Premium

Column Langs de tweede lijn: Drie dingen

Column Langs de tweede lijn: Drie dingen
Maaike van der plas
© Taco van der Eb

Maaike van der Plas werkt als basisarts in het Leids Universitair Medisch Centrum, waar ze wordt opgeleid tot neuroloog. Ze schrijft om de week op deze plek over haar ervaringen en zielenroerselen.

Elke ochtend voor de afdelingsvisite worden tijdens een soort medisch kwartet alle patiënten toegewezen aan zaalartsen en physician assistents. Na een rondje met uitspraken als „Wil jij er eentje van mij?” of „Kan iemand er nog een nieuwe bij hebben?” wordt iedereen verdeeld.

Meestal probeer ik mijn naam te zetten bij een patiënt die nog geen diagnose heeft, een mysterie om op te lossen. Ik probeer weg te blijven van mensen die alleen op een plekje in een verpleeghuis wachten.

Ook heb ik de neiging patiënten te ontwijken met wie ik het moeilijker vind om te praten, bijvoorbeeld als ze van mijn eigen leeftijd zijn of een verstandelijke beperking hebben. Vooral dat laatste siert mij niet en leidde op een dag, na een poging om een dergelijke patiënte over te doen aan een collega, tot een opdracht (lees: straf) van de superviserend neuroloog: „Ga een gesprek voeren met die man en leer drie niet-medische feiten over hem.”

Het was niet meteen een succes. Mijn eerste vragen (over hobby’s, vriendschappen) waren te abstract. Meer geluk had ik met zijn favoriete maaltijd (,,Aardbeienijs!’’). Uiteindelijk lukte het om drie feiten te bemachtigen. Het was echter meer een interview dan een gesprek en ik was niet tevreden.

De volgende ochtend leerde ik daarom drie niet-medische feiten over al mijn patiënten. Mijn visiteronde duurde twee uur langer dan normaal, maar daarna wist ik wel hoe groot de grootste snoek was die de patiënt op bed drie ooit had gevangen, dat de hoogbejaarde mevrouw naast hem vaak te vinden was bij de plaatselijke sjoelclub en dat de man daarnaast in het weekend met een metaaldetector de velden afspeurde.

De positieve effecten van de opdracht waren helder. Ik werd beter in de gesprekken en patiënten waardeerden het dat ik hen leerde kennen als mens en niet als diagnose. Dat het zo tijdrovend was, was meteen een duidelijk nadeel. Wat ik echter pas later besefte, is dat het ook meer pijn doet als een patiënt sterft van wie je weet welke boeken ze graag las, wat de naam van haar kat was en hoe ze haar echtgenoot had ontmoet.

Nu, een paar maanden later, probeer ik de opdracht toch zo goed mogelijk trouw te zijn. Of het uiteindelijk een verrijking of een straf, een zegen of een vloek is, weet ik nog steeds niet. Het wisselt met de dag.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.