’Pijn van IJmuidens zeesluisproject lijkt grotendeels geleden’

’Pijn van IJmuidens zeesluisproject lijkt grotendeels geleden’
Bouw nieuwe sluis bij IJmuiden.
© Archief
IJmuiden

De kans dat de kosten bij het zeesluisproject in IJmuiden nog veel verder de pan uit rijzen, lijkt niet zo groot.

Volgens managers van het aannemersconsortium OpenIJ en opdrachtgever Rijkswaterstaat is het ’hoogst onwaarschijnlijk’ dat er nog kostenoverschrijdingen volgen zoals eind 2017, toen de verantwoordelijke bouwers BAM en VolkerWessels extra voorzieningen moesten nemen van tientallen miljoenen euro’s.

Al met al valt het project momenteel circa 200 miljoen euro duurder uit dan de 600 miljoen die ervoor was gereserveerd. Behalve voor het ontwerp, de bouw en de financiering is OpenIJ minstens 26 jaar verantwoordelijk voor het onderhoud.

Rijkswaterstaat heeft het totale project rond de nieuwe zeesluis voor bijna 1 miljard euro in de boeken staan.

De extra kosten zijn vooral het gevolg van een constructiefout. De deurkas van het binnenhoofd, waar de sluisdeur aan de zijde van het kanaal en de reservedeur in komen, bleek niet stijf genoeg.

Dit probleem werd getackeld door het aanbrengen van extra wapening in de wanden van de caisson en het plaatsen van tijdelijke tussenwanden. De fout zorgde voor de vertraging en daarmee gepaard gaande kosten. De planning is nu dat de eerste schepen begin 2022 door de sluis kunnen, 27 maanden later dan gepland.

De aannemers staan nu voor de monsterklus van het afzakken van de tweede caisson. Deze betonnen schoenendoos van 81 bij 55 meter, wordt in circa drie maanden tijd 18 meter afgezonken naar 23 meter onder NAP en is de grootste in zijn soort wereldwijd.

Meer nieuws uit IJmond

Keuze van de redactie