Premium

Wim Jonk over zijn bijzondere band met verongelukte Steve van Dorpel: ’Het leven is keihard’

Wim Jonk over zijn bijzondere band met verongelukte Steve van Dorpel: ’Het leven is keihard’
Wim Jonk voor de naar Steve van Dorpel vernoemde trainingshal.
© Foto Wim Egas
Volendam

Ze zijn afkomstig uit verschillende werelden, maar groeien naar elkaar toe in de kleedkamer van FC Volendam. De een, Steve van Dorpel, komt in 1989 om bij de SLM-ramp. De ander, Wim Jonk, groeit uit tot een wereldberoemde voetballer. „Het leven is keihard.”

Steve van Dorpel. Er verschijnt een lachje op het gezicht van Wim Jonk als hij de naam zachtjes voor zich uit mompelt. Zijn ogen verraden dat de gedachten afdwalen. „Ze waren met z’n drieën. Steve, Paul Esajas en Dennis Esajas. Drie jongens uit de Bijlmer die elke dag door ome Frans met een busje naar Volendam werden gebracht.”

Het zijn drie donkere jongens uit Amsterdam Zuidoost die zich halverwege de jaren tachtig voegen bij het tweede team van FC Volendam. Bij Wim Jonk en zijn dorpsgenoten. „Een interessante mix. Maar het ging heel goed samen. Er werd veel gedold en gelachen in de kleedkamer.”

Profvoetballer

De droom van een bestaan als profvoetballer lonkt voor de jonge voetballers. Maar niet iedereen is goed genoeg. Paul en Dennis Esajas missen bijvoorbeeld ’net dat beetje zout’, zoals Jonk het beschrijft. Van Dorpel en Jonk worden gezien als talenten. Ze schuiven door naar het eerste team en blijven dus kleedkamergenoten. „Steve was best een rustige jongen. Trad niet snel op de voorgrond. Hij was wel héél sfeergevoelig. Als de sfeer goed was, dan lachte hij die grote, witte tanden van ’m bloot.”

Wim Jonk over zijn bijzondere band met verongelukte Steve van Dorpel: ’Het leven is keihard’
Foto genomen voor vertrek op Schiphol: Fred Patrick, Sigi Lens, Steve van Dorpel en Nick Stienstra (vlnr). Lens overleefde de crash, de anderen kwamen om.
© Archieffoto

Jonk en Van Dorpel zijn voetbalvrienden. Ze begrijpen elkaar. Op het veld hebben ze voldoende aan een simpel handgebaartje, in de kleedkamer is een half woord genoeg. Middenvelder Jonk speelt vlak achter aanvaller Van Dorpel. „Hij was sterk, snel en had diepgang in z’n spel. Ik liep daar dan ’geniepig’ omheen en probeerde hem met een steekbal weg te sturen.”

Ook buiten de lijnen is er onmiskenbaar een klik tussen de dorpeling en de stadsjongen. „Hij ging mee naar de kermis. Keek-ie z’n ogen uit. We hadden een band, zoals je die op onverklaarbare wijze kunt hebben met een teamgenoot. We zagen het ook aan elkaar als er iets niet goed zat. Zat een opmerking van de trainer de een dwars, merkte de ander dat meteen.”

Droomtransfer

Jonk krijgt in het seizoen 1988-1989 zijn droomtransfer naar Ajax. Ook voor de één jaar oudere Van Dorpel is er interesse. ’De parel van de Bijlmer’ maakt furore als sterke en doelgerichte spits. Een overgang naar Roda JC, dan de nummer vijf van de eredivisie, hangt in de lucht.

Wim Jonk over zijn bijzondere band met verongelukte Steve van Dorpel: ’Het leven is keihard’
Feest na de promotie van FC Volendam in het seizoen 1986-1987. Links vooraan staat Steve van Dorpel. Links voor de mast, met donker haar: Wim Jonk.
© Archieffoto Joop Boek

Het seizoen zit er al bijna op – het is eind mei, begin juni – als Van Dorpel zijn maatje Jonk belt. „Hij vertelde me over zijn kans op een transfer naar Roda. Hij was super enthousiast. ’Moet je doen’, zei ik. Hij was klaar voor die stap. Ik vond het prachtig voor hem. Ook híj zou zijn transfer krijgen.”

Steve van Dorpel zal nooit een wedstrijd spelen in het shirt van Roda JC. Op 7 juni 1989 zijn Jonk en de andere spelers van Ajax te gast op een bruiloft, als iemand de televisie aanzet. Er is een vliegtuig neergestort in Suriname.

Aan boord een aantal voetballers van het Kleurrijk Elftal, een team bestaande uit Surinaamse Nederlanders. De naam Lloyd Doesburg wordt genoemd als een van de slachtoffers: een keeper van Ajax. De aanwezige Ajacieden kunnen het niet geloven. Wim Jonk verstijft nog verder bij het horen van een andere naam. Die van de 23-jarige Steve van Dorpel.

Ontreddering

Ook dertig jaar later kan Jonk de totale ontreddering nog voelen. „Het gevoel van: dit kan niet waar zijn. Dit ís niet zo. Ik was helemaal naar de klote.” Jonk is bij de begrafenis aanwezig en keert meerdere keren terug naar de Bijlmer. Bij herdenkingen, bij de onthulling van een standbeeld voor Steve, bij het grote voetbaltoernooi in Zuidoost. En als hij de kans krijgt, vertelt Jonk de jeugd over zijn voetbalvriend.

„Steve heeft misschien geen makkelijke jeugd gehad, maar ik heb altijd een enorm gevoel van warmte gehad als ik in de Bijlmer was en de mensen sprak die hem liefhadden. Zij waardeerden het ook enorm dat ik daar was. Ik vond dat heel normaal. Zo kan ik toch nog wat doen voor Steve.”

Sleutelspeler

Wim Jonk ontpopt zich in de jaren negentig tot een sleutelspeler van Ajax en viert daarna ook grote successen als speler van Inter Milan (Italië), PSV, Sheffield Wednesday (Engeland) en het Nederlands elftal. Hij schudt z’n hoofd bij de realisatie dat de vliegramp alweer dertig jaar geleden is. Steve is in die tijd vaak genoeg door het hoofd van Jonk geschoten. Vaak tijdens het journaal. „Bij elk bericht over een vliegramp denk je toch: Steve.”

Zoals recent, bij het neerstorten van het privévliegtuig van de Argentijnse spits Emiliano Sala. „Maar ik heb ook aan Steve gedacht in verband met de gebeurtenis rond Abdelhak Nouri. Ook met hem had ik een warme band toen ik als hoofd jeugdopleiding bij Ajax werkte. Ook een jongen die wordt weggerukt.” Weer schudt Jonk het hoofd. „Het leven is keihard. Dat is gewoon zo.”

Jonk begint na de zomer aan zijn eerste klus als hoofdtrainer in het betaald voetbal. Uitgerekend bij FC Volendam, waar het trainingshalletje naast het stadion de naam van zijn verongelukte voetbalvriend draagt. „Hij vindt dit gaaf, dat ik hier aan de slag ga”, zegt Jonk beslist. „Ik weet heel zeker dat Steve er op de een of andere manier iets van meekrijgt.”

Een ding staat vast voor Jonk. Als Steve van Dorpel hem ’van boven’ straks als trainer ziet staan in het stadion van Volendam, lacht hij zijn mooie, grote, witte tanden bloot.

Steve van Dorpel, parel van de Bijlmer

Steven ’Steve’ van Dorpel (geboren 13 december 1965) tekent in 1987 zijn eerste profcontract bij FC Volendam. Hij is daarmee de allereerste voetballer afkomstig uit de jeugd van SV Bijlmer die het schopt tot profvoetballer. Van Dorpel breekt in het seizoen 1988-1989 definitief door in het betaald voetbal. Hij scoort dat jaar twaalf doelpunten in de eerste divisie, waaronder een fraaie hakbal tegen Willem II.

Samen met Gert-Jan Duif vormt hij een gevreesd aanvalsduo. Van Dorpel is bijzonder populair bij de aanhang van Volendam en krijgt als bijnaam ’De parel van de Bijlmer’. Zijn overlijden slaat in als een bom in Volendam en Amsterdam-Zuidoost.

Ter nagedachtenis aan Steve van Dorpel is in Amsterdam-Zuidoost een standbeeld geplaatst bij het Bijlmerpark. In Amsterdam-Oost, op het Zeeburgereiland, is een straat vernoemd naar de verongelukte voetballer. In Volendam draagt het trainingshalletje naast het Kras Stadion de naam van Van Dorpel.

Het gaat helemaal mis op 7 juni 1989

Na drie afgebroken landingspogingen, zetten de piloten van SLM-vlucht PY764 voor de vierde keer de landing in nabij het vliegveld van Paramaribo. Dit keer gaat het helemaal fout in de dichte mist. Het vliegtuig raakt twee bomen en komt op z’n kop terecht neer bij het dorp Zanderij.

Slechts elf inzittenden overleven de crash in de vroege ochtend van 7 juni 1989. 176 mensen komen om, onder hen vijftien voetballers van het Kleurrijk Elftal. Dit is een team met Surinaamse Nederlanders, die sinds 1986 elk jaar een oefenduel spelen op Surinaamse bodem. Drie voetballers van het team overleven de vliegramp: Sigi Lens, Edu Nandlal en Radjin de Haan.

Achteraf blijkt dat er tijdens de landing veel fouten gemaakt zijn in de cockpit. Ook beschikte de gezagvoerder niet over een geldig brevet voor het vliegtuig en vloog de copiloot zelfs met een vervalste naam en vervalste papieren.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.