Premium

Pieter Visschers is de pater op het water, herder van de gespierde kudde

Pieter Visschers is de pater op het water, herder van de gespierde kudde
Pieter Visschers.
© Foto Marcel Rob

Hij was tv-regisseur. Tot de stress hem te veel werd. Nu is Pieter Visschers aalmoezenier van het Korps Mariniers. Zeg maar: de herder van de gespierde kudde. „Het voelt veilig om ergens bij te horen.”

Veiligheid voorop. Paspoort mee en van tevoren het kenteken van je auto doorgeven. Ze nemen geen halve maatregelen bij de Van Ghent Kazerne in Rotterdam.

Eenmaal voorbij de slagboom wacht aalmoezenier Pieter Visschers ons op. Fors postuur in uniform. Geen pastoor, geen dominee, wel theoloog. Maar hij ziet zichzelf vooral als man van verbinding. „Voor de mannen hier ben ik een praatpaal. Iemand in de stoere wereld bij wie ze hun minder stoere kant kunnen laten zien.”

En ja: er mág gelachen worden. Hij wijst op een sloot, bij de kazerne. Daar daagden de manschappen hem laatst uit. „Pater, als Jezus uw voorbeeld is, kunt u hier toch wel even over het water lopen?” Geen probleem, zei Visschers. „Als jullie flink bidden voor een goede afloop, haal ik de overkant.” Natuurlijk belandde hij tot aan zijn schouders in de nattigheid. Waarna hij zijn uitdagers er fijntjes op wees wat er mis ging: „Jullie hebben gewoon niet hard genoeg gebeden.”

Pieter Visschers groeide op in Alkmaar. De oudste van drie kinderen in een katholiek gezin. Aan een militaire carrière had hij nooit gedacht. „Ik was geen type voor een uniform. En een wereld met stoere kerels die over drank en vrouwen praten, is eigenlijk niks voor mij.” Hij studeerde theologie. Daarna volgden vijftien jaar bij de televisie en tien jaar gevangenispastoraat. Als aalmoezenier van het Korps Mariniers hoort hij nu bij het eliteonderdeel van de Koninklijke Marine: de infanteristen op oorlogsschepen en die ingezet worden op de grens van land en water. Aan de hand van waterwoorden vertelt hij over zijn leven.

De bron

„Op school was ik altijd een vreemde eend in de bijt. De harde wereld kon ik niet goed aan. Ik was altijd op zoek naar de zin van het bestaan. In de rauwe werkelijkheid voelde ik me daarom een passant: iemand die als een buitenstaander het dagelijks leven observeerde. Klasgenoten begrepen me niet. Ze pestten me. Ik was niet weerbaar. Dus als de leraar niet keek, kreeg ik klappen. Ik had het idee dat ik nergens bij hoorde. Toen ben ik gaan roken. Dat hielp. Wie rookte, was stoer en had maatjes bij de fietsenstalling.”

„Ik voel me altijd het sterkst verbonden met de bron, met het evangelie. Vooral de verhalen over rechtvaardigheid, spreken me aan. Dat houvast spiegelt me voor dat het bestaan hier op aarde maar tijdelijk is. Die korte periode is er om wat te leren. En als we weten hoe het zit, is het weer afgelopen. Dus we kunnen elkaar hier in de tussentijd maar het beste een beetje op weg helpen.”

„Bij dit werk kan ik dat. In de krijgsmacht lopen veel mannen rond voor wie gevoelens maar lastig zijn. Praten over emoties vinden ze ingewikkeld. Terwijl er van binnen vaak van alles in ze omgaat. Als ze op uitzending gaan als hun vrouw zwanger is, bijvoorbeeld. Of als er gedonder is in hun relatie. Of als er problemen zijn met drugsgebruik of verslaving. Of met vernederingen die soms plaatsvinden. Bij mij kunnen ze stoom afblazen. Gek, maar hoe stoerder ze lijken, hoe eerder ze breken.”

„Ik ben een herder die het liefst bij de kudde is. Daarom ga ik ook mee op oefening en op uitzending. Om te luisteren, om groepsgesprekken te voeren, maar soms ook om te bidden of om samen een tekst te lezen, ter bezinning.”

Kopje onder

Hij is zelf een paar keer kopje onder gegaan. „Ik heb twee keer een burn-out gehad. De eerste keer gebeurde dat toen ik voor de tv werkte. Dat was ontzettend boeiend om te doen. Ik was met een cameraploeg in Bosnië toen de kogels je daar om de oren vlogen. Daarnaast regisseerde ik veel andere programma’s, zoals de live-uitzendingen van de kerkdiensten op zondag. Het was hard werken en lange dagen maken. Vijftien jaar gaf ik vol gas. Om af te reageren, leefde ik buiten mijn werk ook heel intens. Elke avond uit eten, volop feesten en stevig aan de drank. Ik werd veel te zwaar. Eigenlijk was ik op de vlucht voor mezelf. Maar op een dag was het op. Ik was leeg.”

„Uiteindelijk heeft dat tot veel moois geleid. Want als je bijna stikt, leidt dat tot nieuwe inzichten. Dan raak je los van alle schijnbare houvast en flauwekul en maak je weer heldere keuzes. Ik ging naar de sportschool, viel twintig kilo af en zocht nieuwe doelen. Vergelijk het maar met de bijbelse uittocht van het Joodse volk door de Rode Zee na hun jaren van slavernij: je moet eerst kopje onder gaan om het beloofde land te bereiken.”

Een ander bootje

„Een vriendin raadde me toen aan om ander werk te zoeken. Ik moest loskomen van die tv-stress. Bij justitie zochten ze geestelijk verzorgers voor in de gevangenis. Daarvoor konden ze wel een theoloog gebruiken. Mijn taak daar was vooral om te luisteren naar gedetineerden, proberen om ze weer aangesloten te krijgen op zichzelf. Bij elkaar heb ik tien jaar in de bak gewerkt. Tot ik me uiteindelijk zelf opgesloten voelde. Al die moorden en zedenzaken werden me te veel. Ik wilde naar buiten. Weer even ademhalen. Bij defensie kon dat.”

Pieter Visschers is de pater op het water, herder van de gespierde kudde
Pieter Visschers.
© Foto Marcel Rob

„Denk nou niet dat ik een carrièreplanner ben, hoor. Voor mijn loopbaan vaar ik gewoon een beetje met de stroming mee. Als er een ander bootje met leuke kansen voorbij vaart, stap ik aan boord.”

Reddingsboei

„Ik merk dat ik met mijn werk een verschil kan maken. Dat is mijn drijfveer. Als ik er kan zijn voor een ander, voelt dat goed. Soms merk ik dan dat iemand van ons korps het niet meer aankan. Dan probeer ik even een reddingsboei te zijn, waar hij zich aan kan vasthouden. Ik denk dat dat in deze tijd belangrijker is dan ooit, want veel mensen hebben helemaal geen houvast of baken meer. De groep die naar de kerk gaat, wordt steeds kleiner en het pseudo-ideaal dat ons voorspiegelde dat rijkdom en vrijheid ons gelukkig zouden maken, is ook doorgeprikt. Van spullen en bezit is de westerse wereld echt niet gelukkiger geworden. De wachtkamers van psychologen en psychiaters zitten toch niet voor niks vol? Daarom denk ik dat de mensheid op zoek is naar een nieuw ideaal. Iets om weer in te geloven. Nee, de kerk gaat dat voorlopig niet meer worden. Kerken zijn - net als zoveel instituties - de verbinding met hun achterban kwijtgeraakt. Maar ik geloof wel in de kracht van mensen onder elkaar, die zich laten inspireren door voorbeelden als Jezus. Die liet zien hoe je God kunt dienen en de ander kunt liefhebben als jezelf. Met dat voorbeeld zou de hele boel hier op aarde opnieuw geprogrammeerd moeten worden. Zodat we niet langer geloven in macht, maar in barmhartigheid.”

Waterlanders

„Ik huilde toen een groep jonge mariniers hier laatst hun mariniersbaret haalde. Nadat ze hun opleiding hadden afgerond, hadden we hier de baret-uitreiking. Met toeters en bellen en vooral met ouders en familie. Die jongens hadden alles op alles gezet om dat doel te bereiken. Toen het na die zware opleiding met al die beproevingen eindelijk zo ver was, voelde je de verlossing, de trots en vooral de zelfoverwinning. Als zo’n ploeg dan de poort binnenloopt, hou ik het niet droog. Je wordt dan geconfronteerd met je eigen strijd in het leven. Dan zie je dat die strijd kan leiden tot bevrijding. Dat geeft hoop en energie. Ik kan gerust zeggen dat ik dan ontzettend van m’n mannen hou.”

Uit de put

„Onze lieve Heer is mijn herder. Als ik in de put zit, haalt Hij me eruit. Hij brengt niet altijd meteen verlossing, maar uiteindelijk biedt hij me wel houvast. Want hoe diep de duisternis ook is, uiteindelijk breekt toch altijd weer het licht door. Maar om het einde van die donkere tunnel te bereiken, moet je wel volhouden en strijden. En vertrouwen hebben. De bijbel is voor mij daarbij een leidraad. Daar staan heel veel handige tips in als je afslagen wilt nemen in het leven. Denk nou niet dat ik altijd als een heilig boontje leef, hoor. Zeker niet. Maar ook al ben ik niet altijd bij Hem, Hij is wel altijd bij mij. Misschien is het een kinderlijk geloof, maar het geeft me steun.”

Zweetdruppels

„In mijn vakanties bezoek ik vaak Nederlanders die in Amerikaanse gevangenissen levenslange celstraffen uit zitten. Die krijgen nooit bezoek. Ik kan ze weinig meer bieden dan een luisterend oor, maar daar zijn ze vaak al heel blij mee. Als er geen hond bij je komt en niemand zich meer om je bekommert, heb je toch het gevoel dat je ligt weg te rotten. Het zijn natuurlijk geen brave jongens, anders krijgen ze geen levenslang. Maar het zijn wél mensen. En daarom verdienen ze ook aandacht en warmte.”

„Soms bezorgt dat werk me ook zweetdruppels. Laatst hadden ze zo’n bajesklant na twintig jaar cel vrijgelaten en op het vliegtuig gezet. Toen belden ze me vanaf Schiphol. ’Zeg, er staat hier iemand die uw naam noemt. Kunt u die even ophalen?’ Dan schiet ik wel even in de vlekken. Ik zet dan mijn militaire pet op en pak het aan als een militaire operatie. Wie schakel ik in? Hoe krijg ik zo iemand onder de pannen? Dan gebruik ik de benadering van de mariniers: veel improviseren en volharden in je geloof.”

Regen en wind

„Mariniers zijn stoere types. Bij regen en wind en bij storm en sneeuw gaan we op pad. Dan loop ik meestal achteraan. Dat hoort bij de rol van de herder. Zo kun je de kudde goed in de gaten houden. Het is de beste plek om een verloren schaap weer bij de kudde terug te halen. Dat vind ik ook het leukste van mijn taak: om wie afdwaalt toch weer bij de groep te halen.”

Pieter Visschers is de pater op het water, herder van de gespierde kudde
Pieter Visschers.
© Foto Marcel Rob

Veilige haven

„Naast mijn familie, is mijn huis mijn veilige haven. Ik woon alleen, zonder partner, zonder noemenswaardig bezit. Ik vind het fijn om in mijn eentje tot rust te komen. Collega’s moeten weer van alles als ze thuiskomen. Hun vrouw wil met ze de stad in, ze moeten naar een ouderavond, hun schoonmoeder wacht en er is vaak nog een vracht van verplichtingen. Laat mij dan maar lekker alleen zijn. Op zaterdagochtend ga ik in mijn eentje naar een koffietentje in de buurt van mijn huis. Dan is er altijd wel iemand die een praatje begint. Want het leuke van alleen zijn is dat je benaderbaar bent voor anderen.”

Vergezicht

Op de gevel van de kazerne staan de kernwoorden van het Korps Mariniers: ’Verbondenheid, kracht en toewijding’. Die verbondenheid spreekt hem het meeste aan. „Ik hoorde nooit ergens bij. Een ander gaat trouwen, koopt een huis, krijgt kinderen en bindt zich. Ik niet. Ik had geen duidelijk vergezicht en geen bestemming. Ik was een passant, maar hier voel ik me op mijn plek. Hier hoor ik erbij. Al blijf je als pater op het water natuurlijk altijd nog een exoot.”

Waterpaspoort

Pieter Visschers (54 jaar), groeide op in Alkmaar.

Woont bij Houten aan de Lek.

Liever koffie dan thee

Liever douchen dan in bad

Liever zwemmen dan schaatsen

Waterbed: ,,Nee, daar word ik wiebelig van.’’

Doet zelf de afwas, met het handje

Meer nieuws uit Lifestyle

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.