Premium

Juanjo Arqués laat bij Het Ballet de vlammen van William Turner dansen

Juanjo Arqués laat bij Het Ballet de vlammen van William Turner dansen
Juanjo Arqués: ,,In mijn choreografie werk ik heel organisch, met veel ronde vormen, en dat is voor de dansers nog wel een uitdaging.’’
© Foto Altin Kaftira

Begin van de avond, de dansers ogen moe maar de repetitie is nog niet ten einde. Choreograaf Juanjo Arqués wil nog een keer het laatste deel zien. Nog een keer geven ze alles en dan is het echt klaar.

De dansers van Het Nationale Ballet sloffen de studio uit, terwijl Arqués in gesprek gaat met dirigent Matthew Rowe. De inzet van de muziek luistert nauw. Op zijn partituur krabbelt Rowe wat aanwijzingen, terwijl de choreograaf zelf door de studio draait. Maar goed dat de dirigent van Het Balletorkest zo thuis is in de taal van de dans.

Even later zakt Arquès onderuit op de bank. „Ik vertel niets nieuws, maar er is weer zo weinig tijd en nog zoveel te doen”, vertelt hij een krappe week voor de Nederlandse première van zijn nieuwste creatie ’Ignite’. Een abstract ballet, geïnspireerd op het schilderij ’The burning of the houses of lords and commons’ van William Turner, maar opgebouwd volgens ’klassieke’ principes.

Juanjo Arqués laat bij Het Ballet de vlammen van William Turner dansen
Juanjo Arqués tijdens een repetitie van ’Ignite’ bij Het Nationale Ballet.
© Foto Altin Kaftira

Eerst maar eens naar de bron: het schilderij. „Ik laat me vaker inspireren door kunst. Voor ’Fresas’ bijvoorbeeld vond ik inspiratie in het werk van Jheronimus Bosch en in ’Homo ludens’ vind je een referentie naar ’De schommel’ van de Franse schilder Jean-Honoré Fragonard. Ik vind het interessant om te kijken hoe je een schilderij naar een choreografie kunt vertalen. Of hoe je de kleuren van een schilderij naar dans kunt vertalen. Dat deed ik al eerder in ’A II’, waarvoor László Moholy Nagy’s schilderij ’Constructie A II’ het uitgangspunt vormde.”

Brits parlement

Arqués wilde meer doen met het omzetten van kleuren naar bewegingsmateriaal en stuitte tijdens een museumbezoek in Londen op ’The burning of te houses of lords and commons’. Turner maakte dit werk nadat hij in 1834 met eigen ogen had aanschouwd hoe het Britse parlementsgebouw - Palaces of Westminster - aan de oever van de Theems in vlammen opging. „Hij maakte er twee schilderijen van, waarvan ik de voorstelling heb gekozen waar de brand meer centraal in het schilderij is te zien.”

„Het verhaal achter het schilderij kende ik overigens nog niet toen ik het zag. Het raakt grappig genoeg wel aan de realiteit van vandaag, want het Britse parlement staat nu ook in brand. Niet letterlijk, maar het ligt door de Brexit wel onder vuur. Maar ’Ignite’ is geen politiek ballet en ik wil ook geen statement maken. Voor mij lagen de kleuren van het schilderij ten grondslag aan dit stuk.”

Arqués liet zich niet leiden door regels van de schilderkunst of kleurenleer, maar ging heel intuïtief te werk. „Ik ben het schilderij gaan bestuderen, begon in het centrum - in de vlammen - en toen ik dieper erin ging, zag ik het blauw van de lucht. Zo ging ik met de klok mee het schilderij rond en ontdekte de reflecties van de brand in de rivier, de verschillende gradaties in licht en de verschillende kleurtemperaturen.”

’Ignite’, op een compositie van Kate Whitley, is opgebouwd uit verschillende lagen. „Het stuk bestaat uit drie delen, volgens de klassieke structuur. Het eerste en derde deel kennen veel dynamiek, het tweede deel is rustig. Het begint ook met de ontsteking: de drie elementen die nodig zijn voor het ontstaan van een brand. En dan heb ik lucht en water en natuurlijk het vuur zelf en de reflectie. Door met spiegels te werken krijgt die reflectie een extra lading, omdat je daarmee de suggestie van dansende vlammen kunt versterken.”

Abstract

Arqués onderzocht niet alleen zelf hoe hij de kleuren uit het schilderij kon vertalen naar een choreografie, maar ook hoe die in de muziek tot uiting zouden kunnen komen. „Ik heb mijn concept gedropt bij de componist die de muziek voor ’Ignite’ zou gaan schrijven met de vraag in hoeverre zij kleuren zou kunnen koppelen aan de instrumenten in het orkest. Denk En je hoort de kleuren ook echt terug in het orkest. Je hoort bijvoorbeeld het rood als de trompetten spelen en het zwart in de percussie”, vertelt de choreograaf enthousiast.

Juanjo Arqués laat bij Het Ballet de vlammen van William Turner dansen
Juanjo Arqués tijdens een repetitie van ’Ignite’ bij Het Nationale Ballet.
© Foto Altin Kaftira

’Ignite’ is een abstract werk, maar Arqués werkt wel met de klassieke rolverdeling. „Heel hiërarchisch en formeel dus met een scheiding tussen solisten en corps de ballet. Ik heb bewust gekozen voor die klassieke opbouw om te refereren aan de tijd waarin Turner zijn kunstwerken maakte: de Engelse romantiek. Maar verder is het geen narratief ballet ofzo. De dansers zijn ook niet ’menselijk’ in ’Ignite’, maar zijn figuren. In mijn choreografie werk ik heel organisch, met veel ronde vormen, en dat is voor de dansers nog wel een uitdaging. Die zijn zo gewend om te bewegen vanuit het bovenlichaam, terwijl mijn manier van bewegen heel erg vanuit de kern van het lichaam komt. Ik snap dat het anders voor hen is, want ik heb zelf natuurlijk jaren bij Het Nationale Ballet gedanst.”

’Ignite’ staat op het programma naast Pas/Parts van William Forsythe en Kleines Requiem van Hans van Manen. „Een enorme eer dat ik naast deze twee meesters sta, maar het legt de lat ook meteen een stuk hoger.”

Dans

’Van Manen, Forsythe, Arqués’, door Het Nationale Ballet is te zien op 14, 15, 19, 20, 29 en 30 juni in Nationale Opera & Ballet te Amsterdam. www.operaballet.nl

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.