voor mijn geleidehond?’ Ik vroeg waarom ze in New York was gaan wonen. Ze ging staan (roze gympies) en deed alsof ze over straat liep. Ze boog zogenaamd over een kinderwagen en zei: ’O wat heeft u een lief baby’tje’. Christina: ’Pff, zoiets overkomt mij hier in Den Haag, in New York heb ik daar geen last van’. Natuurlijk hadden we elke keer feestelijk gebak, ze wilde per se een moorkop. Ook als je ogen goed zijn is een moorkop nuttigen al een heel probleem. Met een baard van slagroom verliet de prinses mijn kamer om toch ’s avonds, in letters van twee centimeter, te mailen: ’Maar ik kom alleen als er moorkop is’. Nog jaren spraken we op de redactie over haar Beatrix-imitatie. Christina schoof haar stoel aan, strekte haar rug en imiteerde haar oudste zus terwijl die de Troonrede las: ’Landgenoten, het doet mij genoegen dat..’ Perfecte toon, juiste dictie.

Trouwens, onze editie met de koninklijke gasthoofdredacteur verkocht relatief slecht. Voor bijna iedereen was het toch de prinses die niet Marijke wilde heten en ’neerkeek op Nederland’.

Voor bijna iedereen. Slechts een klein groepje sloot haar in het hart.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.