Premium

Zangvogels in duinen gebruiken vacht wisent voor bouwen nesten

1/6

Uit onderzoek van duinbeheerder PWN blijkt dat zangvogels, bij het bouwen van hun nesten in het voorjaar, profiteren van de aanwezigheid van wisenten in het duingebied. Ze gebruiken de zachte vacht van deze grazers als bouwmateriaal in hun nest.

Sinds 2016 doet PWN, in samenwerking met vogelringstation Van Lennep, onderzoek naar broedsucces en nestsamenstelling van zangvogels in Nationaal Park Zuid-Kennemerland in relatie tot de aanwezigheid van grote grazers zoals de wisent. De eerste resultaten zijn inmiddels bekend. Het blijkt dat de nesten in het Kraansvlak, het leefgebied van de wisenten, voor 74 procent bestaan uit plantaardig materiaal zoals mos en takjes. Er werd veel haar van wisenten, en in minder mate van herten aangetroffen in de nestkasjes. De nesten in de Kennemerduinen, waar geen wisenten lopen, bestaan voor 97 procent uit plantaardig materiaal. Een groot verschil. De haren van de wisent zorgen voor een goede isolatie en broedtemperatuur voor de eieren.

Na afronding van haar studie biologie kwam de Madrileense Esther Rodriguez Gonzalez acht jaar geleden naar Nederland, speciaal om zich in opdracht van duinbeheerder PWN bezig te houden met wisentenonderzoek. Aanvankelijk voor een jaar, maar ze is gebleven. ,,Het is uniek voor een bioloog om dit werk te doen, met de grote grazers en de wisent. Er zijn niet heel veel kansen in Europa om met deze soorten te werken.’’

Na een periode van diepgaand onderzoek en voorbereiding werden op 24 april 2007 de eerste drie wisenten uitgezet in het Kraansvlak, een gebied van 330 hectare ten zuiden van de Zeeweg in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.

Op 18 maart 2008 volgde de tweede groep van drie wisenten. Momenteel verblijven er 13 exemplaren in het duingebied. De hoeveelheid dieren hangt af van het voedselaanbod. De grazers worden niet bijgevoerd.

De wisent is lange tijd bedreigd met uitsterven. Tot het jaar 400 kwamen ze verspreid door heel Europa voor, maar net als andere grote zoogdieren zoals oeros en tarpan (Europees wild paard), verdween de Europese bizon uit steeds meer gebieden in Europa. Jacht, stroperij, ontginning van leefgebied en concurrentie door huisvee waren de belangrijkste oorzaken. Alleen in Oost-Europa hield de soort nog stand in de oerbossen en jachtreservaten. Het laatste wilde exemplaar stierf in 1927 in de Kaukasus.

Er waren nog maar een paar wisenten over in gevangenschap en vanuit deze kleine populatie zijn weer wisenten in natuurgebieden uitgezet. Momenteel leven er circa zevenduizend dieren in natuurgebieden, wildreservaten, fokcentra en dierentuinen. Het gaat goed, zegt Esther Rodriguez Gonzalez, bioloog van PWN. De populatie neemt toe, zeker omdat er interesse bestaat om ook in andere gebieden de wisent te herintroduceren. ,,Maar er is nog veel te doen.’’

Belangrijk is om, met zo’n kleine genenvariatie, inteelt te vermijden. Daarom worden dominante mannetjes na enige jaren verblijf in een reservaat uitgewisseld met een ander. In Kraansvlak zijn in 2016 twee nieuwe stieren vanuit Frankrijk geïmporteerd. Genetica is een zeer belangrijk onderwerp in het Europese conservatieprogramma voor deze nog steeds bedreigde diersoort.

Al in 2013, vertelt Esther Rodriguez, zijn er in de Kennemerduinen, het gebied ten noorden van de Zeeweg tussen Overveen en het strand van Bloemendaal, een paar nestkastjes opgehangen. ,,Daar lopen Schotse hooglanders, konikpaarden, een paar shetlandpony’s en verder zijn er allerlei wilde dieren zoals konijnen en herten.’’ Op zeker moment realiseerde Rodriguez zich dat het interessant is te weten of de samenstelling van het nestmateriaal van zangvogels in de Kennemerduinen verschilt met het gebied waarin de wisenten zijn uitgezet.

Broedsucces

Aldus zijn in 2016 ook in het Kraansvlak, het gedeelte ten zuiden van de Zeeweg waar de wisenten lopen, twintig nestkasten geplaatst. Ook in de Kennemerduinen hangen er twintig. Veertig nestkastjes in totaal, waarin algemene soorten kunnen bivakkeren als koolmees, pimpelmees en - sporadisch - een paartje glanskop. Voor de duidelijkheid: er lopen momenteel dertien wisenten in het Kraansvlak, alsmede vijf Schotse hooglanders en vier konikpaarden.

Rodriguez: ,,Doel van de studie is te kijken naar broedsucces. Hoeveel van de veertig nestlasten zijn bezet? Welke soorten? Hoeveel eieren in totaal leggen ze? Hoeveel jongen vliegen uit? Soms gaat er iets mis; dan gaat het vrouwtje dood door predatie van bijvoorbeeld een boommarter, of is er verstoring waardoor ze het broedsel verlaat en je de jongen dood in het nest vindt. Broedsucces wordt berekend door te kijken naar het aantal eieren dat is geproduceerd en het aantal jongen dat uiteindelijk uitvliegt.’’

,,We zijn vervolgens gaan kijken naar het nestmateriaal. Vogels bouwen hun nest meestal in lagen op. Er zit structuur in. De neststructuur van bijvoorbeeld koolmees bestaat meestal uit mossen en grassen, soms dun houtachtig materiaal. Maar in het Kraansvlak waar de wisenten leven, bestaat het gedeelte waarin de eieren liggen uit zacht, warm materiaal: wisentenvacht. Vergeleken met de haren van hooglanders of paarden is dat van de wisent veel zachter, het lijkt op schapenwol.’’

Hoe verzamelen de vogels dat haar? Rodriguez: ,,Wanneer de temperatuur in het voorjaar omhoog gaat en de nesten worden gebouwd, ontdoen de grote grazers zich van hun wintervacht. Dat doen ze door tegen de stam van de boom te schuren, een afgebroken tak, of dwars door stekelige meidoorn te lopen. Hele kluiten haar blijven in de struiken hangen. Dan is het gemakkelijk voor de vogels beschikbaar.’’

Vier jaar onderzoek, dat is een lange periode van research, vindt Rodriquez. ,,We weten nu dat als er in een gebied wisenten aanwezig zijn, broedvogels de vacht gebruiken voor het bouwen van hun nesten. De volgende stap is te bekijken of er een relatie is tussen de aanwezige vacht en het broedsucces. Met andere woorden: zorgt het gebruik van wisentenhaar ervoor dat, als je kijkt naar het totaal aantal eieren dat is gelegd, er meer jonge vogels uitvliegen? Zit er überhaupt een relatie tussen?’’

Dit seizoen zijn twee biologiestudenten bezig geweest nestmateriaal uit te pluizen. Ze zijn daarmee soms wel drie a vier uur per nest bezig, vertelt Rodriguez. Alles wordt gewogen en gerubriceerd: mos, gras, kruiden, verschillende haartypes, veren en ook een categorie door mensen geproduceerd materiaal zoals bijvoorbeeld plastics. ,,Gelukkig hebben we dat laatste in het duingebied tot nu toe niet aangetroffen.’’

Hein Flach h.flach@hollandmediacombinatie.nl

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.