Premium

Genoeg deelnemers voor de wietproef maar geen groot enthousiasme, Nederland is rol als gidsland kwijt

Genoeg deelnemers voor de wietproef maar geen groot enthousiasme, Nederland is rol als gidsland kwijt
Experiment met legaal geteelde wiet.
© Foto ANP
Haarlem

Over één ding zijn veel coffeeshophouders het eens: Nederland is zijn rol als gidsland op het gebied van softdrugs definitief kwijt. Daar kan de proef met gereguleerde wietteelt – dinsdag verstrijkt de deadline voor gemeenten om zich daarvoor aan te melden – niks aan veranderen.

„We waren tientallen jaren het voorbeeld voor de wereld. Nu zijn we het voorbeeld van hoe het niet moet”, zegt de Haarlemse coffeeshopexploitant Nol van Schaik. Hij wijst naar een groeiend aantal landen – of staten, in de VS - waar cannabis is gelegaliseerd.

De Haarlemse exploitanten – de stad telt zestien coffeeshops – schreven burgemeester Jos Wienen een brief waarom zij geen van allen willen meedoen aan het experiment met gereguleerde wietteelt. „Als je aan de proef meedoet, mag je bijna de helft van je assortiment niet meer aanbieden”, aldus Van Schaik. „Hasj mag je dan bijvoorbeeld niet meer verkopen, eetbare producten ook niet meer. Die 25 procent van mijn klanten die voor de hasj komt, gaat echt niet ineens wat anders roken.”

Hij weet zeker dat die groep zijn spul ergens anders gaat halen. Bij de straatdealers bijvoorbeeld. Het probleem – zegt van Schaik – is niet alleen dat de coffeeshops een deel van hun omzet gaan verliezen. „Straks krijg je iets, wat absoluut geen goede ontwikkeling is: vermenging van twee markten. Die van de harddrugs en de softdrugs. Dat is vragen om ellende.” Wat ook meespeelt is de onzekerheid over wat er gebeurt als de proef voorbij is. „Als het dan helemaal ophoudt, zou ik bij mijn oude leveranciers moeten aankloppen. Die zien me aankomen.”

Drugsbeleid failliet

Haarlem is niet de enige gemeente waar de coffeeshops geen animo hebben voor de wietproef. Veel gemeenten die eerder bij het Rijk aandrongen op zo’n proef met gereguleerde wietteelt, zijn uiteindelijk afgehaakt. Hilversum bijvoorbeeld. Burgemeester Pieter Broertjes constateerde dat de coffeeshophouders in zijn gemeente unaniem niet mee willen doen, vanwege de regels die het rijk de deelnemers oplegt. „Het huidige drugsbeleid in Nederland is failliet. Het voedt de ondermijning en de illegaliteit. (...) Dit was de kans om er iets aan te doen. Jammer dat het zo loopt”, constateerde de Hilversumse burgemeester eerder.

Maar toch hebben zich inmiddels voldoende belangstellenden gemeld om met het landelijke experiment te beginnen. Gemeente Zaanstad is een van de gegadigden, net als de bijvoorbeeld de gemeente Hoorn. Steden als Breda, Tilburg en Maastricht hebben ook hun vinger opgestoken.

De aanmelding betekent overigens nog niet dat ze daadwerkelijk pilotgemeenten worden. De minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Medische Zorg en Sport selecteren maximaal tien gemeenten. Tijdens het experiment – dat een looptijd heeft van zo’n vijf, zes jaar - kunnen de deelnemende coffeeshops legaal geteelde, op kwaliteit gecontroleerde wiet in- en verkopen. De handel wordt geproduceerd door maximaal tien telers in heel Nederland, die hiervoor een vergunning kunnen aanvragen. De proef maakt in de deelnemende gemeente een einde aan een al jaren ongewenst bijeffect van het gedoogbeleid: de zogenoemde ’voordeur-achterdeur’ paradox. Daarmee wordt bedoeld dat consumenten bij het kopen van cannabis in kleine hoeveelheden geen strobreed in de weg wordt gelegd, maar dat exploitanten bij het bevoorraden van hun coffeeshops op illegale inkoop zijn aangewezen.

Burgemeester Jan Hamming van Zaanstad, die zijn gemeente heeft aangemeld: „Verkoop van cannabis via de voordeur mag nu wel, maar de inkoop via de achterdeur is illegaal. Dat is een onwenselijke situatie die veel criminaliteit in de hand werkt. Het is daarom goed dat deze landelijke pilot wordt opgestart.” Hij wil wel een aantal toezeggingen van het Rijk voordat Zaanstad definitief de knoop doorhakt. „Punt van zorg is de onduidelijkheid of we mogen rekenen op compensatie vanuit het rijk voor de financiële consequenties en op voldoende juridische ondersteuning, hierover gaan wij in gesprek.”

In Leiden – elf coffeeshops – is juist de onzekerheid voor de exploitanten aanleiding om niet mee te doen aan de proef. „Er zijn te veel vragen, geen antwoorden”, zegt voorzitter Jack Stikvoort van de Leidse Vereniging van Cannabis Detaillisten. Hij noemt, net als Nol van Schaik, het problematische verbod op hasjverkoop. Hasj wordt niet geproduceerd in Nederland, maar in landen als Marokko. „Het is geen optie om het hier in Nederland te gaan produceren, de productiekosten zijn veel te hoog. Om één kilo hasj te maken heb je een enorme hoeveelheid wiet nodig”, aldus Stikvoort. „Als je het als deelnemende coffeeshop niet meer kunt verkopen raak je niet alleen 25 tot 30 procent van je omzet kwijt. Je krijgt op straat – dat weet ik zeker – een openbare orde en veiligheidsprobleem. Straathandel met verkoop aan jeugd onder de achttien en dat soort ellende.”

Meer nieuws uit Amsterdam

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.