Premium

Razzia Beverwijk: aankomst op een andere planeet, het verschrikkelijke Kamp Amersfoort

1/4

Een open wond. Zo had de Duitse bezetter de razzia van Beverwijk en Velsen-Noord in 1944 bedoeld. Daar zijn de nazi's in geslaagd. De stad en het dorp werden in luttele uren van bijna vijfhonderd jongemannen beroofd. Er zijn er in het laatste oorlogsjaar 65 omgekomen. In deze negende aflevering van een serie over de razzia: aankomst in het beruchte Kamp Amersfoort.

In Amersfoort komen de jongens op een voor hen totaal onbekende planeet. Een wereld waarvan ze het bestaan tot dusver alleen maar konden vermoeden. Achter het prikkeldraad heersen sadisme, ontmenselijking en minachting voor het leven. Achter de hekken van Kamp Amersfoort botvieren bewakers die in het maatschappelijk leven mislukt zijn, met de wapenstok in de hand hun frustraties onbekommerd op de weerloze gevangenen.

Vanaf station Amersfoort wordt de groep van 486 gevangenen lopend onder zware bewaking van soldaten naar Kamp Amersfoort gebracht, dat een eind buiten de stad ligt op de Leusderheide. Ben Numan schrijft in zijn oorlogsdagboek: ,,Uitstappen aan het goederenstation, met veel gebrul in rijen opstellen en toen naar het kamp. Door enkele straten van Amersfoort en tenslotte het bos in en daar vielen de eerste klappen al. ‘Doorlopen Zweinen, sneller, sneller...’

Verdierlijkte wezens

Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort is een voormalig kamp van het Nederlandse leger, aangelegd in 1939. Aan het begin van de bezetting wordt het door de Duitsers in gebruik genomen als kamp voor politieke gevangenen. Numan wordt niet blij bij de eerste aanblik van het kamp. ,,De schrik sloeg ons om het hart. In het kamp liepen mensen met een kale kop en rare pakjes aan, met een nummer erop.”

Ted Duin beschrijft zijn eerste indruk van de kampbevolking, waartoe hij weldra zou behoren: ,,We ontwaarden al snel de eerste kaalkoppen. Tussen ongeveer twee meter hoog prikkeldraad stonden de reeds verdierlijkte wezens ons aan te gapen alsof we van een andere planeet kwamen.”

Ab Woortman verwoordt in zijn oorlogsdagboek eveneens de aankomst van de groep uit Beverwijk. ,,Nog niet precies wetende waar we op aan gingen. Na een uur lopen kwamen we voorbij een SS schildwacht, toen gingen we weer verder marcherend het bos door en kwamen door een poort, ook met een SS schildwacht. Op de poort stonden twee hakenkruisvlaggen. Toen we de poort door waren, stonden we voor een grote prikkeldraadomheining, daar stonden juist 4000 man gevangenen op het appèl, ik kreeg al een raar gevoel over mij juist toen ik zag dat één der gevangenen op een verschrikkelijke manier afgeranseld werd, ik dacht bij m’n eigen: hier kom ik nooit levend vandaan, des te meer omdat we als gijzelaars opgepikt waren.”

Eenmaal in het kamp worden de gijzelaars uit Beverwijk in de rozentuin geleid. Dit is een smalle, met hoog prikkeldraad afgerasterde buitenruimte waar iedereen in het gelid moet staan. Woortman: ,,De rozentuin is een gang van ongeveer 60 meter lang en twee meter breed met aan alle zijden prikkeldraad. Toen werden onze namen afgeroepen om één voor één de persoonsbewijzen terug in ontvangst te nemen. Daarna gingen we naar de zogenaamde Schreibstube om ons te laten registreren.’’

Ted Duin beschrijft de bedoeling van de rozentuin: ‘Een langwerpige kooi, twee meter breed, waar de bewakers rondom konden lopen, geheel afgezet door prikkeldraad, horizontaal en verticaal gevlochten, de mazen waren ongeveer 15 centimeter. Bij alle gelegenheden die zich voordeden werden de gevangenen naar deze rozentuin verwezen, en deze had dezelfde functie als het bord van Van Rossums troost in de middeleeuwen. Ieder die erin stond was vogelvrij en je kon naar willekeur door de SS’ers worden genegerd en getreiterd.’

Buiten voor deze Schreibstube worden de gevangenen door twee typistes ingeschreven in het kamp. Dat gaat nogal traag, zodat het uren duurt voordat de groep van 486 uit de rozentuin is. De laatste verlaat om een uur of zeven ‘s avonds de prikkeldraadomheining.

Een van de 486 wordt tweemaal ingeschreven. Lauw de Ruiter gaat per abuis, of misschien omdat hij de meisjes leuk vindt, bij beide typistes langs. Zodoende worden er 487 gevangenen geregistreerd. Bij het tellen van de gevangenen komt de fout aan het licht. Ted Duin schrijft in zijn oorlogsdagboek: ,,We werden weer geteld en hier bleek dat er iets niet helemaal klopte. Ik hoorde bewaker Frans van de Laar zeggen: ‘een heeft er zeker kans gezien van de aardbodem te verdwijnen. Ik heb er 487 op de lijst en als ik ze tel kom ik tot 486.’ We werden tussen de barakken gejaagd en er werd een tafel opgesteld waarachter hij plaatsnam. Alle namen werden een voor een afgeroepen. En na te zijn afgeroepen, moesten we in de houding voor de tafel komen staan.’’

De Beul van Amersfoort

Frans van de Laar is zelf een gevangene. Hij zou na de oorlog berecht worden en is tot vier jaar cel veroordeeld vanwege mishandelingen van zijn medegevangenen. Die noemen hem ‘de beul van Amersfoort’. Hij had gefraudeerd ten koste van de Wehrmacht, en werd daarom naar het kamp gestuurd. Maar niet zonder een aanbevelingsbrief van een bevriende hoge nazi, die hem een baantje als ‘Lagerälteste’ (kampoudste) wist te bezorgen. In die functie ging Van de Laar over de schreef bij het ‘disciplineren’ van de gevangenen. Deze Van de Laar is de eerste hoge piet die de gijzelaars uit Beverwijk en Velsen-Noord in het kamp tegenkomen.

De gijzelaars zijn tegen de avond ontzettend moe geworden. ,,We hadden onderhand al een paar uur gestaan en ik hield het puntje van de tafel vast”, schrijft Duin. ,,Van de Laar greep zijn knuppel en gaf mij een klap op mijn hand, met een tirade. Toen bijna allen de tafel waren gepasseerd, werd er een naam afgeroepen waarop de eigenaar luid en duidelijk ‘hier’ moest roepen. Dit kwam echter uit de groep die de tafel reeds was gepasseerd. Hier brak de pleuris uit, en met een van woede dikke rode kop raasde Van de Laar een tirade van enige minuten in de trant van ‘lelijke grote klootzak, stomme boerenlul, smerige hoerenloper’ en nog veel meer van dat moois. ‘Je bent bij allebei die hoeren geweest om je te laten inschrijven’, onderwijl zwaaiend met zijn onafscheidelijke knuppel.” De Ruiter komt er genadig van af; in de maanden van gevangenschap erna wisten veel gijzelaars de knuppel van Van de Laar en andere kampbewakers maar moeilijk te ontlopen.

Heimwee

Ab Woortman beschrijft het einde van deze razziadag: ,,Het was ’s avonds guur toen we eindelijk in groepjes naar de barakken werden gevoerd. We werden verwelkomd door twee dunne boterhammen, dat was omdat we de hele dag niets meer gegeten hadden. Toen moesten we een bed opzoeken. Het waren kribben van drie boven elkaar. We hadden al gauw een krib uitgezocht en gingen toen zo gauw mogelijk slapen.”

Numan blikt vooruit in zijn oorlogsdagboek. ,,In het kamp zouden wij drie maanden verblijven. Drie maanden lang, met onze honger, heimwee en de vraag wat er met ons zou gaan gebeuren. Verschrikkelijke dingen zouden er gebeuren, die we niet voor mogelijk hielden.”

Ted Duin sluit in zijn dagboek van 16 april 1944 de dag zo af: ,,Zo waren we aan het einde gekomen van een dag die ons in ons verdere leven altijd bij zou blijven, maar allang de ergste niet zou blijken te zijn. En dergelijke gebeurtenissen staan me nu nog zo duidelijk voor de geest, dat ik alles opschrijf zonder hiervoor mijn aantekeningen te hoeven raadplegen.”

Heeft u zelf informatie over de razzia van 16 april 1944 in Beverwijk en Velsen-Noord? Mail uw reactie naar: info@razziabeverwijk.nl of bel 0251-243000.

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.